cross

Tweede kans

Tweede kans
Kennis quiz
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Culturele en kunstzinnige vormingvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Tweede kans
Kennis quiz

Slide 1 - Tekstslide

Het gele gebied op de kaart van Nederland bestaat voornamelijk uit:
A
Zandgrond
B
Löss grond
C
Veengrond
D
Rivierklei

Slide 2 - Quizvraag

Uit welke delen bestaat de bodem?
A
Water, zand, klei, humus
B
organische stof, anorganische stof, water en lucht.
C
Anorganische stof, mest en water
D
Organische stof, zand en klei

Slide 3 - Quizvraag

Wat is een eigenschap van klei?
A
Goed doorlatend.
B
Afkomstig van kwartgesteente
C
Kan voedingstoffen goed absorberen.
D
Verwaait snel.

Slide 4 - Quizvraag

Waaruit bestaat veen grond?
A
Afgestorven plantenresten.
B
Afgestorven dierenresten.
C
Voornamelijk uit klei.
D
Voornamelijk uit steen.

Slide 5 - Quizvraag

Als de pH-waarde van de grond 9 is wat betekend dat dan?
A
De grond is zuur.
B
De grond is te droog.
C
De grond is neutraal.
D
De grond is basisch

Slide 6 - Quizvraag

Wanneer is een pH- waarde neutraal?
A
Bij 0
B
Bij 3,5
C
Bij 7
D
Bij 14

Slide 7 - Quizvraag

Hoe lang duurt het voordat plastic verteerd is?
A
1 - 5 jaar.
B
5 - 10 jaar
C
10 - 100 jaar.
D
Plastic verteerd niet.

Slide 8 - Quizvraag

Hoe groot is de oppervlakte van de plasticsoep in de oceaan?
A
Zo groot als Amsterdam.
B
Zo groot als de provincie Zeeland.
C
Zo groot als Nederland.
D
Paar keer zo groot als Nederland.

Slide 9 - Quizvraag

Wat is non verbale communicatie?
A
Gebruik je alleen je stem
B
Gebruik je alleen gebaren.
C
Gebruik je zowel je stem als gebaren.
D
Dan heb je geen emotie.

Slide 10 - Quizvraag

Wat voor communicatie zie je op de afbeelding?
A
Verbaal
B
Verbaast
C
Non verbaast
D
Non verbaal

Slide 11 - Quizvraag

Wat meet je met een EC-meter?
A
Opgeloste meststoffen in water.
B
Opgeloste zuren in water.
C
De hoeveelheid zout in water.
D
De pH-waarde van een voedingsoplossing.

Slide 12 - Quizvraag

Waarom ploegt een boer zijn grond?
A
Om grond te mengen.
B
Om zaden onder te mengen.
C
Om de grond vochtig te houden.
D
Om verse grond boven te krijgen.

Slide 13 - Quizvraag

welke teeltmachine zie je op de foto?
A
Ploeg
B
Cultivator
C
Roterkopeg
D
Schoffel

Slide 14 - Quizvraag

welke teeltmachine zie je op de foto?
A
Ploeg
B
Cultivator
C
Roterkopeg
D
Schoffel

Slide 15 - Quizvraag

Welke teeltmachine zie je op de foto?
A
Ploeg
B
Cultivator
C
Roterkopeg
D
Schoffel

Slide 16 - Quizvraag

Wat is geen vermeerderingsvorm bij planten?
A
Zaaien
B
Stekken
C
Scheuren
D
Verticuteren.

Slide 17 - Quizvraag

Wat is generatief vermeerderen?
A
Zaaien en sporen van planten (geslachtelijk)
B
Stekken, scheuren, enten (ongeslachtelijk)
C
zaaien planten (ongeslachtelijk)
D
Enten, oculeren (geslachtelijk)

Slide 18 - Quizvraag

Wat voeg je toe als je klaar bent met zaaien?
A
Mest.
B
Water.
C
Kalk.
D
Tuinturf.

Slide 19 - Quizvraag

Aardbeiplanten vermeerderen zich door uitlopers. Hoe noem je dit
A
Veganistisch vermeerderen.
B
Vegetarisch vermeerderen.
C
Vegetatief vermeerderen.
D
Variabel vermeerderen.

Slide 20 - Quizvraag

Welke vegetatieve vermeerderingsvorm wordt er gebruikt bij deze klimop plant?
A
Afleggen.
B
Stekken.
C
Scheuren.
D
Enten.

Slide 21 - Quizvraag

Door deze vermeerderingsvorm kun je 2 soorten aan elkaar groeien.
A
Scheuren.
B
Enten.
C
Oculeren.
D
Lijmen.

Slide 22 - Quizvraag

Hoe heet deze vorm van stekken?
A
Bladstek
B
Tussenstek
C
Topstek
D
Middenstek

Slide 23 - Quizvraag

Welke vermeerderingsvorm zie je op de afbeelding?
A
Scheuren.
B
Enten.
C
Oculeren.
D
Lijmen.

Slide 24 - Quizvraag

Wanneer is de juiste tijd om tulpenbollen te poten?
A
Voorjaar.
B
Zomer.
C
Herfst.
D
Winter.

Slide 25 - Quizvraag

Als een boer kunstmest uitstrooit op de weilanden wat voegt hij dan toe
A
Zouten
B
Vitamines
C
Mineralen
D
Kalk

Slide 26 - Quizvraag

Op een boerderij worden veel mineralen gebruikt. Waar komen deze het meest in voor?
A
krachtvoer en kunstmest
B
ruwvoer en kunstmest
C
melk en ruwvoer
D
melk en kunstmest

Slide 27 - Quizvraag

Wat is geen duurzame energie bron?
A
Zonnepanelen.
B
Windenergie.
C
Gas.
D
Vegetatie dakbedekking.

Slide 28 - Quizvraag

Welke Drie P's komen terug in het begrip duurzaamheid?
A
people, planet, profit
B
peace, people, planet
C
planet, profit, products
D
planet, people, passion

Slide 29 - Quizvraag

Soms zie je dit logo op een product staan. Wat houdt dat in?
A
Komt uit het buitenland
B
Is goedkoop
C
Eerlijk verhandeld
D
Is biologisch

Slide 30 - Quizvraag

Wat is geen gevolg van het broeikas effect?
A
Toename van overstromingen.
B
Toename van orkanen.
C
Giftige stoffen in de bodem.
D
Smelten van de poolkappen.

Slide 31 - Quizvraag

Onderaan de voedsel piramide staan planten. Hoe wordt dit genoemd?
A
Producenten.
B
Consumenten.
C
Dirigenten.
D
Hoofdvoedsel.

Slide 32 - Quizvraag

Welke kunstschilder gebruikte vooral deze kleuren en patronen?
A
Vincent van Gogh.
B
Piet Mondriaan.
C
Herman Brood.
D
Rembrandt van Rijn.

Slide 33 - Quizvraag

Welke kunstschilder schilderde dit schilderij?
A
Salvador Dali
B
Rembrandt van Rijn
C
Johannes Vermeer
D
Pablo Picasso

Slide 34 - Quizvraag

Welke schilder hield van surrealisme
A
Salvador Dali.
B
Rembrandt van Rijn.
C
Piet Mondriaan.
D
Johannes Vermeer

Slide 35 - Quizvraag