test .....transfer in/uit bed

 BBL 
Mobiliteit en transfers

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

 BBL 
Mobiliteit en transfers

Slide 1 - Tekstslide

Welke hulpmiddelen ken je om te helpen bij transfers?

Slide 2 - Woordweb

Draaischijf
Glijplank (klein)

Slide 3 - Tekstslide


Een draaischijf wordt gebruikt bij...
A
Mensen die niet meer kunnen staan
B
Mensen die niet meer kunnen lopen
C
Mensen met gedragsproblematiek
D
Mensen met een minderde sta-functie

Slide 4 - Quizvraag

Een draaischijf gebruik je bij een client die van stoel naar bed wil
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Mevrouw van Adrichem heeft reuma. Zij kan op een goede dag nog met enig ondersteuning lopen. Wanneer mevrouw een mindere dag heeft, heeft zij veel pijn en gaat lopen moeizaam. Zij gebruikt dan een rolstoel. Welk hulpmiddel kan je gebruiken om mevrouw van bed naar de rolstoel te helpen?

A
Een passieve tillift
B
Een actieve tillift
C
Een draaischijf
D
Geen van deze drie hulpmiddelen

Slide 6 - Quizvraag

Glijzeil
 
 
Een glad zeil, gemaakt van een uitwasbare stof. 
-de vorm van een platte tunnel waarbij twee tegen elkaar liggende delen  over elkaar schuiven. 
-Het glijzeil verlaagt de weerstand tussen de cliënt en het matras, waardoor de cliënt makkelijk omhooggetild, geschoven of verplaatst kan worden, 
- Een bariatrisch glijzeil is een glijzeil dat speciaal ontwikkeld voor cliënten met obesitas.

Slide 7 - Tekstslide

Hoe noem je wat je op de afbeelding ziet?
A
Traingel
B
Draaischijf
C
Optrekker
D
Papegaai

Slide 8 - Quizvraag

De draaischijf

Slide 9 - Tekstslide

Draaischijf
Glijplank (klein)

Slide 10 - Tekstslide

Een draaischijf gebruik je bij een client die van stoel naar bed wil
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag


Een draaischijf wordt gebruikt bij...
A
Mensen die niet meer kunnen staan
B
Mensen die niet meer kunnen lopen
C
Mensen met gedragsproblematiek
D
Mensen met een minderde sta-functie

Slide 12 - Quizvraag

Mevrouw van Adrichem heeft reuma. Zij kan op een goede dag nog met enig ondersteuning lopen. Wanneer mevrouw een mindere dag heeft, heeft zij veel pijn en gaat lopen moeizaam. Zij gebruikt dan een rolstoel. Welk hulpmiddel kan je gebruiken om mevrouw van bed naar de rolstoel te helpen?

A
Een passieve tillift
B
Een actieve tillift
C
Een draaischijf
D
Geen van deze drie hulpmiddelen

Slide 13 - Quizvraag

verplaatsing technieken.
A
techniek om een zorgvrager te verplaatsen zonder hulmiddel en zonder richtlijnen.
B
zorgvrager alles zelf laten doen.
C
zorgvrager helpen tijdens de zorg en de zorgvrager zelf laten verplaatsen.
D
techniek om een zorgvrager verplaatsen met gebruik van hulpmiddelen en aan de hand van richtlijnen.

Slide 14 - Quizvraag

Waarom gebruik je bij een immobiele zorgvrager een glijzeil? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
Zodat je niet het hele bed hoeft te verschonen bij incontinentie.
B
Om weefselschade te voorkomen.
C
Om het matras te beschermen.
D
Om je eigen fysieke belasting zo veel mogelijk te beperken.

Slide 15 - Quizvraag


Een draaischijf wordt gebruikt bij...
A
Mensen die niet meer kunnen staan
B
Mensen die niet meer kunnen lopen
C
Mensen met gedragsproblematiek
D
Mensen met een minderde sta-functie

Slide 16 - Quizvraag

actieve tillift
A
wanneer iemand nog wel zelf iets kan maar niet veel.
B
wanneer iemand meer beweging nodig heeft.
C
wanneer iemand zijn arm niet meer kan bewegen.
D
wanneer iemand gaat sporten.

Slide 17 - Quizvraag

Maken uit het boek 
Het boek Helpende zorg  niv 2hzw
HFS:8.6 opdracht 8.19 tot 8.22

Slide 18 - Tekstslide

Wat is een actieve tillift?
A
B

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide

actieve lift
passieve lift
draaischijf

Slide 21 - Sleepvraag

Voor het verplaatsen van een cliënt kun je verschillende hulpmiddelen gebruiken.

Lees de omschrijvingen. Zet het juiste hulpmiddel bij de omschrijving.
Hiermee kun je een cliënt een draaiende beweging laten maken. Het bestaat uit twee schijven boven elkaar. De bovenste schijf kan draaien ten opzichte van de onderste.
Hiermee kun je een cliënt in bed gemakkelijk omhoog, omlaag of opzij schuiven. Het is tunnelvormig en de binnenzijde is glad.
Hiermee kun je een cliënt in bed op zijn zij kantelen. Je gebruikt het als de cliënt veel pijn heeft als je hem met de handen vastpakt.
Steeklaken
Draaischijf
Glijzeil

Slide 22 - Sleepvraag

actieve lift
passieve lift
draaischijf

Slide 23 - Sleepvraag

Voor het verplaatsen van een cliënt kun je verschillende hulpmiddelen gebruiken.

Lees de omschrijvingen. Zet het juiste hulpmiddel bij de omschrijving.
Hiermee kun je een cliënt een draaiende beweging laten maken. Het bestaat uit twee schijven boven elkaar. De bovenste schijf kan draaien ten opzichte van de onderste.
Hiermee kun je een cliënt in bed gemakkelijk omhoog, omlaag of opzij schuiven. Het is tunnelvormig en de binnenzijde is glad.
Hiermee kun je een cliënt in bed op zijn zij kantelen. Je gebruikt het als de cliënt veel pijn heeft als je hem met de handen vastpakt.
Steeklaken
Draaischijf
Glijzeil

Slide 24 - Sleepvraag