cross

h 4 stoffen en atomen 3 tl

hst 4
 nieuwe stoffen maken: opbouw van stoffen 
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

hst 4
 nieuwe stoffen maken: opbouw van stoffen 

Slide 1 - Tekstslide

  • welk natuurverschijnsel zie je hier?
  • natuurkunde of scheikunde?
  • alle faseovergangen zijn natuurkundige verschijnselen
  • dus rijpen ook

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

de stof water (H2O
(l))bestaat uit water moleculen 
  • molecuul = kleinste deeltje van een stof dat nog alle eigenschappen van die stof heeft. 
  • het water molecuul bestaat  uit nog kleinere deeltjes die atomen heten
  • 1 molecuul water bestaat uit 2 waterstof (H) atomen en 1 zuurstof (O) atoom. 


Slide 4 - Tekstslide

chemische reacties
de moleculen uit de beginstof(fen) worden afgebroken en er worden nieuwe moleculen opgebouwd.
beginstof(fen)--> eindproduct(en)

Slide 5 - Tekstslide

les 2 programma cluster 1
  • dossier afmaken nakijken + verbeteren met andere kleur (5 min)
  • uitleg inlever opdracht (= hw voor donderdag)
  • herhaling uitleg par 2 (10 min)
  • nakijken daarna afmaken par 2
  • uitdelen stencil symbolen so is op 21 feb links en rechtsom leren 

Slide 6 - Tekstslide

chemische reacties kun je herkennen aan:
  • blijvende verandering van stofeigenschappen
  • ontstaan warmte, van licht of van geluid
  • onverwachte faseovergangen (b.v. vloeistoffen stollen bij verwarmen i.p.v. te verdampen of 2 vaste stoffen gemengd worden samen vloeistof)

Slide 7 - Tekstslide

soorten  reacties
grofweg bestaan er 3 soorten reacties:
  1. ontledingsreactie:
    één beginstof-> meer eindproducten  
  2. verbrandingsreactie:  beginstof+zuurstof-> eindproduct(en) 
  3. overige vormingsreacties 

Slide 8 - Tekstslide

ontledingsreacties alle namen eindigen op (.............lyse),
Ontleden kan met:
  1.  warmte: dit heet Thermolyse
  2.  licht:dit heet  Fotolyse
  3. elektricteit: dit heet Elektrolyse
  4. bij de elektrolyse van water ontstaan H2=waterstofgas (blaffend geluid bij verbranden) en O2= zuurstof (laat gloeiend voorwerp feller branden)

Slide 9 - Tekstslide

organische stoffen
  • bevatten altijd C en H atomen.
  • Bij thermolyse: organische stof--> koolstof(s)+water(l)+witte rook(g)
  • Bij volledig verbranden: organische stof +zuurstof(g)--> koolstofdioxide(g)+water(g)
  • Bij onvolledige verbranding: organische stof +zuurstof(g)--> koolstof + koolstofmonoxide(g)+water(g

Slide 10 - Tekstslide

programma cluster 1: 14 feb
  • herhaling organische stoffen: verschil tussen 
    (Volledig/onvolledig) verbranden en ontleden (5 min)
  • nakijken hw(t/m 20) in stilte en alvast verder werken aan nieuwe hw (8 min). Inleveren opdracht mengen/scheiden.
  • uitleg par 3 en overnemen brenda regel: (15 minuten)
  • verder werken aan hw: leren 4.1 t/m 4.3 en maken t/m 37 (bij 33 zoek je thuis m.b.v. internet de toepassingen op)

Slide 11 - Tekstslide

volledige verbranding koolwaterstoffen (=verbinding die koolstof en waterstofatomen bevat)
  • Kleurloze of blauwe vlam
  • onstaat waterdamp H2O(g) + koolstofdioxide CO2(g)  
  • deze gassen zorgen voor versterkt broeikaseffect
  • brand blussen is 1 van de 3 voorwaarden weghalen (zuurstof,brandstof, ontbrandingstemperatuur)

Slide 12 - Tekstslide

Onvolledige verbranding koolwaterstoffen
  • Oranje of gele vlam  
  • onstaat waterdamp, koolstof (=roet) en koolstofmonoxide 
  • koolstofmonoxide CO(g)(=kolendamp) is dodelijk! 
  • CO(g)is zwaarder dan lucht (net als koolstofdioxide), kleur- en geurloos en voorkomt opname van zuurstof -> je stikt
Onvolledige verbranding

Slide 13 - Tekstslide

verschil verbranden en ontleden met warmte(=thermolyse) van organische stoffen 
  • ontleden maar 1 beginstof er kan geen of te weinig zuurstof bij waardoor de stof niet verbrandt. Dus thermolyse :
    organische stof -----> koolstof+ water+ rook 
  • verbranden, zuurstof is de 2e beginstof : organische stof + zuurstof---> eindproducten  

