cross

4 TL Examen Nederlands 2014 TV2

4 TL 2014 TV2
Tekst 1
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

4 TL 2014 TV2
Tekst 1

Slide 1 - Tekstslide

1 Welk kopje past het beste bij de inhoud van alinea 2?

A
A Burgerinitiatief
B
B Lymepatiënten
C
C Slopende ziekte
D
D Tweede Kamer

Slide 2 - Quizvraag

2 Welk kopje past het beste bij de inhoud van de alinea’s 4, 5 en 6?

A
A Landelijk kenniscentrum
B
B Nederlandse vereniging voor Lymepatiënten
C
C Onbekende bacteriestammen
D
D Tienduizenden chronisch zieken

Slide 3 - Quizvraag

3 Wat is het verband tussen alinea 3 en alinea 4?

A
A Alinea 3 geeft een voorbeeld voor het gestelde in alinea 4.
B
B Alinea 3 noemt een oorzaak van het gestelde in alinea 4.
C
C Alinea 4 spreekt het gestelde in alinea 3 tegen.
D
D Alinea 4 zwakt het gestelde in alinea 3 af.

Slide 4 - Quizvraag

4 “Veel huisartsen weten te weinig over de ziekte van Lyme. ‘Ze denken dat
het allemaal wel meevalt’,” (regels 65-68)
 Citeer de zin uit de alinea’s 3 tot en met 5 waarin een voorbeeld van
deze uitspraak wordt gegeven.

Slide 5 - Open vraag

5 Wat is het verband tussen alinea 6 en alinea 7?

A
A Alinea 6 geeft een tegenstelling met het gestelde in alinea 7.
B
B Alinea 6 noemt een reden voor het gestelde in alinea 7.
C
C Alinea 7 is een bevestiging van het gestelde in alinea 6.
D
D Alinea 7 vormt een uitwerking van het gestelde in alinea 6.

Slide 6 - Quizvraag

6 “De vereniging heeft goede hoop in de Tweede Kamer een luisterend oor
te vinden.” (regels 126-128)
 Waarvoor wil de vereniging een luisterend oor vinden?
Gebruik voor je antwoord niet meer dan 15 woorden.

Slide 7 - Open vraag

7 Hoe staat de schrijver tegenover de uitspraken van deskundigen in deze
tekst?

A
A Hij gebruikt ze vooral om zijn eigen standpunten te verdedigen.
B
B Hij geeft ze weer zonder verder commentaar.
C
C Hij laat merken het oneens te zijn met de uitspraken.
D
D Hij trekt de juistheid van de uitspraken in twijfel.

Slide 8 - Quizvraag

8 “Niet iedereen die besmet raakt, wordt ook ziek.” (laatste zin
tekstfragment 1)
 Citeer de zin uit de alinea’s 1 tot en met 3 van de hoofdtekst waaruit
hetzelfde blijkt.

Slide 9 - Open vraag

9 Wat is het belangrijkste doel van de schrijver met deze tekst?

A
A adviseren
B
B informeren
C
C overtuigen
D
D waarschuwen

Slide 10 - Quizvraag

10 Hoe kun je de inhoud van alinea 7 het beste weergeven?
In alinea 7 wordt

A
A een advies gegeven.
B
B een toekomstbeeld geschetst.
C
C een waarschuwing uitgesproken
D
D een wens geuit.

Slide 11 - Quizvraag

11 Welke zin geeft het beste de hoofdgedachte weer van de tekst Aandacht
voor de ziekte van Lyme?

A
A De ziekte van Lyme kan zich ontwikkelen tot een chronische ziekte met diverse ziekteverschijnselen.
B
B Er moet volgens de NVLP een kenniscentrum komen voor de ziekte van Lyme, zodat patiënten sneller en effectiever geholpen kunnen worden.
C
C Huisartsen zijn volgens de NVLP te weinig op de hoogte van de ziekte van Lyme en ondernemen daardoor niet tijdig actie.
D
D Jaarlijks worden steeds meer mensen ziek nadat ze een beet van een besmette teek hebben opgelopen en dat kan voorkomen worden.

Slide 12 - Quizvraag

Tekst 2
Samenvatten 10 punten

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Tekst 3

Slide 17 - Tekstslide

13 Wat is het belangrijkste doel van deze advertentie?
de lezer

A
A aansporen tot het kopen van vlees van verantwoord gefokte kippen
B
B informeren over de langdurige ontwikkeling van oervogel naar kip
C
C vragen om geld over te maken naar stichting Wakker Dier Amsterdam
D
D waarschuwen voor het gezondheidsrisico van goedkoop kippenvlees

Slide 18 - Quizvraag

14 Het gebruik van de tijdbalk in de afbeelding heeft in deze advertentie een
speciale functie.
Welke functie is dat?

A
A het geven van voorbeelden van verschillende kippenrassen
B
B het laten zien van de dieronvriendelijke ontwikkeling van de kip
C
C het minder schokkend maken van de boodschap van de tekst
D
D het vragen van aandacht voor diervriendelijke acties van Wakker Dier

Slide 19 - Quizvraag

15 Welk element van de boodschap van de tekst wordt duidelijk door de
afbeelding?

A
A De gefokte kip past niet bij de natuurlijke kip.
B
B Er lopen al heel lang kippen rond op de wereld.
C
C Het eten van kippenvlees is niet altijd aantrekkelijk.
D
D Kippen zijn voorbeelden van dieren die geleidelijk veranderd zijn.

Slide 20 - Quizvraag

Tekst 4

Slide 21 - Tekstslide

16 Hoe wordt het onderwerp van de tekst in alinea 1 ingeleid?
Het onderwerp wordt ingeleid door

A
A de mening van de schrijver te geven.
B
B de opbouw van de tekst aan te geven.
C
C een toepasselijk voorbeeld te geven.
D
D vooraf een samenvatting van de tekst te geven.

Slide 22 - Quizvraag

17 Wat is het verband tussen alinea 3 en alinea 4?

A
A Alinea’s 3 en 4 vormen een opsomming.
B
B Alinea’s 3 en 4 vormen een tegenstelling.
C
C Alinea 4 is een uitwerking van alinea 3.
D
D Alinea 4 noemt een gevolg van alinea 3.

Slide 23 - Quizvraag

18 “Maar niet iedereen is overtuigd van deze bewering.” (regels 41-42)
 Om welke vier redenen wordt er volgens de tekst getwijfeld aan de
uitkomst van het onderzoek onder taxichauffeurs?

Slide 24 - Open vraag

19 Het overslaan van je ontbijt heeft volgens alinea 7 drie gevolgen voor je
gedrag.
 Noem deze drie gevolgen.

Slide 25 - Open vraag

20 Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 4 en 5?

A
A Kritiek op het BBC-experiment
B
B Vette vis en gezondheid
C
C Visdieet in de mode
D
D Wetenschap en televisie

Slide 26 - Quizvraag

21 Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 6 tot en met 9?

A
A Chocolade en koolhydraten
B
B Gebrek aan goed onderzoek
C
C Kinderen in de wetenschap
D
D Voeding en gedrag nader onderzocht

Slide 27 - Quizvraag

22 De BBC heeft onderzocht wat het effect van vette vis is op ons gedrag. In
de tekst wordt nog een onderzoek van de BBC genoemd.
 Citeer de zin uit alinea 8 waaruit blijkt welke theorie de BBC nog meer
heeft onderzocht met betrekking tot voeding en gedrag.

Slide 28 - Open vraag

23 “De gestreste taxichauffeurs in Londen hadden dus misschien beter met
koolhydraten kunnen experimenteren dan met vette vis.” (regels 141-145)
Welke reden wordt hiervoor gegeven?

