18 en 19 feb

Vandaag
Kijk- en luisteren
Grammatica - enkelvoudige en samengestelde zinnen: herhalen
moeilijke woorden







1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsEnseignement Secondaire

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Kijk- en luisteren
Grammatica - enkelvoudige en samengestelde zinnen: herhalen
moeilijke woorden







Slide 1 - Tekstslide

opwarmer
https://stories.nos.nl/video/2602576-werkt-het-verbod-op-social-media-in-australie
en carnaval






Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Waarom is het carnavalfeest lange tijd geleden ontstaan?
A
einde van winter vieren
B
de eerste sneeuw vieren
C
de eerste zwaluwen vieren
D
begin van de zomer vieren

Slide 4 - Quizvraag

Welke uitspraak hoort bij de traditie van carnaval?
A
Niet iedereen kan koning zijn
B
Enkel het gewone volk mag meedoen
C
Iedereen is 1 dag gelijk
D
Enkel de rijken mogen meedoen

Slide 5 - Quizvraag

Welke mogelijke betekenis heeft de naam carnaval?
A
carrus navalis (scheepswagen)
B
carma valora (carma is a bitch)
C
carena volare (vliegende slingers)
D
carnem levare (vaarwel vlees)

Slide 6 - Quizvraag

Carnaval werd bij de Christenen een feest.

Dit wordt gevierd op dag voor ...

A
de start van de vasten
B
Pasen
C
Kerstmis
D
Nieuwjaar

Slide 7 - Quizvraag

Nevenschikking en onderschikking

Slide 8 - Tekstslide

Is de zin enkelvoudig of samengesteld?

'Ik weet dat jij gespijbeld hebt.'
A
Enkelvoudige zin
B
Samengestelde zin

Slide 9 - Quizvraag

Is de zin enkelvoudig of samengesteld?

'Alle pennen in het paarse etui zijn leeg.'
A
Enkelvoudige zin
B
Samengestelde zin

Slide 10 - Quizvraag

Mijn moeder zei dat ik als baby altijd aan het lachen was.
A
Hoofdzin-hoofdzin
B
Hoofdzin-bijzin
C
Bijzin-bijzin
D
Bijzin-hoofdzin

Slide 11 - Quizvraag

Omdat ik goed leer, haal ik hoge cijfers.
A
Hoofdzin-hoofdzin
B
Hoofdzin-bijzin
C
Bijzin-bijzin
D
Bijzin-hoofdzin

Slide 12 - Quizvraag

Volgende les:
Samengestelde zinnen bestaan vaak uit twee zinnen, maar ze kunnen ook uit drie of meer zinnen bestaan. 

Samengestelde zinnen

Slide 13 - Tekstslide

Volgende les:
Nevenschikking en onderschikking zijn begrippen die gebruikt worden om de relatie tussen delen van samengestelde zinnen te beschrijven.

Nevenschikking: de zinnen zijn gelijkwaardig
Onderschikking: de zinnen zijn niet gelijkwaardig
Nevenschikking en onderschikking

Slide 14 - Tekstslide

Volgende les:
Bij een nevenschikking (ns) bestaat de samengestelde zin uit (minstens) twee hoofdzinnen -> zin 1 {hz} + {hz} of uit een hoofdzin met twee bijzinnen -> zin 2 {hz + (bz) + (bz)}. 

  1. {Ik koop geen cd's}, want {ik gebruik altijd mijn iPod}. 
  2. {Weet je al (of je vanavond meegaat naar de film) of (dat je liever thuisblijft)}? 
Nevenschikking en onderschikking

Slide 15 - Tekstslide

Volgende les:
Bij een onderschikking (os) bestaat de samengestelde zin uit een hoofdzin met een bijzin erin. Bijzin kan vooraan staan (zin 1: {(bz) + hz} en achteraan in de zin -> zin 2 {hz + (bz)}. 