Slide 14 - Tekstslide

zelfstandig nakijken/verder werken in stilte
inleveren opdracht mengen en scheiden met je naam erop
timer
10:00

Slide 15 - Tekstslide

les 3: atomen  zijn de bouwstenen van moleculen
  • een ander woord voor atoom = element
  • er bestaan iets meer dan 110 verschillende elementen
  • elk element heeft een afkorting
  • elk element begint met een hoofdletter, soms gevolgd door een kleine letter b.v. He=helium

Slide 16 - Tekstslide

de ontleding van water
  • molecuulformule water: H2O(l)
  • de 2 is hier de index van H
  • die geeft: in 1 molecuul water zitten  2 atomen waterstof 
  • de stof waterstof=H2(g)
  • de stof zuurstof= O2(g)
  • de stof O bestaat niet
  • dus moet je minstens 2 moleculen water ontleden

Slide 17 - Tekstslide

atomen  zijn de bouwstenen van moleculen
  • atomen kunnen een binding aangaan met atomen van hun eigen soort bv. O2
  • of met atomen van een andere soort, H2O, alleen dan noem je het een verbinding

Slide 18 - Tekstslide

programma 18 februari cluster 2
  • Brenda regel
  • vragen huiswerk  t/m 30?
  • 39 en 40 samen op het bord
  • zelfstandig nakijken en verder werken aan paragraaf 4 
  • so stencil uitdelen en opgeven
  • ......

Slide 19 - Tekstslide

Brenda regel: Ezelsbruggetje 
  •  Alleen verbindingen (=moleculen met twee of meer verschillende atoomsoorten)zijn ontleedbaar. bv. H2O en CO2
  • De stoffen uit de Brenda regel vormen moleculen met twee dezelfde atomen en zijn dus nietontleedbaar .
  • Brenda (Br2(l)= broom) Houdt (H2(g)=waterstof) Naakt (N2(g)=stikstof) Feesten (F2(g=fluor) In (I2(s)=Jood) Ons (O2(g)=zuurstof) Clubhuis(Cl2(g) =chloor)

Slide 20 - Tekstslide

periodiek systeem en lijst met atoomsoorten in Binas
  • de lijst met atoomsoorten gebruik je om afkortingen en en andere informatie van elementen snel op te zoeken.
  • periodiek systeem is indeling van atoomsoorten op basis van atoommassa en eigenschappen 

Slide 21 - Tekstslide

programma 20 februari cluster 1
  • so
  • vragen hw of theorie ?
  • samen tabel 3 van opg 33  invullen
  • samen opg 39 en 40 maken 
  • nakijken en verbeteren hw

Slide 22 - Tekstslide

les 4 en 5 maart
  • uitleg opstellen reactievergelijkingen en kloppend maken.
  • via voorbeelden op bord  (65 a, c, e samen )
  • verder werken aan hw = leren par 4 en 5 en maken: 43, 46, 47, 48 t/m 50, 53, 54,55, 58, 59, 61 t/m 64 

Slide 23 - Tekstslide

reactieschema opstellen
(zie ook stencil in som)
  • noteer de vergelijking in woorden (denk aan verbranden zuurstof nodig, ontleden 1 beginstof, alle stoffen uit Brenda regel met zijn tweetjes enz.)
  • molecuulformules in symbolen met toestandsaanduidingen.(let op: (aq)
  • de index  (mag je nooit veranderen, b.v. H2O=water bestaat uit 2 waterstof(H) atomen en  1 zuurstof(O) atoom)
  • het aantal moleculen = de coefficient mag je wel veranderen
  • controleer: voor en na reactie van elke soort evenveel atomen? Zo nee? dan kloppend b.v  met de "boekhoudmethode" 


Slide 24 - Tekstslide

boekhoudmethode=reactievergelijking kloppend maken
  1.  beide kanten van pijl zelfde atoomsoorten en van elk  evenveel
  2. alleen  coefficient(=aantal moleculen) mag veranderen
  3. een molecuul dat uit  1 atoomsoort altijd als laatste
  4. O2, Br2 enz  levert altijd een even getal. Dus aan andere kant pijl oneven aantal van deze atomen? Dan alvast even maken
  5. begin (in principe) met  molecuul waar het grootste aantal atomen inzit.
  6. atomen die in verschillende moleculen zitten mag je niet zomaar bij elkaar optellen. zie werkbord verder

Slide 25 - Tekstslide

les 11 en 12  maart
hw controle = nakijken in stilte
  • ( hw was maken : 43, 46, 47, 48 t/m 50, 53, 54,55, 58, 59, 61 t/m 64, )
  •  Let op: toets in activiteiten week.
  • wat moet besproken worden? 
  •  filmpje braniac 
  • samen opg 65 f 
  • verder werken met hw: afmaken 65 helemaal (niet snappen is voorbereiden volgens boekhoudmethode),  66 t/m 69, 70,71,75 t/m 83 en leren par 1 t/m 5 (inhalen/herkansen so a.s. do na 7e uur

Slide 26 - Tekstslide

brainiac alkalimetalen groep 1
Dus alle metalen 

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

les 14 maart
  • hw was:  leren paragraaf 1 t/m  5 maken t/m 71
  • klassikaal bespreken eerste 10 minuten, begin met tabel 2 paragraaf 5, daarna in stilte rest nakijken en verder werken
  • hw : maken paragraaf 6  en leren par 1 t/m 6(overhoren mondeling)
  • in activiteiten week toets hst 4!!

