Donderdag 7 januari


Inhoud van vandaag:
Les 16
  • even oefenen: kennen jullie de woordjes al? 
  • grammatica 
  • opdrachten 5 en 6 maken en nakijken
1 / 40
next
Slide 1: Slide
ChineesMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson


Inhoud van vandaag:
Les 16
  • even oefenen: kennen jullie de woordjes al? 
  • grammatica 
  • opdrachten 5 en 6 maken en nakijken

Slide 1 - Slide

Voor een soepele online les:
  • Wanneer je binnenkomt: camera aan, microfoon uit!
  • Als je de beurt krijgt of ik daar om vraag zet je je microfoon     tijdelijk aan. 
  • Heb je een vraag?
  1. Dringend? Klik op:                            en wacht tot ik je de beurt geef om je vraag te stellen.
  2. Niet dringend? Dan mag je je vraag in de chat           zetten.   

Slide 2 - Slide

上海 is:
A
(de stad) Nanjing
B
(de stad) Xi'an
C
(de stad) Peking (/Beijing)
D
(de stad) Shanghai

Slide 3 - Quiz

'Gaan naar' is:
A
B
C
D
西

Slide 4 - Quiz

'Noord' is:
A
B
C
D
西

Slide 5 - Quiz

飞机 betekent:
A
gaan naar
B
vliegtuig
C
vliegveld
D
nemen (voertuig)

Slide 6 - Quiz

'Hoofdstad' is:
A
B
C
D

Slide 7 - Quiz

Bonusvraag: volgorde van de windrichtingen in het Chinees:
A
西,东,北,南 (west-oost-noord-zuid)
B
东,西,南,北 (oost-west-zuid-noord)
C
北,南,西,东 (noord-zuid-west-oost)
D
南,北,东,西 (zuid-noord-oost-west)

Slide 8 - Quiz

语法

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Vragen?

Slide 15 - Slide

onderwerp              gezegde            lijdend
                                                              voorwerp
Op welke twee plekken kan tijd 
in een Chinese zin staan?
tijd
tijd

Slide 16 - Drag question

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Vragen?

Slide 26 - Slide

onderwerp              gezegde            lijdend
                                                              voorwerp
Waar kan 什么时候
in een Chinese zin staan?
什么
时候
什么时候

Slide 27 - Drag question

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Vragen?

Slide 34 - Slide

Mag je in het Chinees zeggen:
'Ik ga naar mijn zus'?
A
Ja
B
Nee

Slide 35 - Quiz

Maak nu:
Opdrachten 5 en 6 (blz. 111)

  • Die kijken we zo meteen na!
  • Klaar?
        1.   Klik op                             
              zodat ik kan zien wie er klaar zijn. 
        2.  Oefen de woordjes van Les 16 
          (bijvoorbeeld met Quizlet Flashcards of mandarijn-leren.nl)

timer
8:00
Vraag?
Gebruik
de chat!

Slide 36 - Slide

Nakijken
Opdrachten 5 en 6 
(blz. 111)

Slide 37 - Slide

Vragen?

Slide 38 - Slide

Huiswerk
Lever dat vóór de volgende les in op Classroom!
(dus vóór morgen, vrijdag 8 januari 09:00)

  • karakters schrijven:  
       blz. 116 t/m 118  (东,时候,去,飞机  en  票)

  • opdracht 8 ‘Vertaal naar karakters’ maken:   
       blz. 112, Ga je naar je zus? t/m Mijn vader komt uit Beijing.
Kijk ook zelf opdracht 2 en 3 na: antwoorden staan over 5 minuten 
op Classroom.

Slide 39 - Slide

  
   明天见!

Slide 40 - Slide