  1. {(Omdat ik altijd mijn iPod gebruik), koop ik geen cd's}.
  2. {ik koop geen cd's, (omdat ik altijd mijn iPod gebruik)}. 
Nevenschikking en onderschikking

Slide 16 - Tekstslide

Volgende les:
1. Sinds ze contactlenzen draagt, ziet Petra er veel leuker uit. 

{(bijzin) + hoofdzin} = onderschikkend (os)
Nevenschikking en onderschikking

Slide 17 - Tekstslide

Volgende les:
2. De businessclass is duur, maar je hebt er wel goede plaatsen. 

{hoofdzin} + {hoofdzin} = nevenschikkend (ns)
Nevenschikking en onderschikking

Slide 18 - Tekstslide

Volgende les:
3. Wilt u de contactpersoon bellen, zodra u in Italië geland bent

{hoofdzin + (bijzin)} = onderschikkend (os)
Nevenschikking en onderschikking

Slide 19 - Tekstslide

Hoe is de zin opgebouwd?
'Ik moest kloppen, want de bel doet het niet'
A
Hoofdzin - hoofdzin
B
Hoofdzin - bijzin
C
Bijzin - hoofdzin
D
Bijzin - bijzin

Slide 20 - Quizvraag

Is er sprake van nevenschikking of onderschikking?
'Ik moest kloppen, want de bel doet het niet'
A
Nevenschikking
B
Onderschikking

Slide 21 - Quizvraag

Hoe is de zin opgebouwd?
'Ik wil niet dat de vakantie naar Spanje niet doorgaat'
A
Hoofdzin - hoofdzin
B
Hoofdzin - bijzin
C
Bijzin - hoofdzin
D
Bijzin - bijzin

Slide 22 - Quizvraag

Is er sprake van nevenschikking of onderschikking?
'Ik wil niet dat de vakantie naar Spanje niet doorgaat'
A
Nevenschikking
B
Onderschikking

Slide 23 - Quizvraag

opwarmer
https://jeugdjournaal.nl/artikel/2597643-tosti-de-kat-heeft-al-meer-dan-100-spullen-gejat





Slide 24 - Tekstslide

Lezen
https://jeugdjournaal.nl/artikel/2603104-dit-luxe-appartement-is-speciaal-voor-katten





Slide 25 - Tekstslide

Waarom heeft het Japanse energiebedrijf het luxe-appartement voor katten gebouwd?
A
Voor een tentoonstelling over zuinig omgaan met energie
B
Om reclame te maken voor kartonnen dozen
C
Omdat katten geen huizen hebben
D
Om het te verkopen aan kattenliefhebbers

Slide 26 - Quizvraag

Wat zit er allemaal in het kattenappartement?
A
Een zwembad en een keuken
B
Alleen een slaapmand en speelgoed
C
Vloerverwarming, krabpalen en een dakterras
D
Alleen kartonnen dozen zonder extra’s

Slide 27 - Quizvraag

Waarom laten veel mensen de verwarming aan?
A
Om uit te leggen waarom het energieverbruik hoog is
B
Om reclame te maken voor vloerverwarming
C
Om te laten zien dat katten snel koud hebben
D
Omdat dit verplicht is in Japan

Slide 28 - Quizvraag

Leg uit hoe het kattenappartement volgens de tekst bijdraagt aan zuiniger omgaan met energie.


Slide 29 - Open vraag

Waarom denk je dat het bedrijf gekozen heeft voor kartonnen dozen als bouwmateriaal? Gebruik informatie uit de tekst én je eigen inzicht.

Slide 30 - Open vraag

Denk je dat een opvallend project, zoals een luxe appartement voor katten, mensen echt aan het denken zet over energiegebruik? Geef minimaal één argument voor je mening.

Slide 31 - Open vraag

Voegwoorden
blz. 157
voegwoorden
opdracht 4, 6 en 7
Tussenwerpsels theorie
Totaalopdracht online







Slide 32 - Tekstslide

Engelse invloed
https://www.cambiumned.nl/woordenschat/engelse-invloed/







Slide 33 - Tekstslide

18 en 19 feb

Slide 34 - Tekstslide