Verkiezingen: waar gaat het eigenlijk over?

Verkiezingen
Waar gaat het eigenlijk over?
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldoriëntatieBurgerschapskunde+3BasisschoolGroep 5-8

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Introductie

Volwassenen zijn er maar druk mee: de verkiezingen. Gelukkig hoef jij je daar pas druk om te maken als je achttien jaar bent. Dan mag je stemmen. Het is wel heel leuk om nu alvast te snappen waarom we verkiezingen houden. En waar het tijdens de verkiezingen over gaat.

Onderdelen in deze les

Verkiezingen
Waar gaat het eigenlijk over?

Slide 1 - Tekstslide


Tijdens de verkiezingen mag er gestemd worden. 
Vanaf welke leeftijd mag dat eigenlijk?
A
Vanaf 0 jaar.
B
Vanaf 16 jaar.
C
Vanaf 18 jaar.
D
Vanaf 20 jaar.

Slide 2 - Quizvraag


Waarom zal dat vanaf die leeftijd zijn, denk je? 
En wat vind jij daarvan?

Slide 3 - Open vraag

Wat wil jij graag leren over de verkiezingen?
Schrijf je vragen op en plak ze op de vragenmuur!

Slide 4 - Tekstslide

Dit ga je leren!
Aan het eind van de les:

  • weet ik waarom we Tweede Kamerverkiezingen houden.
  • weet ik waar het tijdens de verkiezingen over gaat.
  • zet ik (samen met drie klasgenoten) een eigen politieke partij op: ik bedenk een partijnaam, ontwerp een logo en kies de lijsttrekker.
  • formuleer ik drie standpunten voor mijn politieke partij.
  • geef ik mijn mening tijdens een debat en onderbouw het met argumenten.

Slide 5 - Tekstslide

Lezen & Woordenschat

Arceer de woorden die jij nog niet goed begrijpt. Arceer in ieder geval:

  • de verkiezing
  • de politiek
  • de politici
  • de volksvertegenwoordiger
  • de Tweede Kamer
  • de beslissing
  • controleren
  • de tegenstelling
  • de regering
  • uitvoeren
  • de politieke partij
  • onderhandelen

Slide 6 - Tekstslide

de politiek
alles wat te maken heeft met het besturen van een land, provincie, gemeente etc. 

de politici
De mensen die in de politiek werken. 
de volksvertegenwoordiger
Iemand die door middel van verkiezingen is verkozen om de bevolking van een land of van een stad of een ander gebied te vertegenwoordigen. 
De Tweede Kamer
In de Tweede Kamer zitten de volksvertegenwoordigers (mensen die door de Nederlandse bevolking zijn gekozen). 
verkiezingen
de regering
Het staatshoofd (de koning) en de ministers vormen de regering.
de politieke partijen
Een groep mensen die ongeveer hetzelfde denkt over het besturen van een land of een regio.

Slide 7 - Tekstslide

Welke uitspraak hoort bij wie? Slepen maar!
de minister
de volksvertegenwoordiger
de politicus
"Ik werk in de regering van een land en geef de leiding aan een ministerie bijvoorbeeld het ministerie van Onderwijs."
"Ik werk in de politiek en help mee het land te besturen."
"Ik ben tijdens verkiezingen door de bevolking gekozen als vertegenwoordiger."

Slide 8 - Sleepvraag

Wat doet een volksvertegenwoordiger eigenlijk? 
Slepen maar!
de volksvertegenwoordiger ...
... neemt belangrijke beslissen over Nederland (bijv. over wetten).
... vertegenwoordigt de Nederlandse bevolking.
... controleert de regering.
... telt de stemmen tijdens de Tweede Kamerverkiezingen.
... is voorzitter van de ministerraad.

Slide 9 - Sleepvraag


Voor de verkiezingen voeren politieke partijen campagne. Wat is het doel van zo'n campagne vooral, denk je?
A
De kiezer informeren over wat de partij belangrijk vindt.
B
De kiezer uitleggen hoe er gestemd moet worden op 17 maart.
C
De kiezer amuseren tijdens het flyeren en aanspreken op straat.
D
De kiezer overhalen op de partij te stemmen.

Slide 10 - Quizvraag

Voer met twee tafelgroepjes (twee partijen) een kort toneelstukje op. Kies één of twee onderwerpen waar jullie onderhandelingen over gaan en bedenk per partij standpunten.


Wat gebeurt er na de verkiezingen?
onderwijs              klimaat                corona                   economie

Slide 11 - Tekstslide


Waarom is het belangrijk om te stemmen? 
Leg het in je eigen woorden uit. 

