Hoe kunnen wij individuele atomen bekijken?
Ondertitel
Hoe kunnen wij individuele atomen bekijken?
Quantum tunnelen en de Scanning Tunneling Microscope

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

In deze les wordt de Scanning Tunneling Microscope besproken als toepassing van quantum tunneling. Vanuit de golffunctie in een oneindige put wordt de stap gemaakt naar de golffunctie in een eindige put, de betekenis van de golffunctie in relatie tot de waarschijnlijkheidsverdeling. Vandaaruit wordt het tunnelen besproken, Het slot van de les wordt gewijd aan het ontwerp van de STM: waarom is er gekozen om de tip mee te laten bewegen met de hoogteverschillen aan het oppervlak?

Instructies

Voorkennis van leerlingen
Energieniveaus, golffuncties, waarschijnlijkheid, deeltje in het doosje

Voorbereiding van de docent
  • Neem de les een keer door.

Leerdoelen/vaardigheden
  • De leerling kan uitleggen hoe quantum tunneling de waarneming van individuele atomen mogelijk maakt
  • De leerling kan  de werking van een Scanning Tunneling Microscope (STM) beschrijven
  • De leerling kan uitleggen waarom de tip van een STM meebeweegt met het materiaaloppervlak

Aansluiting curriculum
Quantum tunnelling is een onderwerp dat in het reguliere curriculum zit. Deze les haakt daarbij aan, en maakt de extra engineering stap: ontwerpkeuzes om naar een functioneel instrument te komen. 
Deze les hoort bij Domein F1 Quantumwereld.


Feedback
De makers van deze les willen graag weten wat je van de les vond. Ga daarvoor naar de (korte) vragenlijst. Heel veel dank!

Onderdelen in deze les

Ondertitel
Hoe kunnen wij individuele atomen bekijken?
Quantum tunnelen en de Scanning Tunneling Microscope

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 1. Wat is creativiteit?
Informatie voor de docent
Benodigdheden
Iconen







Zet het vinkje 'toon bij leerling' aan
Toon notities bij elke dia
Navigeren door de les
Vergroot een afbeelding
Klik hier
Hotspot met meer informatie
Vooraf
De les wordt klassikaal gegeven, zodra quantumtunnelling aan bod is. 

Slide 2 - Tekstslide

.
Les 1. Wat is creativiteit?
Leerdoelen
Na deze les... 
  • kun je uitleggen hoe quantum tunneling de waarneming van individuele atomen mogelijk maakt
  • kun je de werking van een Scanning Tunneling Microscope (STM) beschrijven
  • kun je uitleggen waarom de punt van een STM meebeweegt met het materiaaloppervlak

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 4 - Video

Wat je ziet is een stop-motion filmpje. De afbeelding is opgebouwd uit puntjes, en de punten die je ziet zijn individuele atomen. 

Om individuele atomen zichtbaar te maken is een speciale techniek nodig: een speciaal soort microscoop. 

Er is ook een video waarin uitgelegd wordt hoe deze video is gemaakt: 
https://youtu.be/xA4QWwaweWA?si=ocSn-UYFvjWWFep- 

Hoe groot?
Wat is de orde van grootte van een atoom?
Een atoom is ongeveer 10... m groot
-2020

Slide 5 - Poll

Een waterstofatoom heeft een grootte van 10^-15 m. 
 
Maar hoe kunnen we het dan zien?
Dat kan met de Scanning Tunneling Microscoop. Daarmee zijn afzonderlijke atomen zichtbaar te maken. 

Vraag
Individuele atomen kunnen we waarnemen door de volgende golven te gebruiken:
A
Radiogolven
B
Röntgengolven
C
Gamma-golven
D
Geen van deze antwoorden

Slide 6 - Quizvraag

Om een voorwerp te kunnen zien, hebben we straling nodig met een golflengte die kleiner is dan de lengte van het waar te nemen voorwerp. 

Atomen zijn echter kleiner dan de golflengte van de straling die in de alternatieven A, B en C genoemd worden. 
Ook een elektronenmicroscoop voldoet niet: die produceert golflengtes in de orde van picometers. Dat is ook te groot. 

Met golven gaan we het dus niet redden: er is een alternatieve techniek nodig om individuele atomen te kunnen waarnemen. Die techniek is gebaseerd op quantum tunneling. 
Les 1. Wat is creativiteit?
1. Wat betekenen deze golffuncties en bijbehorende waarschijnlijkheidsverdeling?

2. In welke toestand is de kinetische energie het grootst?

Denk hier een minuut over na, en overleg hierna met je partner.
Oneindig diepe energieput
timer
1:00
Vooraf: 
Oneindig diepe energieput

Slide 7 - Tekstslide

Het doel van deze slide is het activeren van de voorkennis. Hierin is vooral belangrijk dat leerlingen weten wat de waarschijnlijkheidsverdeling betekent. De kinetische energie is het grootst in de toestand met het grootste aantal buiken. De golffunctie is een wiskundige beschrijving voor een toestand van het deeltje, van waaruit de waarschijnlijkheidsverdeling kan worden bepaald.
Het antwoord staat op de volgende dia.
Les 1. Wat is creativiteit?
Oneindig diepe energieput
1. Wat betekenen deze golffuncties en bijbehorende waarschijnlijkheidsverdeling?
  • Door de opgesloten golffunctie is een discreet aantal energieniveaus mogelijk.
    Het energieniveau bepaalt de vorm van de golffunctie.
  • De waarschijnlijkheidsverdeling beschrijft de kans dat een deeltje zich in een bepaald gebied bevindt

2. In welke toestand is de kinetische energie het grootst?
  • Hoe groter de kinetische energie, hoe kleiner de golflengte
Oneindig diepe energieput

Slide 8 - Tekstslide

Met de golffunctie kan de toestand van een deeltje worden beschreven. De golffunctie is afhankelijk van de hoeveelheid energie die een deeltje bevat, zowel kinetische en potentiële energie. Deze energie kan niet alle waardes aannemen, maar komt in bepaalde energieniveaus.
De waarschijnlijkheidsverdeling kan bepaald worden aan de hand van de golffunctie. Het kwadraat van de golffunctie geeft de waarschijnlijkheidsverdeling. Hiermee kan bepaald worden wat de kans is dat een deeltje zich in een bepaald gebied bevind. 

Hoe groter de kinetische energie van het deeltje, hoe kleiner de golflengte. 
Les 1. Wat is creativiteit?
Vooraf:
Energie van een klassiek deeltje
Denk aan een bal en een heuvel.

Wanneer een deeltje over een
potentiële energiebarrière wil, moet het genoeg kinetische energie hebben.

Heeft de bal te weinig kinetische energie, dan kan hij onmogelijk over de heuvel (barrière) heen.

Slide 9 - Tekstslide

Vergelijk met een klassiek deeltje. De heuvel correspondeert met de potentiële energie. Als een deeltje (een bal) over de heuvel wil komen moet het genoeg energie hebben. Als het deeltje te weinig energie heeft, kan het deze barrière niet overbruggen.

De volgende stap is: hoe ziet zo'n 'heuvel' er voor een elektron uit?
Opdracht
Hoe groot is de kans dat het deeltje zich in het gekleurde gebied bevindt?
Oneindig diepe energieput - Kans
Hoge kans
Gemiddelde kans
Lage kans

Slide 10 - Sleepvraag

Toepassen van de antwoorden op dia 8

In de figuren staat het kwadraat van de golffunctie op de verticale as. De oppervlakte van het gekleurde deel geeft de kans dat het deeltje in dat gebied zit.
Bij fig. 2 is de kans het grootst, bij fig. 3 is de kans het kleinst. Fig. 2 zit daar tussenin. 
Les 1. Wat is creativiteit?
Potentiële energie van een alfadeeltje
De potentiële energie voor een alfadeeltje binnen een atoomkern is negatief. 

