cross

paragraaf 5.2 Burgers regelen het zelf

Zelfstandige burgers
Paragraaf 5.2 
Wat gaan we doen?
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenismavoLeerjaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Zelfstandige burgers
Paragraaf 5.2 
Wat gaan we doen?

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen? 

  • Leerdoelen paragraaf 5.2
  • Hoe ziet een Middeleeuwse stad eruit?
  • De Pest
  • Evaluatie?
  • Huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Nakijken 
Paragraaf 5.1 alle opdrachten. 
timer
7:00

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van deze paragraaf kun je herkennen en uitleggen op welke manier een Middeleeuwse stad werd bestuurd, je kunt herkennen en uitleggen welke voor- en  nadelen het leven in een Middeleeuwse stad had. 

Slide 4 - Tekstslide

Tijd van Steden en Staten (1000-1500)
In het wit zie je een stadspoort. Ging je in de Middeleeuwen een stad binnen, dan moest je door de stadspoort. In veel steden werd een hoge en prachtig versierde kerk gebouwd. Op de achtergrond zie je de binnenkant van zo’n kerk.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Kaart

Zwolle

Slide 7 - Tekstslide

De Nederlanden

  • Nederland als één land bestond nog niet in de Middeleeuwen

  • Er waren veel kleine gebieden, die bij elkaar 'De Nederlanden' heetten.

  • In die gebieden was een heer, edelman, (bijv. graaf of hertog) de baas

  • Hij maakte de wetten
De Nederlanden maakten deel uit van het Rooms-Duitse Rijk. De graven en hertogen in Nederland waren officieel leenmannen van de Duitse keizer, maar die had meestal niet meer veel macht over zijn leenmannen. In 1018 werden de legers van de Duitse keizer zelfs verslagen door te troepen van de graaf van Holland.
Uitleg

Slide 8 - Tekstslide


Blij met de stad!
  • Alle inwoners van een graafschap moesten gehoorzaam zijn aan de heer.
  • Ook de inwoners van steden, maar die wilden liever eigen baas zijn
  • De heer vond een machtige en rijke stad helemaal niet erg: al die rijkdom!
  • De inwoners van de stad en heer maken afspraken, vastgelegd in stadsrechten
De stad Dordrecht kreeg in 1220 stadsrechten van graaf Willem I van Holland. Daarmee is het één van de oudste steden van Nederland. 
In 1230 kreeg Zwolle van zijn landheer de Utrechtse bisschop Wilbrand van Oldenburg stadsrechten als dank voor hulp bij het bouwen van een burcht in Hardenberg. 
Uitleg

Slide 9 - Tekstslide


Stadsrechten
  • Een stad met stadsrechten mag een stadsmuur bouwen
  • De stad mag zelf rechtspreken, maar een ambtenaar (de schout) van de heer moet wel aanwezig zijn en een deel van de boetes is voor de heer

  • De inwoners van een stad waren vrije poorters (geen bezit van de heer)
  • In ruil voor deze rechten moet de stad belasting betalen

Slide 10 - Tekstslide


Wie is de baas?
  • De schout is de plaatsvervanger van de heer in de stad bij de rechtspraak
  • Samen met de schepenen bepaalde hij de straf.
  • Ze kregen advies van een raad.
  • De burgemeester (soms meer dan één) was de baas van de raad.
  • Schout, schepenen en burgemeester(s) heten ook wel: magistraten
Uitleg

Slide 11 - Tekstslide


Straffen in de Middeleeuwen
  • Zeker: lijfstraffen en doodstraffen kwamen voor...
  • ...maar de meeste straffen waren geldboetes!
  • Die leverden meer op en kostten minder geld: een beul moet je als stad namelijk ook gewoon betalen!
Uitleg

Slide 12 - Tekstslide

Noem minstens vijf straffen die je op het plaatje ziet

Slide 13 - Open vraag

Slide 14 - Tekstslide

'Een schopstoel was een strafwerktuig, waarop vagebonden, kinderdieven, overspelers enz. gestraft werden; het was een soort wip, waaruit men, met de handen op den rug gebonden, omhoog geslingerd werd (...) om daarna voor honderd of minder jaren uit de stad en haar rechtsgebied verbannen te worden."
uitleg

Slide 15 - Tekstslide

Video
Histoclips: Stad in de Middeleeuwen

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Hij is de baas van de schepenen
A
Schout
B
Burgemeester
C
Rechter
D
Jury

Slide 18 - Quizvraag

De schout is de plaatsvervanger van de ... in de stad
A
Burgemeester
B
Heer
C
Rechter
D
Politie

Slide 19 - Quizvraag

De schout, schepenen en burgemeester noem je ook wel ...
A
Magistraten
B
Heren
C
Rechters
D
Gemeenteraad

Slide 20 - Quizvraag

Van wie kreeg een stad, stadsrechten?
A
Magistraat
B
Schout
C
Burgemeester
D
Heer

Slide 21 - Quizvraag

Stadsrechten: het recht van een stad op eigen winkels.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Waarom woonden mensen in de Tijd van steden en staten zo graag in een stad? Kies het juiste antwoord.
A
In de stad was het schoner dan buiten de stad.
B
In de stad was het rustiger dan buiten de stad.
C
In de stad was veel te doen. Zo waren er vaak feesten en markten.
D
In de stad kwamen minder vaak ziektes voor dan buiten de stad.

Slide 23 - Quizvraag

Rijke steden...met dikke muren



  • Steden waren interessant om te veroveren: ze waren rijk en lagen gunstig
  • Als steden stadsrechten hadden gekregen, mochten ze stadsmuren bouwen
  • Stadsmuren maakten de verovering van een stad vrijwel onmogelijk: de inwoners waren veilig!
De Franse stad Carcasonne is één van de best bewaarde middeleeuwse steden met stadsmuren

Slide 24 - Tekstslide


Belegeren!
  • De enige manier om een stad te veroveren, was met een belegering
  • De legers van de aanvallende partij omsingelden dan de stad
  • Deze belegering kon maanden, soms jaren duren, en had één doel: uithongering, zodat de stad zich wel over móest geven.
  • Gaf een stad zich uiteindelijk over, dan werd de stad geplunderd en de burgers vermoord, verkracht en/of gemarteld.
uitleg

Slide 25 - Tekstslide

Wat zie je als je een middeleeuwse stad zou binnen lopen?
Wat zie je als je een middeleeuwse stad zou binnen lopen?
Het was er druk en krap: de meeste steden waren niet groter dan 5000 inwoners, maar omdat het er klein en smal was leek het veel drukker.
De markt
Deze geestelijken houden een processie: een tocht door de stad om hun geloof in God te laten zien. Soms werd dit gedaan om boete te doen.
De winkels waren meestal duidelijk te herkennen aan uithangborden, waarop symbolen van de ambachten stonden, zoals een vis of brood.
In principe mocht iedereen de stad binnen, zolang je maar geen (grote) wapens meenam. Messen moesten worden gemeten: was een mes te groot dan moest je hem bij de stadspoort achterlaten.
Inwoners van een stad noemen we tegenwoordig vaak burgers, maar in de Middeleeuwen werd meestal de term poorter gebruikt: iemand die binnen de poorten van een stad woont.
Een van de grootste gevaren van een middeleeuwse stad was brand. De meeste huizen waren van hout, en een klein vuurtje kon binnen enkele dagen de halve stad in as hebben gelegd. Ambachten waarbij veel vuur werd gebruikt, zoals bijvoorbeeld een smederij, bevonden zich daarom op speciale plekken in de stad.
Schapen, kippen, honden en varkens: er liepen in een stad vaak net zoveel dieren als mensen rond. 
Niet alle straten waren bestraat: na een regenbui was het een grote modderpoel, waarbij het (huis)vuil door de straten spoelde.
Riolering of een vuilnisdienst bestond nog niet. Mensen gooiden hun afval soms gewoon op straat of in de gracht. Het stonk er dus nogal, vooral ’s zomers. Die viezigheid was ook gevaarlijk. Het vuil trok ongedierte aan, zoals ratten. Hierdoor braken er ziekten uit.
Water (om te drinken en om schoon te worden) werd uit de gracht gehaald. Inderdaad: 500 meter verderop was er nog afval in gegooid...
De schandpaal was één van de straffen die je in de Middeleeuwen kon krijgen.
Er waren maar een paar gebouwen van steen in een middeleeuwse stad, zoals bijvoorbeeld de kerk of het stadhuis. Later komen er meer stenen gebouwen bij, zoals bijvoorbeeld de gildenhuizen.
Huizen in deze bouwstijl noem je vakwerkhuizen: de balken in de muren zorgen voor de stevigheid van het huis. De ruimte tussen de balken worden opgevuld met takken van bijvoorbeeld wilgen. Vervolgens worden ze geplamuurd met een mengsel van stro en leem.
In een stad was van alles te vinden: eten, drinken, handel en vermaak. Het was er vies, maar mensen kwamen er graag.
timer
3:00
Opdracht

Slide 26 - Tekstslide

Geef een korte omschrijving van een Middeleeuwse stad, zoals je in de afbeelding hebt gezien.

Slide 27 - Open vraag

Vind je dit een betrouwbare bron? Leg je antwoord uit.

Slide 28 - Open vraag

Mensen gooien poep en plas op straat. Was dat normaal in middeleeuwse steden?
A
Ja
B
Nee

Slide 29 - Quizvraag

Om de stad is een muur gebouwd waar een poort in zit. Was dat normaal in middeleeuwse steden
A
Ja
B
Nee

Slide 30 - Quizvraag

Er lopen varkens door de stad. Was dat normaal in middeleeuwse steden?
A
Ja
B
Nee

Slide 31 - Quizvraag


Een dodelijke ziekte...
  • De pestbacterie bestond al eeuwen in meren in China
  • De bacterie leeft in het bloed van de zwarte rat
  • Vlooien leven van het bloed van de rat en worden besmet met de pest
  • De pest zorgt ervoor dat vlooien niets binnenkrijgen, waardoor ze honger houden en op zoek naar nieuw voedsel gaan: het bloed van mensen.
  • Een besmette vlo brengt zo de pest over op mensen.
De pestbacterie, Yersinia pestis, 2000x vergroot.
Uitleg

Slide 32 - Tekstslide


De pest in Europa
  • In 1347 komt de pest aan in Europa: via de Krim naar Italië
  • Via de handel verspreidt de ziekte zich razendsnel door Europa
  • De viezigheid en het ongedierte in de middeleeuwse steden helpen ook mee in het ontstaan van de grote pestepidemie van 1347 tot 1351
  • Uiteindelijk sterft 1/3 van de Europese bevolking, ongeveer 20 miljoen mensen.
De pest door de ogen van schilder Pieter Brueghel de Oude (1562). Voor veel mensen moet de pest zo zijn ervaren: overal dode mensen en complete steden die zijn verlaten.

Slide 33 - Tekstslide

De verspreiding van de pest tussen 1347-1351
1347
midden 1348
begin 1349
eind 1349
1350
1351
kleine uitbraak van de pest

Slide 34 - Tekstslide


Straf van God!
  • De oorzaken van de pest zijn pas in de 19e eeuw bekend geworden
  • Voor de mensen in de Middeleeuwen was de ziekte een straf van God
  • De mensen dachten dat God hen ging straffen, omdat ze niet goed en zondig hadden geleefd.
Flagellanten sloegen zichzelf om zo aan God te laten zien dat zij spijt hadden van hun zonden. De naam Flagellant komt van het Latijnse woord voor zweep: flagellum. Aan het eind van de leren riempjes zitten spijkers.

Slide 35 - Tekstslide

Video
De Zwarte Dood

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

Wat was in de Late Middeleeuwen de naam van de grootste ziekte die in Europa heerste?
A
De Spaanse Griep
B
De grote aardappelziekte
C
De Pest
D
Geen van de genoemde ziektes is juist

Slide 38 - Quizvraag

Er stierven miljoenen mensen aan de pest. Waardoor maakte de pest zoveel slachtoffers?
Kies het juiste antwoord.
A
De mensen dachten dat de pest een straf van God was. Daarom wilden ze de zieken niet helpen, want ze dachten dat God dan nog bozer zou worden.
B
Alleen arme mensen stierven aan de pest. Dat kon de rijke mensen weinig schelen en dus kregen de arme mensen geen hulp.
C
Men wist niet wat de oorzaak van de ziekte was. Daardoor kon er geen goede manier bedacht worden om de ziekte uit te roeien.

Slide 39 - Quizvraag

In welke rij staan allemaal woorden die met de Late Middeleeuwen (1000-1500) hebben te maken?
A
Vikingen, stadsrechten, de Hanze en de Pest
B
stadsrechten, de Hanze, Karel de Grote en kruistochten
C
de Hanze, ridders, kruistochten en de Hanze
D
Stadsrechten, kruistochten, de Hanze en de Pest

Slide 40 - Quizvraag

Huiswerk
Maken paragraaf 5.2 alle opdrachten. 

Slide 41 - Tekstslide

Begrippen uit deze les

  • stadsrechten
  • stadsmuur
  • poorter
  • schout
  • schepenen
  • burgemeester
  • magistraten
  • belegering
  • pest
  • epidemie

Slide 42 - Tekstslide

Jaartallen uit deze les

  • 1347-1351: grote pestepidemie in Europa

Slide 43 - Tekstslide

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 44 - Open vraag

Stel 1 vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 45 - Open vraag

Huiswerk
Maken van paragraaf 5.2 alle opdrachten 

Slide 46 - Tekstslide