A
A Gestreste mensen kunnen vaak niet genoeg eten vanwege de spanning.
B
B Het eten van koolhydraten kan je stemming verbeteren.
C
C Het onderzoek met vis is zinloos, omdat mensen veel minder vis eten dan koolhydraten.
D
D Vette vis heeft meer nadelen dan voordelen vanwege het vet.

Slide 29 - Quizvraag

24 In de tekst komt de onderzoeker Rob Markus regelmatig aan het woord.
Op welke manier gebruikt de schrijver de mening van Markus?

A
A De schrijver gebruikt het commentaar van Markus om zijn eigen mening te ondersteunen.
B
B De schrijver geeft de mening van Markus zonder eigen commentaar weer.
C
C De schrijver laat merken dat hij het niet eens is met de kritiek van Markus op het BBC-programma.
D
D De schrijver steunt de mening van Markus dat veel onderzoek ondeugdelijk is.

Slide 30 - Quizvraag

25 De schrijver en Rob Markus willen de lezers informeren over het effect
van voeding op ons gedrag.
Welk doel hebben de uitspraken van Rob Markus nog meer?
Deze uitspraken dienen er ook toe om de lezers

A
A ertoe over te halen omega-3-pillen en visolie te kopen bij de drogist.
B
B ervan te overtuigen dat een visdieet goed werkt tegen stress.
C
C te adviseren gezond en gevarieerd te eten.
D
D te vermaken met misvattingen over de invloed van voedsel op ons gedrag.

Slide 31 - Quizvraag

26 Welke zin geeft het beste de hoofdgedachte van de tekst weer?

A
A Bekende uitspraken over voeding en gedrag zijn onjuist en die uitspraken beïnvloeden ons eetgedrag op een negatieve manier.
B
B Omdat uit onderzoek blijkt dat voeding effect heeft op ons gedrag, is het belangrijk om vooral goed te ontbijten en regelmatig vette vis te eten.
C
C Onderzoek laat zien dat stoffen in voedsel invloed hebben op ons brein en functioneren, maar het is nog niet helemaal duidelijk hoe dat werkt.
D
D Uit onderzoek blijkt dat het eten van chocolade een gunstig effect op ons gedrag en humeur kan hebben.

Slide 32 - Quizvraag

Schrijfopdracht vraag 27
13 punten

Maken 20 minuten

Slide 33 - Tekstslide

In tweetallen
Inhoud:
Hoe zou het beoordelingsschema van de docent eruit hebben gezien?

Dus maak een lijst met punten die in je brief hadden moeten staan.

Slide 34 - Tekstslide

Inhoud 6 punten
  • naam, klas, school (samen één element) 1
• aanleiding verzoek: voor Nederlands enquête houden en "Voer voor je brein gelezen" 1
• keuze van onderwerp: voeding en gedrag 1 
• reden verzoek: onduidelijkheid site en artikel 1
• vraag over het effect van vette vis op gedrag 1
• vraag over invloed van ontbijten op gedrag 1
• vraag over het effect van suiker op gedrag 1
• eigen mening over goede voeding 1
• plaats, datum en tijdstip van interview: 23 juni 2014, 09:30 uur, naar Den Haag komen 1
• verzoek om snelle reactie: snel uitgenodigd willen worden 1
• bedankje vooraf voor mogelijke medewerking 1

Slide 35 - Tekstslide

Taal 4 punten

Slide 36 - Tekstslide

Conventies 3 punten
Kijk elkaars brief na op conventies

Slide 37 - Tekstslide

Conventies:
  • voornaam/-letter, achternaam, straat, huisnummer, postcode,
plaatsnaam afzender (samen één element) 1
• plaats en datum, per element 1
• (instantie,) naam postbus, postcode, plaatsnaam geadresseerde
(samen één element) 1
• aanhef 1
• witregel na aanhef 1
• witregel voor slotformule 1
• slotformule 1
• ondertekening en/of naam 1
• alinea-indeling 1
• samenhang 1
• logische volgorde 1
• passend taalgebruik 1
• verzorgde indruk 1

Slide 38 - Tekstslide