De potentiële energie buiten het atoom is positief en omgekeerd evenredig met de afstand.

Potentiële energie van een alfadeeltje

Slide 11 - Tekstslide

De potentiële energie van een alfadeeltje dat zich binnen een atoomkern bevindt is negatief. Dit komt doordat het energie kost om het alfadeeltje los te maken van de kern. Daarvoor zorgt de sterke kernkracht.
Buiten het atoom is de potentiële energie een gevolg van de afstotende coulombkracht tussen het alfadeeltje en de kern van het atoom, die omgekeerd evenredig is met de afstand met het atoom.

Deze dia kan eventueel ook achterwege gelaten worden. 

Les 1. Wat is creativiteit?
Potentiële energie van een elektron
Potentiële energie voor een elektron binnen een atoom is negatief. 

Potentiële energie buiten het atoom is negatief en omgekeerd evenredig met de afstand.


Potentiële energie van een elektron

Slide 12 - Tekstslide

De potentiële energie van een elektron dat zich binnen een atoom bevindt is negatief. Dit komt doordat het energie kost om het elektron los te maken van het atoom. Buiten het atoom is de potentiële energie een gevolg van de aantrekkingskracht tussen het elektron en de kern van het atoom, die omgekeerd evenredig is met de afstand met het atoom. 


Les 1. Wat is creativiteit?
Als energieputten overlappen

Wanneer 2 atomen dichtbij elkaar zijn, met een vacuüm ertussen, creëer je overlap in de potentiële energieputten.

Dit zorgt voor een eindige barrière.

Klassiek gezien kunnen elektronen vanwege deze barrière niet van het ene atoom naar het andere atoom. 
         Ze hebben te weinig kinetische energie.
Als atomen elkaar naderen, gaan de energieputten overlappen en ontstaat een eindige barrière.

Slide 13 - Tekstslide


Wanneer twee atomen dicht bij elkaar komen, gaan hun energieputten overlappen. De gezamenlijke put krijgt een nieuwe vorm. Deze kan (vereenvoudigd) gezien worden als een put met eindige diepte en een barrière in het midden. 
Opdracht
Hoe groot is de kans dat het deeltje zich in het rode gebied bevind?
Barrière bij een eindig diepe put
Hoge kans
Gemiddelde kans
Lage kans

Slide 14 - Sleepvraag

Rechts van de barrière is een golffunctie (met een lage amplitude),  dus bestaat er een (kleine) kans dat een deeltje zich naast de barrière bevindt. Hierdoor is het mogelijk dat het deeltje door de barrière heen tunnelt naar de andere kant van de barrière.
De tunnelkans is afhankelijk van de hoogte van de barrière, maar ook van de breedte van de barrière. 


Vraag
Een vacuüm is een ruimte zonder materie.
Waarom is het quantummechanisch gezien wel mogelijk dat er stroom loopt door een vacuüm?

Slide 15 - Open vraag

De uitleg wordt gegeven op de volgende dia.
Les 1. Wat is creativiteit?
Tunnelen

De waarschijnlijkheidsverdeling loopt door in de barrière, terwijl de barrière hoger is dan de hoeveelheid energie van het elektron.

Wanneer de barrière eindig breed is, kan de waarschijnlijkheidsverdeling dus doorlopen tot na de barrière, er is dus een kans dat je het deeltje achter de barrière aantreft             het deeltje kan door de barrière heen tunnelen!

Tunnelkansen door een vacuüm vormen de basis van de Scanning Tunneling Microscoop

Slide 16 - Tekstslide

Zoals te zien is bestaat er volgens het wiskundig model een kleine kans dat een deeltje zich in de barrière bevind. 
Dit is puur een wiskundige consequentie. Het is niet zo dat het deeltje zich daar werkelijk kan bevinden. 