Slide 29 - Tekstslide

programma 21 maart
  • overhoren mondeling (5 minuten)
  • zelf nakijken in stilte en noteer wat je besproken wilt hebben, (10 minuten). Klaar? Dan mag je alvast leren.
  • bespreken moeilijke opgaves 
  • proef natrium gaat fout
  •  oefenen met quiz.
  • morgen plusuur 8.15 (inschrijven)

Slide 30 - Tekstslide

nakijken in stilte
timer
10:00

Slide 31 - Tekstslide

welke uitspraak over de stof zuurstof is juist
A
zuurstof is een ontleedbare stof
B
zuurstof is een niet ontleedbare stof
C
de juiste molecuulnotatie is O
D
de juiste atoomnotatie is O2

Slide 32 - Quizvraag

Wat verandert er bij reacties?
A
de kleur is na de reactie anders
B
de massa is na de reactie anders
C
de fase is na de reactie anders
D
de stofeigenschappen van de begin en eindstoffen zijn anders

Slide 33 - Quizvraag

Welke van de volgende reacties is een ontledingsreactie?
A
Water --> Waterstof + Zuurstof
B
koolstof + zuurstof --> koolstofdioxide
C
Koper + Zuurstof --> Koperoxide
D
Zwaveldioxide+ water --> Zwavelzuur

Slide 34 - Quizvraag

2 C6H14 + 13 O2--> 12 CO + 14 H2O
Wat voor soort reactie is dit?
A
Verbranding
B
Ontleding
C
Vorming
D
Thermolyse

Slide 35 - Quizvraag

Bij de elektrolyse van water ontstaat waterstofgas. Welke uitspraak daarover is waar?
A
waterstofgas is zeer explosief en maakt een "blaffend geluid"
B
waterstofgas is heel brandbaar en laat een gloeiende spaander branden
C
als je waterstofgas afkoelt ontstaat er waterdamp
D
waterstofgas wordt ook wel knalgas genoemd

Slide 36 - Quizvraag

de juiste symbolen van de atoomsoorten zink, calcium en broom zijn:
A
Zn, Ca, B
B
Zn, C, B
C
Zn, C, Br
D
Zn, Ca, Br

Slide 37 - Quizvraag

In de volgende reactievergelijking is het cijfer 2 (eigenlijk klein!) dat achter de O staat:
2 Ca + 1 O2 --> 2 CaO
A
de coëfficiënt
B
het element
C
de index
D
de verbinding

Slide 38 - Quizvraag

bij het verhitten van suiker in een reageerbuis ontstaan koolstof, water en witte rook. Deze reactie was:
A
elektrolyse van suiker
B
thermolyse van suiker
C
verbranding van suiker
D
een vormingsreactie

Slide 39 - Quizvraag

In het plaatje zie je:
A
een verbinding die ontleed in twee ontleedbare stoffen
B
6 moleculen van een verbinding die ontleden in 2 niet-ontleedbare stoffen
C
6 moleculen van de ene stof die veranderen in 9 nieuwe stoffen
D
6 moleculen en 9 atomen

Slide 40 - Quizvraag

Sommige branden moeilijk te blussen!
In het filmpje van braniac zag je al dat sommige metalen heel reactief zijn. Bij het blussen van deze metaalbrand   kun je daarom niet zomaar elk blusmiddel gebruiken.Bekijk maar eens het filmpje! 

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Video

Als je brandend magnesium  wilt blussen met koolstofdioxide ontstaat het witte poeder magnesiumoxide (MgO(s)) en een zwarte vaste stof.

  1. Noteer deze reactievergelijking in woorden
  2. Noteer de vergelijking in symbolen (ook toestandsaanduidingen!)
  3. Maak de reactievergelijking kloppend
  4. Wat was de vaste zwarte stof?

Slide 43 - Tekstslide

uitwerking magnesium met koolstofdioxide blussen:
  1. magnesium + koolstofdioxide--> wit poeder + zwarte stof
  2. in symbolen 
    Mg(s)+CO2(s)->  MgO(s) + C(s)  (de zwarte vaste stof weet je niet maar volgens wet van behoud van massa moet dat wel C zijn)     
    (Mg pakt het zuurstof uit de CO2 --> C blijft over)
  3. kloppend maken:
    2 Mg(s)+ CO2(s)->  2 MgO(s) + C(s)
  4. de zwarte stof was koolstof

Slide 44 - Tekstslide