cross

2.1 Eerste Wereldoorlog: Oorzaken

De Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Oorzaken en Aanleiding
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
Geschiedenisvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

De Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Oorzaken en Aanleiding

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen:
  • Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen een oorzaak en een aanleiding.
  • Je kent de oorzaken en aanleiding van de Eerste Wereldoorlog en kunt deze herkennen in bronnen. 

Slide 2 - Tekstslide

Wereldoorlog?

Slide 3 - Tekstslide

Wereldoorlog!

Slide 4 - Tekstslide

Europa voor WOI

Slide 5 - Tekstslide

Europa na WOI

Slide 6 - Tekstslide

Overzicht en belang WOI
  • Aantal militaire doden: ± 9.9 miljoen
  • Aantal militaire gewonden: ± 21.3 miljoen
  • Aantal militaire vermisten: ±7.8 miljoen

Slide 7 - Tekstslide

Strijdende partijen
  • Centralen: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Ottomaanse Rijk en Italië
  • Geallieerden: Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Rusland, Servië, Verenigde Staten (vanaf 1917) en Italië (veranderde van bondgenootschap)
  • + de koloniën van deze landen

Slide 8 - Tekstslide

Nieuw aan deze oorlog:
  • Eerste moderne oorlog: nieuwe wapens zoals mitrailleurs, vliegtuigen, tanks, onderzeeërs, gifgas. Nieuwe manier van communiceren: telefoon
  • Eerste totale oorlog: het hele volk is erbij betrokken
  • Eerste oorlog met zo veel doden en gewonden (=> grote gevolgen voor de medische wetenschap)

Slide 9 - Tekstslide

Grote gevolgen
  • 4 keizerrijken verdwijnen
  • De kaart van Oost-Europa komt er heel anders uit te zien met nieuwe landen ( => oorzaak oorlogen in Joegoslavië 1991-2001)
  • Russische Revolutie waardoor Rusland communistisch wordt (begin Koude Oorlog)
  • Duitsland moest  132 miljard goudmark (= ± 272 miljard euro) betalen => enorme woede in Duitsland => oorzaak WO2
  • België was totaal verwoest => begin welvaart Nederland

Slide 10 - Tekstslide

Oorzaken en aanleiding

Slide 11 - Tekstslide

Vaardigheid: aanleiding en oorzaken herkennen
  • Oorzaken = waarom iets gebeurt. Vind je door te vragen 'waardoor?' Zijn er meestal meerdere en kunnen al lange tijd bestaan.
  • Aanleiding = meest directe oorzaak; kan er dus maar eentje zijn. Ook wel: de druppel die de emmer doet overlopen. 

Slide 12 - Tekstslide

Een gebeurtenis...
A
Heeft maar één oorzaak
B
Heeft altijd meerdere oorzaken
C
Heeft een aanleiding.

Slide 13 - Quizvraag


Oorzaken:
  1. Nationalisme
  2. Militarisme
  3. Imperialisme
  4. Frans-Duitse oorlog van 1871
  5. Bondgenootschappen

Aanleiding:
  • Moord op Franz-Ferdinand, de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije

Slide 14 - Tekstslide

Oorzaken: Nationalisme (1)
  • Natie: volk dat zich een eenheid voelt                                                                                                                bv. door zelfde taal, geschiedenis, religie, gewoontes (cultuur) 
  • Nationalisme: 
  1. Trots zijn op je volk
  2. Streven van een volk naar een eigen staat                                                                                        Probleem: niet elk volk heeft een eigen land 
       Meerdere volken in één land: spanning 
  • Nationalisme groeit sterk in 19e eeuw door: 
  1. Opkomst onderwijs (iedereen dezelfde taal) 
  2. Opkomst dienstplicht (iedereen tijdje vechten voor zijn land) 
  3. Franse bezetting door Napoleon (toch wel fijn die eigen cultuur) 

Slide 15 - Tekstslide

Oorzaken: nationalisme (2)
  • Gevaren door nationalisme: 
  • Landen willen het grootste en het beste zijn => oorlog om koloniën. 
  • Ieder volk wil eigen land hebben (problemen op de Balkan) 

Slide 16 - Tekstslide

Welk woord heeft niets te maken met nationalisme?
A
vlag
B
taal
C
mitrailleur
D
volkslied

Slide 17 - Quizvraag

Oorzaken: militarisme (1)
Nationalisme leidt tot militarisme: liefde voor het eigen leger en oorlog
  • Eigen leger moet zo sterk mogelijk zijn => wapenwedloop: zo snel mogelijk zo veel mogelijk wapens krijgen 

Slide 18 - Tekstslide

Oorzaken: militarisme (2)
  • Voorliefde voor militair vertoon 
  • Idee dat je problemen oplost met geweld 
  • Europese volken willen wel oorlog om te kijken wie er de sterkste was.  
  • Landen hadden al plannen klaarliggen om hun buurlanden aan te vallen 

Slide 19 - Tekstslide

Oorzaken: Imperialisme
  • Imperialisme: een wereldrijk opbouwen door zoveel mogelijk koloniën te veroveren => grondstoffen voor de eigen industrie 
  • Strijd tussen Europese landen om grondgebied buiten Europa. 

