cross

Woordsoorten - HV2

Doelen deze les
- Jullie kennis van woordsoorten opfrissen;
- Enkele nieuwe woordsoorten leren;
- Woorden benoemen in een correcte Nederlandse zin.
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Doelen deze les
- Jullie kennis van woordsoorten opfrissen;
- Enkele nieuwe woordsoorten leren;
- Woorden benoemen in een correcte Nederlandse zin.

Slide 1 - Tekstslide

Wat denk jij wat ik bedoel met woordsoorten benoemen?

Slide 2 - Open vraag

Schrijf een lidwoord op.

Slide 3 - Open vraag

Schrijf een zelfstandig naamwoord op.

Slide 4 - Open vraag

Een woord dat iets zegt over een zelfstandig naamwoord noemen we

Slide 5 - Open vraag

Schrijf iets op in deze volgorde: lidwoord (lw), bijvoeglijk naamwoord (bn) en zelfstandig naamwoord (zn)

Slide 6 - Open vraag

Zelfstandig naamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Aanwijzend voornaamwoord
Poep
Deze
Jij

Slide 7 - Sleepvraag

Het woordje 'uit' is een:
A
Bijwoord
B
Voorzetsel
C
Wederkerig voornaamwoord
D
Lidwoord

Slide 8 - Quizvraag

Zelfstandig werkwoord/hulpwerkwoord
Een zelfstandig werkwoord = een werkwoord dat een actie aangeeft. 
Een hulpwerkwoord (hww) = een werkwoord dat helpt het gezegde te vormen. Geeft geen actie aan.

Slide 9 - Tekstslide

'Meneer Hendriks heeft afgelopen dinsdag gejuicht voor Ajax.' Het zelfstandig werkwoord in deze zin is:
A
heeft
B
gejuicht
C
heeft gejuicht
D
PSV is kut

Slide 10 - Quizvraag

'Clara koopt een Chromebook.' Koopt is:
A
Een zelfstandig werkwoord
B
Een hulpwerkwoord

Slide 11 - Quizvraag

Opdracht in Classroom
Stap 1: Ga naar onze Google Classroom
Stap 2: Klik op de afbeelding 'woordsoorten havovwo 2.png' en lees de uitleg door.
Stap 3: Open 'woordsoorten opdrachten' en maak deze opdrachten in je schrift. Deze twee opdrachten zijn huiswerk voor maandag 30 september.

Slide 12 - Tekstslide

Reflectie op de les

Slide 13 - Tekstslide

Gisteren is een:
A
Zelfstandig naamwoord
B
Bijvoeglijk naamwoord
C
Aanwijzend voornaamwoord
D
Bijwoord

Slide 14 - Quizvraag

Uit de mooie school. De juiste volgorde is:
A
voorzetsel, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord, lidwoord
B
lidwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord
C
voorzetsel, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord

Slide 15 - Quizvraag