cross

Nederlands - Talent - 3 vmbo-k - 4.1 Fictie blz. 122

Nederlands - Talent - 3vmbo-k

4.1 Fictie blz. 122

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Nederlands - Talent - 3vmbo-k

4.1 Fictie blz. 122

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen: fragment 'Virus'

Fictie:

  • Ik kan een avonturenverhaal begrijpen.
  • Ik kan de hoofdpersoon en bijpersonen zijn/haar      

       eigenschappen benoemen.

  • Ik kan een boekfragment kort samenvatten.
  • Ik kan benoemen  en uitleggen: realistisch of niet realistisch.


Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen: schriftelijk antwoord geven

Fictie: open vraag

  • Ik geef antwoord in een zin.
  • Ik zet een hoofdletter aan het begin van een zin en namen.
  • Ik gebruik punten, komma's en andere leestekens correct.
  • Mening geven: 

        -  Ik vind ......, omdat  ......

        -   Ja/Nee, omdat .......

        -    Ik ben het ermee eens/oneens, omdat ..........


Slide 3 - Tekstslide

Uitleg

Auteursdossier:


'Mirjam Mous'


blz.  123

Slide 4 - Tekstslide

Wat je al weet.
1a. Las je in de onderbouw graag avonturenverhalen?
A
Ja, ik las al eens avonturenverhalen.
B
Nee, ik las nog nooit avonturenverhalen.

Slide 5 - Quizvraag

Wat je al weet.
1b. Schrijf iets op over de avonturenboeken als je nog weet
waar de boeken over gaan.

Slide 6 - Open vraag

Samen lezen

Lees tekst 1, boekfragment uit:


'Virus'


blz.  123

Slide 7 - Tekstslide

2b. Wie is de hoofdpersoon?

Slide 8 - Open vraag

2c. Wat weet je over Hopper? Vertel zo uitgebreid mogelijk.

Slide 9 - Open vraag

2d. Welke eigenschap past bij Hopper? Leg de eigenschap uit met een voorbeeld uit het fragment.

Slide 10 - Open vraag

2e. Welke eigenschap past bij Kris? Leg de eigenschap uit met een voorbeeld uit het fragment.

Slide 11 - Open vraag

2f. Welke eigenschap past bij Kris? Leg de eigenschap uit met een voorbeeld uit het fragment.

Slide 12 - Open vraag

3a. Vertel in een paar zinnen waar het fragment over gaat.

Slide 13 - Open vraag

3b. Een van de twee personages heeft Gilles de la Tourette. Ken je dat syndroom? Zo ja, noem het belangrijkste kenmerk.

Slide 14 - Open vraag

3c. Wie uit het fragment heeft Gilles de la Tourette?

Slide 15 - Open vraag

3e. Denk je dat het belangrijk is in dit verhaal dat een personage Gilles de la Tourette heeft? Leg je antwoord uit.

Slide 16 - Open vraag

Uitleg - fictie / non-fictie

Fictie:

  • verzonnen verhaal (door schrijver)
  • bv. leesboeken, speelfilm, serie
  • doel: amuseren


Non fictie:

  • waargebeurde informatie uit de echte wereld, feiten
  • studieboeken, nieuwsberichten, tijdschriften, reisgids
  • doel: informeren

Slide 17 - Tekstslide

4a. Is dit verhaal fictie? Leg je antwoord uit.

Slide 18 - Open vraag

Uitleg - fictie: realistisch / niet-realistisch

Realistisch:

  • Gebeurtenissen en personages  kunnen in het echt ook zo zijn.
  • Het is geloofwaardig.


Niet realistisch:

  • Een verhaal kan niet echt gebeuren. Ongeloofwaardig.
  • sprookjes, fantasy, science fiction (heksen, half mens/half dier, aliens)

Slide 19 - Tekstslide

4a. Is dit verhaal realistisch of niet-realistisch? Leg je antwoord uit met voorbeelden uit de tekst.


Slide 20 - Open vraag

6a. Mirjam Mous wil jongeren aan het lezen krijgen. Daarom gebruikt ze taal die dicht bij de doelgroep ligt en geeft ze de verhalen vaart en humor. Vind je dat Mirjam er in dit fragment in geslaagd is om het verhaal vaart en humor te geven? Leg je antwoord uit.

Slide 21 - Open vraag

6c. Zou jij het boek 'Virus' willen lezen? Leg je antwoord uit.