Slide 20 - Tekstslide

Japan
Rusland
Frankrijk
Duitsland
Groot-Brittannië
China

Slide 21 - Sleepvraag

Oorzaken: Frans-Duitse oorlog (1871)

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Oorzaken: Frans-Duitse Oorlog (2)
Gevolgen Frans-Duitse oorlog:
  • De Duitse staatjes gaan samen 1 land vormen 
  • Frankrijk raakt belangrijk industriegebied kwijt 
  • Machtsverhoudingen Europa veranderen 
  • Frankrijk wil wraak 

Slide 24 - Tekstslide

Oorzaken: bondgenootschappen
  • Machtsverhoudingen in Europa zijn na 1871 veranderd
  • Duitsland = erg sterk na Frans-Duitse oorlog 
  • Bescherming hiertegen in bondgenootschap: groep landen die elkaar steunen 
  • Triple Entente (geallieerden) : Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en Rusland 
  • Triple Alliantie (centralen): Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Ottomaanse Rijk 

Slide 25 - Tekstslide

Rusland
Engeland
Frankrijk

Slide 26 - Sleepvraag

Uit welk bondgenootschap is deze afbeelding afkomstig?
Centralen
Geallieerden

Slide 27 - Sleepvraag

De aanleiding
De moord op Franz-Ferdinand

Slide 28 - Tekstslide

Problemen op de Balkan
  • Op de Balkan veel verschillende volken in veelvolkerenstaten
  • Vooral in keizerrijk Oostenrijk-Hongarije veel ontevreden volken 
  • Conflict met Servië
    over Bosnië (wie mag het hebben?)
  • Servië net onafhankelijk van Ottomaanse Rijk (ook een veelvolkerenstaat)

Slide 29 - Tekstslide

Bezoek Franz-Ferdinand aan Sarajevo
  • 28 juni 1914: bezoek van kroonprins Franz Ferdinand van O-H aan Sarajevo (Bosnië) 
  • In Bosnië woonden veel Serviërs 
  • 28 juni voor Serviërs dag van nationale rouw (verloren op die dag in 1389 van Osmaanse Rijk) 

Slide 30 - Tekstslide

De moord op Franz-Ferdinand
  • Leden van ‘De zwarte hand’ hadden aanslag voorbereid 
  • Servisch-nationalistische groep 
  • Gavrilo Princip schoot Franz-Ferdinand neer

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

De kettingreactie
  1. Princip doodt Frans-Ferdinand (28 juni 1914) 
  2. Oostenrijk zoekt steun bij Duitse keizer 
  3. Wilhelm II geeft Oostenrijk onvoorwaardelijke steun 
  4. Oostenrijk eist dat Servië het Oostenrijkse leger toelaat om nationalisten in Servië op te sporen 
  5. Servië vraagt steun aan Rusland (=broedervolk) 
  6. Rusland mobiliseert zijn troepen (1 aug.) 
  7. Duitsland verklaart de oorlog aan Rusland (1 aug.) 
  8. Frankrijk (bondgenoot van Rusland) mobiliseert 
  9. Duitsland verklaart de oorlog aan Frankrijk (3 aug.) 
  10. Duitsland valt België binnen (neutraal land) 
  11. Engeland verklaart de oorlog aan Duitsland (4 aug.) 
  12. WOI uitgebroken (Centralen – Geallieerden) 

Slide 33 - Tekstslide

Wanneer begon de Eerste wereldoorlog ?
A
1913
B
1914
C
1915
D
1916

Slide 34 - Quizvraag

De aanleiding voor het uitbreken van WO I is:
A
Frans-Duitse oorlog
B
Moord op Franz- Ferdinand
C
Wapenwedloop
D
Nationalisme

Slide 35 - Quizvraag

Wat zie je op de afbeelding?
A
Gevolg van de Eerste Wereldoorlog
B
Aanleiding van de Eerste Wereldoorlog
C
Indirecte oorzaak van de Eerste Wereldoorlog
D
Gevolg van de Tweede Wereldoorlog

Slide 36 - Quizvraag

Wat zie je op de afbeelding?
A
Gevolg van de Eerste Wereldoorlog
B
Aanleiding van de Eerste Wereldoorlog
C
Oorzaak van de Eerste Wereldoorlog

Slide 37 - Quizvraag

Welke oorzaak staat afgebeeld?

Slide 38 - Open vraag

Welk begrip?
Vlaggen – volksliederen – kolonies

Slide 39 - Open vraag

Welke oorzaak is afgebeeld?

Slide 40 - Open vraag

Dit is een foto van een wapenfabriek uit de Eerste Wereldoorlog.

Van welke oorzaak van de Eerste Wereldoorlog is dit een voorbeeld?
A
Bondgenootschappen
B
Nationalisme
C
Modern imperialisme
D
Bewapeningswedloop

Slide 41 - Quizvraag