Moderne Hst 2 De Maatschappij in de nieuwe eeuw

Cultuur van de Moderne H2








Odilon Redon, Ophelia (1905)

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Cultuur van de Moderne H2








Odilon Redon, Ophelia (1905)

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Impressionisme            1870-1905
Momenten vastleggen
Zuivere kleuren (pastel en paars)
Alledaagse onderwerpen
Toetsen
Schetsmatige techniek
Sfeer en lichtval belangrijk
Niet glad afgewerkte beelden
Veel beelden met diepe plooien


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Salon de refusés

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Caillebotte
        

Manet
Monet

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Postimpressionisme  1880-1900
Kunstenaar schildert niet wat hij ziet, maar wat hij voelt of denkt
Invloeden van andere culturen
Kunstenaars ontwikkelen een eigen stijl

Cézanne: Wiskundige vormen, afgewogen composities
Seurat:   Pointillisten: stippen, zuivere kleuren, duidelijke toetsen of stippen
Van Gogh: Felle kleuren en fors toetsen, gevoel speelt een belangrijke rol
Gauguin: Felle Kleuren, exotische invloeden


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Van Gogh

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Vat de antwoorden van de leerlingen uit de vorige slide samen.

Speel de preview af (duur: 2.24 min).

Koppel de input van de leerlingen aan de preview. Is hun beeld bevestigd of niet?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grote denkers aan het begin van de 20ste eeuw


Kunstenaars lieten zich ook inspireren door vernieuwende denkers aan het begin van de 20ste eeuw. 
(zie blz. 15:  grote denkers)

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Darwin ontleent zijn roem aan zijn theorie dat evolutie van soorten wordt gedreven door natuurlijke selectie. Survival of the fittest. De sterksten zullen overleven en zich verder ontwikkelen.
De grondlegger van de psychoanalyse. In 1899 verscheen zijn boek 'Die Traumdeutung', over de relatie tussen het onbewuste en de inhoud van dromen. In dromen zouden verborgen boodschappen van het onderbewustzijn zitten: dromen zijn verkapte vervullingen van onbewuste wensen. Door dromen te analyseren kon men dus dingen over het onbewuste te weten komen.
De grondlegger van de quantummechanica. In het kort is dat onderzoek naar het grootst denkbare deel van het universum en het meest kleine denkbare deeltje. Hij was op zoek naar de essentie van de dingen om zich heen.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

De psyche volgens Freud 
Het onderbewuste, het bewuste en het geweten: id - ego - superego


Id: Oerdriften, gestuurd door libido/eros = levensdrift + thanatos = doodsdrift
Ego: bepaalt wat je met de verlangens en wensen doet 
Superego: je geweten 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Freud: elke psyche is opgebouwd uit 3 delen: het ID, ego en superego.
Id: onderbewuste en bevat instinctieve driften, als seks, agressiviteit.
Ego: het bewuste deel dat de overhand krijgt als we 'volwassen' worden.
Het superego: is het geweten, de innerlijke beordeelaar' gevoelens van schuld en schaamte.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Karl Marx - korte biografie
  • Duitser (1818-1883)
  • Filosoof, socioloog, econoom
  • Grondlegger arbeidersbeweging (= opkomen voor belangen van arbeiders/armen)
  • Zag veel armoede en onjuiste verhoudingen in de samenleving (rijkdom en macht)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het probleem?
  • Loop van de geschiedenis wordt bepaald door economische omstandigheden. 

  • In iedere samenleving ontstaan klassen die een tegengesteld belang hebben, daardoor is er klassenstrijd

  • In de tijd van Marx betreft dat de strijd tussen de steeds rijker wordende groep kapitalisten en de steeds armer worden massa van proletariërs.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Karl Marx
Hoe kan ik de samenleving verbeteren voor arbeiders?

Conclusies beschreven in:
  • Het Communistisch Manifest (een folder)   
    -samen met Friedrich Engels 
  • Das Kapital (boek)


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is communisme/Marxisme
  • Arbeiders aan de macht

  • Alle rijkdommen (ook de fabrieken en de machines) naar de arbeiders

  • Omdat 'rijken' en fabrikanten dit niet zomaar zullen laten gebeuren zal er een revolutie van arbeiders komen, mét geweld. Wereldrevolutie.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In 1878 maakte Muybridge in de Californië een fotoserie van de merrie Sallie Gardner terwijl die in volle galop was. De fotograaf had een heleboel camera’s opgesteld aan de rand van het pad waarover het paard rende. De sluiters van die camera’s gingen automatisch af zodra het paard in de buurt was.
EADWEARD MUYBRIDGE
1878

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak nu de volgende opdrachten op de Lambo site:

Van de inleiding pagina 2 vraag 1-4
en pagina 4 vraag 1-5

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies