ckv film

FILM
Een realistische weergave van de werkelijkheid door middel van bewegende beelden
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Beeldende vormingMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

FILM
Een realistische weergave van de werkelijkheid door middel van bewegende beelden

Slide 1 - Tekstslide

Wat is jouw lievelingsfilm en/of
wat spreekt jou in het algemeen aan in films?

Slide 2 - Woordweb

In 1878 maakte Muybridge in de Californië een fotoserie van de merrie Sallie Gardner terwijl die in volle galop was. De fotograaf had een heleboel camera’s opgesteld aan de rand van het pad waarover het paard rende. De sluiters van die camera’s gingen automatisch af zodra het paard in de buurt was.
EADWEARD MUYBRIDGE
1878

Slide 3 - Tekstslide

2 hoofdstromingen na het ontstaan van het medium film
1. De werkelijkheid in beeld laten zien (docu)

2. Verzonnen verhalen in beeld laten zien (fictie)
Auguste en Louis Lumière waren Franse zakenlieden en filmpioniers. Met de uitvinding van de cinématographe (1895) 's werelds eerste projectieapparaat, waren zij een van de grondleggers van de cinematografie. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Video

Welke doelen kan een filmmaker hebben
met zijn/haar film(s) denk je?

Slide 7 - Woordweb

Net als in de kunst zijn er veel stromingen binnen de film. 
Een filmmaker kan de (emotie/kennis etc. van de) kijker beïnvloeden. 
Film kan bedoeld zijn als:
  • vermaak (amusement)
  • Maatschappelijk of politiek onderwerp 
  • provocatie, daagt het publiek uit  
  • Autobiografische betekenis van de maker(s) 
  • Roept op tot eigen interpretatie 
  • Morele boodschap (je leert er van) 
  • Algemeen menselijke karakters en relaties staan centraal 
  • Voorstelling roept emoties op
  • commerciële overwegingen 

Slide 8 - Tekstslide

actie 
drama
De manier waarop een film wordt vormgegeven (camerastandpunt, effecten, geluid, decor, etc)  hangt af van wat de maker wil overbrengen op de kijker.

Slide 9 - Tekstslide

Meest bekende camerashots

Slide 10 - Tekstslide

welk perspectief zie je hier en wat is het effect?
A
kikvorsperspectief, je krijgt een goed overzicht
B
vogelvluchtperspectief, personage lijkt kwetsbaar en kleiner
C
vogelvluchtperspectief, personage lijkt groter en dreigender
D
kikvorsperspectief, personage lijkt kwetsbaar en kleiner

Slide 11 - Quizvraag

welk shot zie je hier en wat is het effect?
A
mediumshot, je krijgt een goed overzicht van de personages
B
close-up, je ziet emoties goed van dichtbij
C
totaalshot, je krijgt een goed overzicht van personages en de omgeving
D
vogelvluchtperspectief, je hebt een goed overzicht van de hele omgeving

Slide 12 - Quizvraag

A
B
Welke verschillen zie je in deze 2 filmstils?

Slide 13 - Tekstslide

welke verschillen zie je tussen de 2 filmstills?

Slide 14 - Open vraag

close-up, warme kleuren, vogelvluchtperspectief,  naakt en dus kwetsbaar, onzekerheid draak en vrouw
totaalshot(=meer afstand), koele kleuren, power outfit, centrale compositie, evenwicht en symmetrie, daadkrachtig, draak en vrouw zijn sterk en verbonden
Welke verschillen vallen op in deze twee filmstills?

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht
1. Kies een onderwerp: samenleven, feminisme, gender, racisme, ideaalbeeld, ongelijkheid, vaccinatie discussie.
2. Bedenk en noteer een idee hierbij voor een korte film/trailer/videoclip in een groep van 3-6 mensen

Slide 16 - Tekstslide



Veel korte films met 1 overeenkomst: liefde voor/in Parijs. We bekijken er 1. Let op: sfeer, verhaal, locaties, camerastandpunten, afwisseling in shots en versnelling/vertraging van tijd

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

  • Welke film sprak je het meeste aan?
  • Hoe is er omgegaan met het aspect tijd? (vertraging-versnelling-chronologisch/juist niet - etc.)
  • Welke onverwachte gebeurtenis zit er in het verhaal? 
  • Hoe zou je de sfeer omschrijven?
  • Wat valt je het meest op aan het geluid?
  • Is het gelukt om verschillende camerastandpunten te herkennen?

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Welk verschil viel je op aan
het aspect 'tijd' per film?

Slide 22 - Woordweb

Slide 23 - Video

Welk thema hebben de 3 films die we bekeken hebben met elkaar gemeen? 


Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide