In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Vandaag
Werken aan betoog
kort herhalen argumentatiestructuren
Voorzetsels en vaste uitdrukkingen oefenen
Slide 1 - Tekstslide
Opwarmer
Kijk naar de video
Bedenk wat jouw standpunt is
bedenk daar minstens 2 argumenten voor
Slide 2 - Tekstslide
Argumentatiestructuren
Slide 3 - Tekstslide
Argumentatiestructuur
Slide 4 - Tekstslide
Welke argumentatiestructuur?
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Onderschikkende argumentatie
C
Nevenschikkende argumentatie
Slide 5 - Quizvraag
Welke argumentatiestructuur?
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Onderschikkende argumentatie
C
Nevenschikkende argumentatie met afhankelijke argumenten
D
Nevenschikkende argumentatie met onafhankelijke argumenten
Slide 6 - Quizvraag
Hoe heet deze argumentatiestructuur?
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Onderschikkende argumentatie
C
nevenschikkende argumentatie met onafhankelijk argument
D
Nevenschikkende argumentatie met afhankelijk argument.
Slide 7 - Quizvraag
Kies de juiste argumentatiestructuur. Leerlingen moeten op school hun huiswerk onder begeleiding kunnen maken. Leerlingen zullen dan hogere cijfers halen.
A
enkelvoudige argumentatie
B
onderschikkende argumentatie
C
nevenschikkende argumentatie (onafhankelijk)
D
nevenschikkende argumentatie (afhankelijk)
Slide 8 - Quizvraag
Welke argumentatiestructuur
A
nevenschikkend - onafhankelijk
B
nevenschikkend - afhankelijk
C
onderschikkend
D
onder- en nevenschikkend
Slide 9 - Quizvraag
Kies de juiste argumentatiestructuur. Zij is de juiste persoon voor die baan, want zij heeft ruime ervaring in de branche en zij voldoet aan alle opleidingseisen.
A
enkelvoudig
B
nevenschikkend afhankelijk
C
onderschikkend
D
nevenschikkend onafhankelijk
Slide 10 - Quizvraag
Het openbaar vervoer moet goedkoper worden. Hierdoor zullen de files afnemen. Bovendien is het beter voor het milieu. Welke argumentatiestructuur herken je?
A
Enkelvoudige argumentatie
B
Onafhankelijke nevenschikkende argumentatie
C
Onderschikkende argumentatie
D
Afhankelijke nevenschikkende argumentatie
Slide 11 - Quizvraag
'Je kunt wel zien dat Joris' ouders veel geld verdienen: hun huis in Nederland staat vol met designmeubelen en ze hebben ook nog een chalet in Zwitserland' Welke argumentatiestructuur herken je?
A
Onderschikkende argumentatie
B
Onafhankelijke nevenschikkende argumentatie
C
Afhankelijke nevenschikkende argumentatie
D
Enkelvoudige argumentatie
Slide 12 - Quizvraag
standpunt - argument
Je kunt het standpunt onderscheiden van argumenten met de want/dus-proef:
(standpunt), want (argument)
Ik stop ermee, want ik heb genoeg gewerkt vandaag.
(argument), dus (standpunt)
Ik heb genoeg gewerkt vandaag, dus ik stop ermee.
Slide 13 - Tekstslide
Stop de hobbyjacht. Het is toch ontoelaatbaar dat jaarlijks ruim één miljoen dieren doodgeschoten wordt voor de lol van een kleine groep jagers. Welk type argumentatie is dit?
A
feitelijke argumentatie
B
waarderende argumentatie
Slide 14 - Quizvraag
Ik ga graag mee naar Parijs , want Parijs heeft de mooiste musea van de hele wereld.
A
Feitelijke argumentatie
B
Waarderende argumentatie
Slide 15 - Quizvraag
Lees elke dag 10 minuten, want dan scoor je bovengemiddeld goed op je proefwerk Nederlands