cross

H4 - Literatuur cursus 1

Informatie vooraf 
  • boeken: Laagland theorieboek & verwerkingsboek
  • cursus 1 t/m 7 
  • tentamen: 6 december 
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Informatie vooraf 
  • boeken: Laagland theorieboek & verwerkingsboek
  • cursus 1 t/m 7 
  • tentamen: 6 december 

Slide 1 - Tekstslide

1.1 Lezers
Er zijn verschillende redenen om te lezen. Zo'n reden wordt een leesmotivatie genoemd. Enkele voorbeelden: 
  • ter plezier, ontspanning 
  • ontsnappen aan de werkelijkheid
  • nieuwsgierig zijn  (bijv. hoe het afloopt) 
  • om jezelf beter te leren kennen, door jezelf te herkennen in het verhaal (je kan je identificeren met een personage) 
  • om dingen over anderen te leren (je leert je inleven in anderen) 

Slide 2 - Tekstslide

1.1 Lezers 
Je hebt waarschijnlijk een voorkeur voor bepaalde boeken. Iedereen kan een andere smaak hebben. Die smaak blijft niet altijd hetzelfde. Je maakt smaakontwikkeling door. Dat wil zeggen: je blijft niet  altijd dezelfde boeken leuk/mooi vinden. 

De verschillen in smaak kunnen met de volgende factoren te maken hebben: leeftijd, opleiding, etnische achtergrond, seks, geaardheid

Slide 3 - Tekstslide

1.1 Lezers 
Als je een verhaal gaat lezen, heb je bepaalde verwachtingen. 
Voor het lezen: 
  • gehoord van anderen 
  • genre
  • titel en boekomslag
  • achterflap
Tijdens het lezen: 
  • suggesties en vermoedens 
  • identificatie 

Slide 4 - Tekstslide

1.2 literaire teksten
Literaire teksten zijn anders dan andere teksten. Ze zijn meerduidig. Zakelijke teksten zijn eenduidig. 

eenduidig = de informatie wordt zo duidelijk mogelijk aan jou gepresenteerd. Je hebt na afloop geen vragen meer. 
meerduidig = dingen zijn niet direct duidelijk (open plekken), niet alles is zwart/wit, goed/fout, je kan het verhaal verschillende betekenissen geven. 

Slide 5 - Tekstslide

1.2 Literaire teksten
Open plekken kunnen op verschillende manieren ontstaan: 
  • informatieachterstand 
  • suggesties, vermoedens, verwachtingen
  • gedrag van personages 
  • titel 
Je hebt dan ook open eindes en gesloten eindes in verhalen. 

Slide 6 - Tekstslide

0

Slide 7 - Video

(non-)fictie
  • non-fictie = betrouwbaar en geloofwaardig (krantenartikel, lesboektekst)
  • fictie = verzonnen of de werkelijkheid is aangepast, hoeft niet waar te zijn 

Slide 8 - Tekstslide

  • waargebeurde verhalen 
  • bijzondere vertelstijlen 
  • heftige verhalen 

Op de volgende 2 dia's: link naar informatie over het boek
en link naar interview met de schrijver (spoilers!)





Lieveling van Kim van Kooten 
Puck is zijn lieveling.
Het is hun geheim.

Leestip als je houdt van....

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Link

Slide 11 - Link

Soorten 
Proza 
  • roman (+ 100 pagina's)
  • novelle (80-100 pagina's)
  • kort verhaal (minder dan 80 pagina's) 
Poëzie 
  • gedichten, te herkennen aan: versregels, strofen, witregels
Toneel 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Reactie op een tekst 
Eerste reactie 
  • betekenis of thema van het verhaal vind je 'spontaan' 

Analyseren
  • bewust zoeken naar betekenis > cursus 2! 

Slide 14 - Tekstslide

Oefeningen bij cursus 1
  1. Welke motivatie hebben mensen om literatuur te lezen? Noem er drie.
  2. Wat zijn suggesties in verhalen?
  3. Literatuur is meerduidig. Wat betekent dat?
  4. Wat zijn open plekken? Hoe ontstaan ze?
  5. Wat is het verschil tussen fictie en non-fictie?
  6. Noem twee kenmerken van proza.
  7. Noem twee kenmerken van poëzie.
  8. Spreekt het boek dat je gekozen hebt je aan?

Slide 15 - Tekstslide