1. Oriëntatiefase: onzekerheid; hoe gaan we met elkaar om? Groepsnormen zijn onduidelijk. Wie neemt de leiding?
2. Conflictfase: verschillen in opvattingen worden duidelijk. Het is onduidelijk hoe met tegenstellingen wordt omgegaan. Groepen kunnen uit elkaar vallen.
3. Integratiefase: er komt een evenwicht tussen de verschillende meningen. Gedeelde normen worden duidelijk en samenwerking wordt mogelijk.
4. Uitvoeringsfase: verwachtingen zijn duidelijk. Samenwerking loopt soepel.
5. Ordefase: de groepsleden proberen de manier van samenwerken aan verdere regels te binden en zo te komen tot institutionalisering.