cross

H3.2 Wie is de baas? (deel 2)

3.2 Wie is je baas? (deel 1)
Werkgever:
  • de "baas"
  • heeft één of meerdere personen in dienst, die hij loon betaald
  • verdient geld door winst te maken


Werknemer:

  • je doet betaald  werk in dienst van een "baas"
Vraag 17
Vraag 18
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomiemavoLeerjaar 2

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

3.2 Wie is je baas? (deel 1)
Werkgever:
  • de "baas"
  • heeft één of meerdere personen in dienst, die hij loon betaald
  • verdient geld door winst te maken


Werknemer:

  • je doet betaald  werk in dienst van een "baas"
Vraag 17
Vraag 18

Slide 1 - Tekstslide

3.2 Wie is je baas? (deel 1)
1. Vacature
2. Solliciteren
3. Aangenomen
4. Afspraken vastleggen en ondertekenen
  • Arbeidsovereenkomst: 
  • Arbeidsvoorwaarden -> hoeveel uur werk je, wat is je loon, aantal vakantiedagen, proeftijd
Vraag 19
Vraag 21

Slide 2 - Tekstslide

3.2 Wie is je baas? (deel 1)
Proeftijd:
  • Bevalt het de werkgever en -nemer
  • Beiden mogen direct de arbeidsovereenkomst beëindigen
  • Maximaal 2 mnd

Slide 3 - Tekstslide

3.2 Wie is je baas? (deel 2)
Deze les leer je:
  • het verschil tussen en de kenmerken van een tijdelijke, vaste en flexibele baan

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

3.2 Wie is je baas? (deel 2)
Tijdelijke baan:
  • voor een bepaalde tijd
  • tot afgesproken einddatum
Vaste baan:
  • voor on-bepaalde tijd
  • er is geen einddatum
Flexibele baan:
  • je werkt wanneer je nodig bent
  • oproepkracht uitzendburo

Slide 6 - Tekstslide

Wanneer eindigt een tijdelijk contract?
A
Dit mag de werkgever bepalen.
B
Zodra er geen werk meer is.
C
Zodra de einddatum van het contract afgelopen is

Slide 7 - Quizvraag

Dit werk doe je als oproepkracht of uitzendkracht.
A
Parttime baan
B
Vaste baan
C
Fulltime baan
D
Flexibele baan

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een werknemer?
A
Iemand die een eigen bedrijf heeft.
B
Iemand die geen vaste baan heeft.
C
Iemand die personeel in dienst heeft.
D
Iemand die in dienst van een baas werkt.

Slide 9 - Quizvraag

Huiswerk:
Maken:
102 tm 105
samenvatting 3.2/ blz. 120
Les 3.2 nakijken

Klaar?
Herhalingsstof blz. 126 en 127

Slide 10 - Tekstslide