Practising the future tense

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Today we're going to talk about the 
FUTURE

Slide 2 - Tekstslide

Actually I was talking about this
FUTURE

Slide 3 - Tekstslide

Wat weten jullie al over de toekomende tijd (future) in het Engels?

Slide 4 - Woordweb

Planning
Practise
Will or to be going to?

Goal
At the end of this class you know the difference between will and to be going to

Slide 5 - Tekstslide

1. Ga nu naar www.lessonup.app op je mobiel

2. Voer de code in

3. Vul je naam EN achternaam in

Slide 6 - Tekstslide

Quick Recap!

  1. Future = toekomende tijd
  2. 'Will' and 'to be going to' zijn de meest voorkomende vormen.
  3. In een zin komen deze vormen altijd vóór het hele werkwoord!



Slide 7 - Tekstslide

Will or to be going to?
will

- Bij een voorspelling waar je NIET zeker weet of het gaat gebeuren
- Bij een besluit op het moment van spreken
to be going to

- Bij een voorspelling waarbij je WEL zeker weet dat het gaat gebeuren
- Bij een afgesproken plan

Slide 8 - Tekstslide

True or False?

Slide 9 - Tekstslide

'Will' gebruik je bij een voorspelling waar je NIET zeker weet of het gaat gebeuren.
A
True
B
False

Slide 10 - Quizvraag

'Will' gebruik je bij een besluit op het moment van spreken.
A
True
B
False

Slide 11 - Quizvraag

'to be going to' gebruik je bij een voorspelling waar je WEL zeker weet dat het gaat gebeuren
A
True
B
False

Slide 12 - Quizvraag

'to be going to' gebruik je bij een afgesproken plan.
A
True
B
False

Slide 13 - Quizvraag

Will or to be going to?

Slide 14 - Tekstslide

I ______ see Dennis tonight (afgesproken plan)
A
will
B
am going to

Slide 15 - Quizvraag

____ you help me?
(besluit op het moment van spreken)
A
will
B
are you going to

Slide 16 - Quizvraag

It _____ take us three hours to get there.
(niet zeker)
A
will
B
is going to

Slide 17 - Quizvraag

I ______ travel to Spain this summer.
(afgesproken plan)
A
will
B
am going to

Slide 18 - Quizvraag

It _____ rain tomorrow.
(niet zeker)
A
will
B
is going to

Slide 19 - Quizvraag

I bet Ajax ____ loose next week!
A
will
B
is going to

Slide 20 - Quizvraag

Ik vind praten over de toekomst in het Engels moeilijk.
Ja
nee
een beetje

Slide 21 - Poll

Slide 22 - Tekstslide