Slide 22 - Open vraag

Wat weet ik er al van?
7a. 'Hoe overleef ik …' Schrijf op wat je weet van deze boekenserie van de schrijfster Francine Oomen.

Slide 23 - Open vraag

8. Toekomst. Stel, je wordt niet toegelaten tot de opleiding die je wilt gaan volgen. Ze vinden dat je te weinig levenservaring hebt om de opleiding te kunnen gaan doen. Wat zou jij doen? Kies het antwoord dat bij je past en vul het aan.
A Een andere opleiding kiezen, want … .
B Een jaar gaan werken als … .
C Een jaar gaan reizen, want … .
D Iets anders, namelijk … .

Slide 24 - Open vraag

Samen lezen

Lees tekst 2, boekfragment uit:


'Rosa


blz.  124

Slide 25 - Tekstslide

9b. Vat het verhaal in enkele zinnen samen.

Slide 26 - Open vraag

9c. Denk je dat dit een avonturenboek is? Leg je antwoord uit.
Ja, want ....
Nee, want .....


Slide 27 - Open vraag

10a. Rosa is een hoofdpersoon. Vita is: ook een
A
hoofdpersoon
B
bijpersoon

Slide 28 - Quizvraag

10b. Hoe ziet Vita eruit?

Slide 29 - Open vraag

10c. Rosa is bang als ze beneden een geluid hoort. Waar blijkt dat uit?
Rosa is bang, omdat ........

Slide 30 - Open vraag

10d. Vind je Rosa heldhaftig? Leg je antwoord uit.
Ik vind Rosa wel/niet heldhaftig, omdat.....

Slide 31 - Open vraag

10e. Hoe zou jij handelen als je Rosa zou zijn? Zou jij naar beneden durven lopen? Leg je antwoord uit.

Slide 32 - Open vraag

10f. Op een gegeven moment moet Rosa huilen. Begrijp je waarom? Leg je antwoord uit.

Slide 33 - Open vraag

11a. Op welke verdieping in het huis ligt Rosa’s kamer?
A
1e verdieping
B
2e verdieping
C
kelder
D
zolder

Slide 34 - Quizvraag

11b. En waar liggen Vita’s kamer, de keuken en de woonkamer?
A
Vita’s kamer ligt op de 2e verdieping, de keuken en de woonkamer liggen op de begane grond.
B
Vita’s kamer ligt op de 2e verdieping, de keuken in de kelder en de woonkamer op de begane grond.
C
Vita’s kamer ligt op de zolder, de keuken en de woonkamer liggen op de begane grond.
D
Vita’s kamer ligt op de 1e verdieping, de keuken en de woonkamer liggen op de begane grond.

Slide 35 - Quizvraag

11c. Wat denk je over als je leest hoe haar kamer eruitziet?
Wat voor type is zij?
A
Netjes en geordend.
B
Vita is gothic, want haar muren zijn paars en zwart geverfd.
C
Vita is een sloddervos, want het is een rommel. Op haar kamer.
D
Vita is chill.

Slide 36 - Quizvraag

11d. Wat denk je over het huis waar Rosa au-pair is?


Slide 37 - Open vraag

12a. Waarvan schrikt Rosa zo aan het eind van het fragment, denk je?

Slide 38 - Open vraag

Terugkijken.
14a. Welk fragment spreekt je het meest aan?
A
Virus
B
Rosa

Slide 39 - Quizvraag

Terugkijken.
14b. Welk boek lijkt je het meest een avonturenverhaal?
A
Virus
B
Rosa

Slide 40 - Quizvraag

Terugkijken.
14c. Ben je anders over avonturenboeken gaan denken na deze paragraaf?
A
Ja, mijn mening is veranderd, want het lijkt me toch wel leuk om een avonturenboek te lezen.
B
Ja, mijn mening is veranderd, want vroeger vond ik avonturenboeken leuk, maar ik zou ze nu niet meer willen lezen.
C
Nee, mijn mening is nog hetzelfde: avonturenboeken waren leuk en blijven leuk.
D
Nee, mijn mening is nog hetzelfde: avonturenboeken waren saai en dat vind ik nog steeds.

Slide 41 - Quizvraag

Terugkijken.
14d. Welk boek zou je helemaal willen lezen: Virus en/of Rosa?

A
Geen van beiden.
B
Virus en Rosa
C
Virus.
D
Rosa.

Slide 42 - Quizvraag

Einde

Bedankt voor  jouw aandacht en bijdrage.


Goed gewerkt!

Slide 43 - Tekstslide