cross

Lesson One Theme 4

1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

  • Taking the register (roll call)
  • What do you need?
  • Looking ahead
  • Learning goals
  • Warm up
  • Let's get down to work (exercises)
  • Homework

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Looking ahead grammar
  • wel doen / niet doen
  • me, you, him
  • this, that, these, those
  • can / can't + werkwoord
  • present simple
  • some en any

Slide 5 - Tekstslide

Looking ahead phrases
In deze unit leer je:
  • zeggen dat je het ergens wel of niet mee eens bent
  • vragen naar of geven van informatie
  • vragen of zeggen wat iets kost
  • iemands aandacht vragen
  • iets accepteren of weigeren
  • 'alstublieft' of 'dank je wel' zeggen
  • vragen om en het aanbieden van hulp

Slide 6 - Tekstslide

iPad      workbook     notebook     pen          airpods
                       B                              and pencil

Slide 7 - Tekstslide

  • Nadenken over waarom je de stof uit deze unit leert
  • Vooruit kijken naar de dingen die je gaat leren
  • Nadenken over hoe je jezelf kunt ontwikkelen als je Engels leert
  • Specifieke informatie in lijsten, overzichten en formulieren vinden en begrijpen
  • Specifieke informatie in eenvoudige teksten begrijpen
  • De hoofdlijn begrijpen van eenvoudige teksten in een tijdschrift, krant of website

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Wat zou jij nooit eten?

Slide 10 - Woordweb

Wat is het raarste wat jij ooit gegeten hebt?

Slide 11 - Woordweb

Wat is volgens jou een typisch Brits gerecht?

Slide 12 - Woordweb

Wat is volgens jou een typisch Amerikaans gerecht?

Slide 13 - Woordweb

Lesson 1: Reading

Slide 14 - Tekstslide

Denk jij na over wat je eet en waar het vandaan komt?

Waarom wel / niet?

Slide 15 - Open vraag

Denk jij dat je insecten zou lusten?

Waarom wel / niet?

Slide 16 - Open vraag

Lesson 1: Reading
What are the English names of the food you see?

Slide 17 - Tekstslide

Exercise 2
apple, bacon, banana, bread, cake, cheese, chicken, chocolate, coffee, eggs, fish, hamburger, milk, pear, pizza, potatoes, salad, sandwich, soup, spaghetti, tea, vegetables.

Slide 18 - Tekstslide

Lesson 1: Reading

Look at: Eat more insects, page 12, Workbook B

          Let op: je kijkt alleen maar naar de tekst, je hoeft              de tekst dus nog niet te lezen!

Do: Exercise 3, page 13, Workbook B           

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Exercise 3 (page 13)
  • a.  Tekst A: informatief artikel
  •      Tekst B: recept
  •  b. Tekst A: in een tijdschrift of op een website
  •      Tekst B: in een kookboek of in een tijdschrift                       of op een website
  •  c.  Over het eten van insecten.

Slide 21 - Tekstslide

Lesson 1: Reading

Skim: Eat more insects, page 12, Workbook B

          Let op: je skimt de tekst alleen, je hoeft de tekst                dus nog niet te lezen!

Do: Exercise 4, page 13, Workbook B           

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Exercise 4 (page 13)
  1. tekst A
  2. tekst B
  3. tekst A
  4. tekst A
  5. tekst B

Slide 24 - Tekstslide

Lesson 1: Reading

Read: Eat more insects, page 12, Workbook B

Do: Exercise 5, page 13, Workbook B           

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Exercise 5 (page 13)
  • a
  • 1. true
  • 1. false
  • 2. false
  • 3. true
  • 4. false
  • 5. true
  • 6. false
  •  b 
  1. Samenvatting C


Slide 27 - Tekstslide

Lesson 1: Reading

Read: Jacky Brown's insect recipes, page 12, Workbook B

Do: Exercise 6, page 14, Workbook B           

Slide 28 - Tekstslide

Exercise 6 (page 14)
  • a
  1. suiker, melk en pindakaas
  2. 1 kopje
  3. 1 minuut
  4.  nee
  • b
  • Mix de boter, suiker en cacao.
  • Kook het mengsel, maar niet te lang.
  • Meng de pindakaas, vanille, havermout en wormen erdoor.
  • Geef het mengsel de vorm van koekjes


Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Vocabulary 4.1
 
Engels
Nederlands
Engels
Nederlands
agree
het eens zijn
peanut butter
pindakaas
biscuit
koekje
recipe
recept
bowl
bak
roast
roosteren
butter
boter
sound
klinken 
chips
friet, patat
spoon
lepel
comment
opmerking
strange
vreemd
disgusting
walgelijk
food
voedsel
fork
vork
hunger
honger
knife
mes
mix
mengen

Slide 31 - Tekstslide

Lesson 1: Reading

Read: vocab 4.1, page 134, Workbook B

Do: Exercise 7+8, page 14+15, Workbook B            

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Exercise 7 (page 14)
  1. roast
  2. biscuit
  3. strange
  4. comment
  5. butter
  6. disgusting
  7. sounds
  8. food


Slide 34 - Tekstslide

Exercise 8 (page 15)
  1. mix
  2. knife
  3. agree
  4. peanut butter
  5. hunger
  6. fork
  7. bowl
  8. spoon
  9. chips
  10. recipe

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

object
pronouns

Slide 37 - Tekstslide

Object pronouns
  • Je gebruikt 'object pronouns' niet als onderwerp van de zin, maar als lijdend of meewerkend voorwerp
  • Je gebruikt 'object pronouns' als vervanging van personen, dieren of dingen
  • Hierdoor hoef je minder te schrijven
  • Je gebruikt 'object pronouns' ook na voorzetsels

Slide 38 - Tekstslide

Object pronouns
  • We heard mister Sebel sing last week.
  • We heard him sing yesterday.
  • I did my homework yesterday.
  • I did it yesterday.
  • She bought a present for them.
  • Give it back to her.

Slide 39 - Tekstslide



Persoonlijke voornaamwoorden
(onderwerp)

I (ik)
you (jij)
he (hij)
she (zij)
it (het)
we (wij)
you (jullie)
they (zij)



Persoonlijke voornaamwoorden
(niet-onderwerp)

me (me)
you (jou)
him (hem)
her (haar)
it (het)
us (ons)
you (jullie)
them (hen)
object pronouns

Slide 40 - Tekstslide

Lesson 1: Reading

Do: Exercise 11+12, page 16, Workbook B            

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Exercise 11 (page 16)
  1. him
  2. them
  3. it
  4. you
  5. me
  6. her

Slide 43 - Tekstslide

Exercise 12 (page 16)
  1. them
  2. him
  3. it
  4. her
  5. you
  6. me

Slide 44 - Tekstslide

Study: 
- Vocab 4.1
- Object pronouns (me, you, him, etc.)


Slide 45 - Tekstslide

Thanks for your attention
      Wait for            Push your chair         Throw away
      the bell             under the table            your litter

Slide 46 - Tekstslide