Slide 12 - Open vraag


Rick van Well is politicoloog. Lijkt het jou leuk om politicoloog te zijn? Waarom wel of niet?

Slide 13 - Open vraag

Verwerking
Nu jullie alles weten over verkiezingen wordt het tijd om jezelf verkiesbaar te stellen: 




Verslaggever Bobby zet ook zijn eigen partij op, bekijk het filmpje om te zien hoe hij dat doet!
Je zet je eigen politieke partij op!

Slide 14 - Tekstslide

Jouw politieke partij bestaat uit vier partijleden. Bedenk samen wat jullie in en om school belangrijk vinden. Denk na over wat je wil bereiken, veranderen en/of afschaffen.



Schrijf drie standpunten op. 

Standpunten
Wil jullie meer groen op het schoolplein? Of een gezonde lunch? Meer gymlessen of bijvoorbeeld kunstlessen? Misschien vinden jullie het wel belangrijk dat er meer juffen en meesters zijn, grotere lokalen of dat de schooldagen korter worden. 

Slide 15 - Tekstslide

Nu jullie weten waar jullie partij voor staat en wat jullie belangrijk vinden wordt het tijd voor: 




Naam, logo en lijsttrekker
de lijsttrekker
Een lijsttrekker is de nummer één op de kandidatenlijst van een politieke partij voor de verkiezingen.
  • Heeft een belangrijke rol.
  • Is het gezicht van de partij.
  • Heeft een prettige uitstraling.
  • Heeft een duidelijke en prettige manier van spreken.
  • Doel: Veel stemmen binnenhalen!
de partijnaam
het logo 
de lijsttrekker
de partijnaam
  • De naam geeft aan waar jullie partij voor staat.
  • De naam mag niet lijken op een andere partijnaam en mag niet beledigend zijn.
  • De naam moet makkelijk te onthouden zijn. 
het logo
  • Het logo bestaat uit de naam of de afkorting van de partijnaam.
  • Het logo heeft passende kleuren en is duidelijk.
  • Het logo heeft eventueel een passende afbeelding.

Slide 16 - Tekstslide

Schrijf samen een korte toespraak die jullie lijsttrekker voor de klas gaat houden. 
In de toespraak moet naar voren komen: 






Elke politieke partij heeft 2 minuten zendtijd. 
Toespraak
van welke partij jullie zijn 

wat jullie belangrijk vinden 

wat jullie standpunten zijn 

waarom kiezers op jullie moeten stemmen
timer
2:00

Slide 17 - Tekstslide

Als lid van jouw partij ga je een debat voeren. Bij het debat reageer je op een stelling. 

Ben je VOOR de stelling, dan ga je aan de rechterkant van het lokaal staan.  Ben je TEGEN de stelling, dan ga je aan de linkerkant van het lokaal staan. 

Leg uit waarom je voor of tegen de stelling bent en gebruik argumenten om je mening te onderbouwen. 







Je mag alleen praten als je de beurt krijgt van de debatleider. 

Luister goed naar elkaar en respecteer elkaars mening.



Mini-debat
timer
5:00
De regels
Draaien maar!



5 min. per stelling

Slide 18 - Tekstslide

Je hebt van alle politieke partijen gehoord waar ze voor staan en wat ze belangrijk vinden. Nu is het tijd om te stemmen


Welke partij vind jij het beste? Schrijf de naam op een briefje en doe het in de stembus. De juf of meester telt de stemmen...
Wie wint de verkiezingen?

Stemmen!
Je mag niet op je eigen partij stemmen! 

Slide 19 - Tekstslide

Terugkoppeling lesdoelen & reflectie
  • Ik weet waarom we Tweede Kamerverkiezingen houden.
  • Ik weet waar het tijdens de verkiezingen over gaat.
  • Ik zet (samen met drie klasgenoten) een eigen politieke partij op: ik bedenk een partijnaam, ontwerp een logo en kies de lijsttrekker.
  • Ik formuleer drie standpunten voor mijn politieke partij.
  • Ik geef mijn mening tijdens een debat en onderbouw het met argumenten.

Draai aan het rad en beantwoord de vraag.

Slide 20 - Tekstslide

Terugkoppeling eigen leervragen
Zijn jouw vragen beantwoord? Zo niet, wat kun je nog doen om achter het antwoord te komen?

Slide 21 - Tekstslide

Belangrijke ontdekkingen
in de gezondheidszorg
Iedere maand komt een nieuwe les online. De volgende keer:

Slide 22 - Tekstslide