cross

2-3 Elektrische energie vervormen

Elektrische energie 
vervormen (blz. 72)
Benodigheden
- Boek, schrift, iPad
- Pen, potlood, geo
- Rekenmachine


Tassen in
de tassenkast
Telefoons in de telefoontas
Bluetooth 
- AAN
- VPN uit
    SPOORBOEKJE:
- Lesdoelen (5 min)
- Uitleg (20 min)
- Zelf proberen (10 min)
- Afsluiten (5 min)

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Elektrische energie 
vervormen (blz. 72)
Benodigheden
- Boek, schrift, iPad
- Pen, potlood, geo
- Rekenmachine


Tassen in
de tassenkast
Telefoons in de telefoontas
Bluetooth 
- AAN
- VPN uit
    SPOORBOEKJE:
- Lesdoelen (5 min)
- Uitleg (20 min)
- Zelf proberen (10 min)
- Afsluiten (5 min)

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen:
  • Bereken de energie dat verloren gaat als elektricitiet vervoerd wordt met de formule:
  • Leg uit wat de spanning in het elektriciteitsnet is.
  • Leg uit hoe een transformator werkt.
  • Gerbruik de formule
      om de spanning of aantal windingen
      in een spoel te berekenen
P=I2R
UsUp=NsNp

Slide 2 - Tekstslide

Transportverliezen
Kabels worden warm - En dan is er energie verlies door weerstand. 

P = Vermogen (W) energieverlies per seconde
I = Stroom (A)
R = Weerstand (      )
Berperk verlies door I zo klein mogelijk te maken.
P=I2R
Ω

Slide 3 - Tekstslide

Hoe maak je de stroom kleiner?
Door de spanning te vergroten.

Volgens de formule

Als de spanning groter wordt, dan wordt de stroom kleiner.
  • Toch kan stroom oplopen tot 90 graden in hoogspanningskabels.
P=UI

Slide 4 - Tekstslide

Elektriciteitsnet:
  • Als stroom door een kabel gaat, wordt de kabel warm.
          Energieverlies: minder elektrische engergie over voor 
                                           eindgebruikers
  • Om zo weinig mogelijk energie te verliezen moet de stroom over een zo hoog mogelijke spanning vervoerd worden (minder warmte).

Slide 5 - Tekstslide

Elektriciteitcentrale

Transformators



380kV
10kV
230 V
20kV

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Soorten spanning
  • Het lichtnet heeft geen gelijkspanning (zoals in batterijen en accu's) maar wisselspanning (wat voortdurend op en neer gaat/ 50 keer per seconde, frequentie is 50 Hz)

Slide 8 - Tekstslide

Waarom wordt de spanning verhoogd als het over lange afstanden vervoerd wordt?
A
Voor veiligheid
B
Om energieverlies te voorkomen
C
Om een frequentie van 50 hz te krijgen
D
Dat is wat apparaten nodig hebben

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de spanning van de elektriciteit in onze huizen?
A
20 kV
B
380 kV
C
10 kV
D
230 V

Slide 10 - Quizvraag

Werking van een transformator
Transformator bestaat uit twee spoelen van geisoleerd koperdraad om een weekijzeren kern.
  • Primaire spoel wordt verbonden met het 
       lichtnet, secundaire spoel met het apparaat.
  • Wisselstroom gaat door de primaire spoel, 
       die wordt een elektromagneet.
  • Weekijzere kern wordt hierdoor gemagnetiseerd.

Slide 11 - Tekstslide

Werking van een transformator (2)

  • Gevolg - er ontstaat in de 
secundaire spoel een 
veranderend magneetveld, 
wat een lagere wisselspanning 
opwekt.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Hoe zijn de spoelen aan elkaar gekoppeld?
A
Magnetisch
B
Elektrisch

Slide 14 - Quizvraag

Formule
UsUp=NsNp
      = spanning primaire spoel
      = spanning secundaire spoel
      = aantal windingen
          primaire spoel
      = aantal windingen
          secundaire spoel
Up
Us
Np
Ns

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Probeer opgaven 17 (blz. 77)

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

             MAAK DE VOLGENDE OPGAVE
           16 (blz. 77)
ALS JE KLAAR BENT: 
timer
5:00
REGELS:
  • Als je het niet af krijgt is het huiswerk
Voor extra oefening maak opgaven 24 (blz. 79)

Slide 21 - Tekstslide

Samenvatting:
Het verlies aan energie kan berekend worden met de formule:


En berekeningen met transformators kan je maken met de formule:
P=I2R
UsUp=NsNp

Slide 22 - Tekstslide