Dat de golffunctie na de barrière nog een amplitude heeft, betekent dat het mogelijk is dat het deeltje door de barrière heen tunnelt naar de andere kant van de barrière. 
De kans van tunnelen is afhankelijk van de hoogte van de barrière, maar ook van de breedte van de barrière. 

Het vacuüm vormt een barrière waar het elektron niet kan zijn, maar waar het wel doorheen kan tunnelen. 
Les 1. Wat is creativiteit?
Scanning Tunneling Microscope
  • De punt van de STM bestaat uit enkele atomen.
  • Vrije elektronen kunnen tunnelen van materiaal naar de punt van de STM
  • Hierdoor gaat er een stroom lopen
<a href="https://www.ibm.com/history/scanning-tunneling-microscope#:~:text=The%20scanning%20tunneling%20microscope%20(STM,structure%20of%20a%20gold%20crystal.">De STM is ontstaan uit een stukje frustratie.&nbsp;</a>

Slide 17 - Tekstslide

Doordat de STM een puntje heeft van enkele atomen, kunnen vrije elektronen van de waar te nemen stof door het vacuüm heen tunnelen. Deze elektronen zorgen ervoor dat er een stroom gaat lopen door de punt van de microscoop. Deze stroom kan gemeten worden. 

Wanneer je de stroomsterkte in beeld brengt, kun je individuele atomen waarnemen. Dat kan bijvoorbeeld door een hogere stroomsterkte donker te maken en een lagere stroomsterkte lichter te maken.

De volgende dia geeft daarvan een mooie animatie.

De hotspot linkt naar een website waar een stukje beschreven staat over de uitvinding van de STM.

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Les 1. Wat is creativiteit?
Breedte
De breedte van de barrière bepaalt de tunnelkans: hoe breder de barrière, hoe kleiner de tunnelkans. 

Bij de STM is de breedte van de barrière gelijk aan de afstand tussen de punt en de waar te nemen stof.

Hoe kleiner de afstand tussen de punt van de STM en het materiaal, hoe groter de tunnelkans

Slide 19 - Tekstslide

Naast de hoogte van de barrière, is ook de breedte van de barrière bepalend voor de tunnelkans. 
Hoe breder de barrière, hoe kleiner de tunnelkans, en hoe smaller de barrière, hoe groter de tunnelkans. 

Bij de STM is de afstand tussen de punt van de scanner en het materiaal gelijk aan de breedte van de barrière. 

Vraag
De gegenereerde stroomsterkte is afhankelijk van de afstand tussen de punt en het te bekijken atoom.
Welke grafiek geeft dit verband het beste weer?
A
B
C
D

Slide 20 - Quizvraag

De gegenereerde stroom neemt logaritmisch af met de afstand tussen de punt en het te bekijken atoom. Belangrijk hierin is dat de gegenereerde stroom dus erg snel afneemt m.b.t. de afstand.



Wat zou een risico kunnen zijn wanneer de punt van de microscoop op constante hoogte wordt gehouden?
Vraag

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag
Hoe zou je dit risico kunnen voorkomen?
Vraag

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Vraag
Wat is een nadeel bij het vergroten van de afstand?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Hoe kan ervoor gezorgd worden dat je toch in het steile gedeelte van de grafiek blijft?
Vraag

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Les 1. Wat is creativiteit?
De oplossing
De stroomsterkte wordt constant gehouden. 

Dat kan door de hoogte van de punt aan te passen, afhankelijk van de meting.

Slide 25 - Tekstslide

Er wordt een regelsysteem opgezet dat zorgt dat de stroomsterkte constant blijft. 

Zodra de punt dichter bij het oppervlak komt, en er dus een grotere stroomsterkte gemeten wordt, wordt de punt een beetje omhoog getrokken zodat de stroomsterkte weer verlaagd wordt tot de gewenste stroomsterkte.

