H 4.4_Wie doet wat?

H4: Hoe ondernemend ben jij?
timer
2:00
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H4: Hoe ondernemend ben jij?
timer
2:00

Slide 1 - Tekstslide

H 4.3: Hoe verkoop ik mijn idee?


  • Terugblik paragraaf 4.3;
  • Doorlezen paragraaf 4.4;
  • Lesdoelen par. 4.4;
  • Uitleg;
  • Maken + bespreken opdrachten;
  • Huiswerk volgende les;
  • Reflectie.

Slide 2 - Tekstslide

Uit welke P's bestaat de marketingmix.
A
Product, Plaats, Prijs, Promotie, PowerPoint, Presentatie
B
Product, Plaats, Prijs, Promotie, Personeel
C
Product, Plaats, Prijs, Promotie, Personeel, Presentatie
D
Product, Plaats, Prijs, Producent, Personeel, Promotie

Slide 3 - Quizvraag

Sociale beinvloeding
Commerciele beinvloeding
Vooral vrienden en familie
Reclame

Slide 4 - Sleepvraag

Een TV bij Mediamarkt kost € 999. Dit is een voorbeeld van
A
penetratieprijs
B
afroomprijs
C
psychologische prijs

Slide 5 - Quizvraag

Een marktaandeel is
A
het deel van de totale markt van alle producten die te koop zijn
B
de afzet van een bedrijf als percentage van de totale afzet van dat product
C
het stukje van de markt waar jij je kraam mag zetten

Slide 6 - Quizvraag

Welke P heeft niets te maken met marketing?
A
Plaats
B
Product
C
Personeel
D
Professioneel

Slide 7 - Quizvraag

Wat is marketing?
A
Alle activiteiten die een bedrijf onderneemt om niet te voldoen aan de wensen van de klanten
B
Een marktkraam opzetten
C
Alle activiteiten die een bedrijf onderneemt om te voldoen aan de wensen van de klanten
D
Prijs op verschillende manieren gebruiken om je product te verkopen

Slide 8 - Quizvraag

Stelling I: In verband met Valentijnsdag is er een groot aanbod van rode rozen. Er geldt een speciale prijs van € 1,99 per stuk. Dit noem je psychologische prijsstelling.
Stelling II : De warme kaasbroodjes zijn in de aanbieding bij Deen. De actie is drie halen, twee betalen. Dit is een voorbeeld van prijspolitiek.

A
Stelling I is juist, stelling II is onjuist
B
Stelling I is onjuist, stelling II is juist
C
Stelling I en II zijn juist
D
Stelling I en II zijn onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Een voorbeeld van penetratieprijs politiek is
A
een product voor een hoge prijs op de markt brengen en later de prijs verlagen
B
een product voor een lage prijs op de markt brengen om snel een marktaandeel te veroveren
C
een product voor € 3,99 verkopen in plaats van voor € 4,-

Slide 10 - Quizvraag

Hoe bereken je het marktaandeel?
A
Afzet : totale afzet v/d markt X 100%
B
Omzet : totale omzet v/d markt X 100%
C
Beide formules zijn juist
D
Beide formules zijn onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Sociale beïnvloeding 
Commerciële beïnvloeding 

Slide 12 - Sleepvraag

De marketing mix bestaat uit
A
3 P's
B
4 P's
C
5 P's
D
6 P's

Slide 13 - Quizvraag

Leerdoelen par. 4.4:
> Je kunt uitleggen waarom binnen een bedrijf de taken zijn verdeeld;
> Je kunt met een organogram de structuur van een bedrijf uitleggen;
> Je kunt voorbeelden geven van staf- en lijnfuncties;
> Je kunt uitleggen op welke manieren je een organisatie kunt indelen.

Slide 14 - Tekstslide

Lesdoel 
Je kunt uitleggen waarom binnen een bedrijf de taken zijn verdeeld.

Slide 15 - Tekstslide

In een organisatie hebben verschillende mensen verschillende taken.
We onderscheiden:
  • Leidinggevende functies
  • Uitvoerende functies
  • Adviserende functies

Eenheid van bevel geeft duidelijkheid.
Eenheid van bevel = iedereen heeft slechts één leidinggevende en het is dan ook duidelijk wie de leiding geeft aan wie (--> = de lijn!)

Slide 16 - Tekstslide

Lesdoel 
Je kunt met een organogram de structuur van een bedrijf uitleggen

Slide 17 - Tekstslide

Organogram
Een organogram is een schematische voorstelling van een organisatie.  Hierin wordt weergegeven:

  • Wie heeft de leiding binnen het bedrijf, wie is er verantwoordelijk?
  • Welke functies zijn er binnen het bedrijf?
  • Welke opleidingen heb je nodig om de functie uit te voeren?
  • Wat voor salaris past er binnen de verschillende functies?

Organogram = Organisatieschema

Slide 18 - Tekstslide

Organogram

Slide 19 - Tekstslide

Lesdoel 
Je kunt voorbeelden geven van staf- en lijnfuncties

Slide 20 - Tekstslide

Uitvoerende functie = functie waarbij je zelf taken uitvoert
Leidinggevende functie = functie waarbij je leiding geeft aan anderen
Adviserende functie = functie waarbij je advies geeft aan anderen


Lijnfunctie = functie in de organisatie die direct bijdraagt aan de
 kern(doelen) van de organisatie. 
Staffunctie = functie waarbij je anderen ondersteunt, bijv. door onderzoek te doen, te adviseren of zaken voor te bereiden. 
Functies in een organisatie

Slide 21 - Tekstslide

Staffunctie
Lijnfunctie
Draagt direct bij aan de kern van de organisatie (verkoopafdeling)
Ondersteunt de organisatie
(administratie, personeelszaken)

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Lesdoel 
je kunt uitleggen op welke manieren je een organisatie kunt indelen

Slide 24 - Tekstslide

F, G, P, M Indeling 
Organogram op basis van:
F:  Functionele indeling: op functie zelf
G : Geografische criteria: bijvoorbeeld o.b.v. landen of provincies
P : Product indeling: bijvoorbeeld o.b.v. televisie, telefoons en computers
M : Markt indeling: naar doelgroepen: bijvoorbeeld 12 tot 18 jaar

Slide 25 - Tekstslide

Maken opdrachten 
Je hebt 10 minuten de tijd voor het maken van 
opdrachten 46 en 47



timer
10:00

Slide 26 - Tekstslide

Bespreken opdrachten 46 en 47

Slide 27 - Tekstslide

Huiswerk volgende les
Paragraaf 4.4: Maken opdrachten 
48, 50, 51 en 53


Slide 28 - Tekstslide

Reflectie: Zijn de lesdoelen behaald?
> Je kunt uitleggen waarom binnen een bedrijf de taken zijn verdeeld.
> Je kunt met een organogram de structuur van een bedrijf uitleggen;
> Je kunt voorbeelden geven van staf- en lijnfuncties;
> je kunt uitleggen op welke manieren je een organisatie kunt indelen.

Probeer de volgende vragen te beantwoorden zonder het boek te gebruiken.

Slide 29 - Tekstslide

In welk van de onderstaande organisaties heeft het niet zoveel zin om een organogram te maken?
A
Internationaal transportbedrijf
B
Scholengemeenschap
C
Eenmansbedrijf
D
Gemeente

Slide 30 - Quizvraag

Stelling I: Een organogram geeft aan wie de leiding heeft en wie welke functie heeft in een bedrijf
Stelling II: Een lijnfunctie is een ondersteunende functie in de organisatie
A
Stelling I is juist, stelling II is onjuist
B
Stelling I is onjuist, stelling II is juist
C
Stelling I en II zijn juist
D
Stelling I en II zijn onjuist

Slide 31 - Quizvraag

Een medewerker die opdrachten uitvoert heeft een functie boven in het organogram.
A
juist
B
onjuist

Slide 32 - Quizvraag

Cato Klein heeft een eigen tassenfabriek. Haar man Stef doet de administratie, Zus Elle doet de marketing en haar moeder coördineert het naaiatelier. Wat is onjuist?
A
Stef heeft een staffunctie
B
Cato staat boven aan het organogram
C
Elle heeft geen lijnfunctie
D
Moeder doet uitvoerend werk

Slide 33 - Quizvraag

Hiernaast zie je een organogram. Wie is de leidinggevende van de yogainstructeur?
A
die heeft hij niet
B
fitnessinstructeur
C
directeur
D
bedrijfsleider

Slide 34 - Quizvraag

Stelling I : De afdeling personeelszaken, de afdeling marketing en de administratie zijn voorbeelden van een lijnfunctie
Stelling II : De afdeling productie en verkoop zijn voorbeelden van een staffunctie
A
Stelling I is juist, stelling II is onjuist
B
Stelling I is onjuist, stelling II is juist
C
Stelling I en II zijn juist
D
Stelling I en II zijn onjuist

Slide 35 - Quizvraag