cross

titularisuurtje 26/3

Omschrijf met 1 woord hoe jij voelt in deze coronatijden.
1 / 25
volgende
Slide 1: Woordweb
Maatschappelijke vormingSecundair onderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslide en 1 video.

Onderdelen in deze les

Omschrijf met 1 woord hoe jij voelt in deze coronatijden.

Slide 1 - Woordweb

Met welke activiteiten vul jij je dagen?

Slide 2 - Open vraag

A = waar
B = niet waar

Slide 3 - Tekstslide

Tot nu toe genezen de meeste mensen weer van een infectie met het nieuwe coronavirus... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Kunnen middelen als paracetamol en ibuprofen helpen tegen het virus?
A
Nee, paracetamol en ibuprofen helpen niet om van het virus te genezen, maar kunnen klachten van koorts en hoofdpijn verminderen.
B
Nee, paracetamol en ibuprofen kunnen de klachten wat verminderen, maar helpen niet om van het virus te genezen.

Slide 5 - Quizvraag

Je kunt het virus binnenkrijgen via mond, neus én ogen... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Door hoesten en niezen komt het virus via kleine druppeltjes in de lucht terecht, waar het blijft zweven en zich verder kan verspreiden... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Deze druppeltjes kunnen tot wel 10 meter door de lucht vliegen voordat ze naar beneden vallen... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Het maakt niet uit of je je handen wast met zeep of dat je handgel gebruikt... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Zeep werkt effectiever tegen het virus dan handgel... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Het dragen van een papieren mondkapje beschermt je niet of amper... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Coronavirussen hebben een dier of een mens nodig om 'in leven te blijven'... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Het is dus onzin dat je van winkelwagens, leuningen, geld of deurklinken besmet kunt raken... Klopt dat?
A
Ja, dat is onzin!
B
Nee, dat is geen onzin!

Slide 13 - Quizvraag

Als je het virus bij je draagt en (nog) geen of milde klachten hebt, kun je al besmettelijk zijn... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Hoe zieker je bent (door het virus), hoe meer virus je kunt verspreiden... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Als je denkt dat je besmet bent, ga dan zo snel mogelijk naar je huisarts... Goed of fout?
A
Goed
B
Fout

Slide 16 - Quizvraag

Je moet binnen blijven? Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Zwangere vrouwen moeten zich meer zorgen maken dan niet-zwangere vrouwen... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Hoe ouder je bent, hoe erger de gevolgen van een besmetting kunnen zijn... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Als je gezond leeft, raak je minder snel besmet dan iemand die ongezond leeft... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Als je je beter voelt en 24 uur geen gezondheidsklachten meer hebt gehad, ben je genezen van het coronavirus... Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Je mag met je vrienden afspreken op het skatepark?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Je mag met één vriend afspreken op het skatepark? Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quizvraag

Je mag met je vriend(in) naast elkaar op de bank zitten?
A
Ja, lekker close bij elkaar.
B
Ja, op een meter van elkaar.
C
Ja, op anderhalve meter van elkaar.
D
Nee, dat mag niet meer.

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Video