De waarde van de gewenste stroomsterkte is een balans tussen enerzijds dichtbij genoeg om een grote gevoeligheid te bereiken, en anderzijds genoeg afstand om niet direct contact te maken wanneer het materiaal hoger wordt. 

Vraag
Welke stoffen kun je niet bekijken met de STM?
A
Geleiders
B
Halfgeleiders
C
Isolatoren

Slide 26 - Quizvraag

C is het goede antwoord. 

De werking van de STM berust op het tunnelen van elektronen. In het materiaal dat bestudeerd wordt moeten daarom vrije elektronen beschikbaar zijn. 
Een isolator heeft per definitie geen vrije elektronen. 



Vraag
Wat past niet bij de STM?
A
Het winnen van een nobelprijs
B
Het in beeld brengen van individuele atomen
C
Het in beeld brengen van interne structuren
D
Het in beeld brengen van bewegende structuren

Slide 27 - Quizvraag

Kleine afsluiter. In 1986 hebben de ontdekkers van de STM, Gerd Binnig and Heinrich Rohrer, de  Nobelprijs voor  natuurkunde gewonnen. https://www.nobelprize.org/prizes/physics/1986/binnig/facts/

Het in beeld brengen van bewegende structuren is niet mogelijk. De tip beweegt zich in een vast patroon, en kan dus geen bewegende objecten volgen. 

Interne structuren kunnen ook niet in beeld gebracht worden. Het tunnelen gebeurt alleen door de elektronen die aan de buitenkant van het materiaal zitten.

Antwoord C en D zijn correct.
Les 1. Wat is creativiteit?
Geïnspireerd?
Vond je dit een leuke les? Dan is één van de volgende vervolgopleidingen misschien iets voor jou. 


Bachelor Natuurkunde WO
<div><a href="https://www.studiekeuze123.nl/studies/50206-natuurkunde-wo-bachelor">WO Bachelor</a></div>
Bachelor Werktuigbouwkunde HBO en WO
<a href="https://www.studiekeuze123.nl/studies/34280-werktuigbouwkunde-hbo-bachelor">HBO Bachelor</a><div><br /></div><div><a href="https://www.studiekeuze123.nl/studies/56966-werktuigbouwkunde-wo-bachelor">WO Bachelor</a></div>
Bachelor Technishe Natuurkunde HBO en WO
<a href="https://www.studiekeuze123.nl/studies/34268-technische-natuurkunde-hbo-bachelor">HBO Bachelor</a><div><br /></div><div><a href="https://www.studiekeuze123.nl/studies/56962-technische-natuurkunde-wo-bachelor">WO Bachelor</a></div>

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 1. Wat is creativiteit?
Gefeliciteerd!
Nu kun je...

... uitleggen hoe quantum tunneling de waarneming van individuele atomen mogelijk maakt
... de werking van een Scanning Tunneling Microscope (STM) beschrijven
... uitleggen waarom de tip van een STM meebeweegt met het materiaaloppervlak

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 1. Wat is creativiteit?
De makers van deze les willen graag weten wat je van de les vond. Ga daarvoor naar de (korte) vragenlijst. Heel veel dank!

Feedback gevraagd
Vragenlijst voor leerlingen

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 1. Wat is creativiteit?
De makers van deze les willen graag weten wat je van de les vond. Ga daarvoor naar de (korte) vragenlijst. Heel veel dank!

Feedback gevraagd
Vragenlijst voor docenten

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 1. Wat is creativiteit?
Check www.4tuschools.nl voor meer inspirerende lessen!

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 1. Wat is creativiteit?

Staal & Roeland (2024). Polaris (Onderwijsmethode). Boom, voortgezet onderwijs
Griffiths Introduction to quantum mechanics. Cambridge university press
https://www.nobelprize.org/prizes/physics/1986/summary/

Oxford Instruments (2026)
https://afm.oxinst.com/resources/modes/scanning-tunneling-microscopy-stm


Bronnen

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies