Basisvaardigheden door
Lesson by Basisvaardigheden
This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.
Basisvaardigheden door
Biologie
Taal
Rekenen
Aardrijkskunde
Stam +t heeft te maken met ...
Je hebt de verdeling in de poll gezien.
Stam +t heeft te maken met
Biologie
Taal
Rekenen
Aardrijkskunde
De stam van een werkwoord heb je nodig met het goed te kunnen spellen. Je vindt de stam door -en van het af te halen.
Stam = hele werkwoord -en
-en
Dus...
Werken
Werken
Fietsen
Fietsen
Verhuizen
Verhuizen
Wat is de stam van deze werkwoorden?
Draaien Draai
Koken Kok
Draven Drav
Mislukken Mislukk
Praten Prat
Stam + t is de vaste spelregel voor werkwoorden in de tegenwoordige tijd (alles wat in het nu gebeurt).
Je neemt de stam en plakt er een -t achter.
Stam +t = Werkwoordvorm
Je gebruikt dit zodra het onderwerp een ander is (jij, hij, zij, het, de klant, je manager) én de zin in de tegenwoordige tijd staat.
STAP 1: Hele werkwoord is branden
STAP 2: Vind de stam door -en weg te halen.
De stam is brand
STAP 3: Het gebeurt nu, in de tegenwoordige tijd.
STAP 4: Wie of wat is het onderwerp?
De kok
STAP 5: Werkwoordvorm is stam +t = brand +t
Vandaag brandt de kok zich aan de hete pan.
STAP 1: Hele werkwoord is slapen
STAP 2: Vind de stam door -en weg te halen.
De stam is slap
STAP 3: Let op! Je hoort in het werkwoord een aa*, Daarom wordt de stam slaap.
STAP 4: Het gebeurt nu, in de tegenwoordige tijd.
STAP 5: Wie of wat is het onderwerp?
zij
STAP 6: De werkwoordvorm is stam +t = slaap +t
Zij slaapt wel heel lang uit.
STAP 6: Vandaag brandt de kok zich aan de hete pan.
Deze regel geldt voor alle werkwoorden die je met 1 klinker schrijft, maar waar je twee klinkers hoort.
STAP 1: Hele werkwoord is bellen
STAP 2: Vind de stam door -en weg te halen.
De stam is bell
STAP 3: Let op! De stam eindigt op twee ll-en*. Je
mag een l weglaten, de stam wordt dus bel
STAP 4: Het gebeurt nu, in de tegenwoordige tijd.
STAP 5: Wie of wat is het onderwerp?
Jij
STAP 6: De werkwoordvorm is stam +t = bel +t
Jij belt nu met je oma.
STAP 6: Vandaag brandt de kok zich aan de hete pan.
De l is een medeklinker. Medeklinkers zijn letters waar geen klank aan zit. Bij een dubbele l mag je er eentje wegstrepen. Voor deze medeklinkers geldt dezelfde regel; b, d, f, g, k, l, m, n, p, r, s, t,
Doe maar mee...
rijden
-en is
Het onderwerp is hij
Stam +t is
rijd
vallen
-en is
Een l mag weg
Het onderwerp is het glas
Stam +t is
rijdt
vall
val
valt
Kopen
-en is
Je hoort oo
Het onderwerp is jij
Stam +t is
kop
koop
koopt
Hij rijdt met Bas mee.
Het glas valt kapot.
Jij koopt een broek.
Bij sommige werkwoorden hoor je de t niet. Vaak zijn dat werkwoorden waarvan de stam eindigt op een d.
Denk aan branden, vinden of worden.
Het ezelsbruggetje
Vervang het werkwoord voor lopen. Dan hoor je de t heel duidelijk: Jij loopt, hij loopt, het loopt.
Een ezelsbruggetje is een geheugensteuntje. Het is een slimme methode, een rijmpje of een grappige zin die je helpt om informatie te onthouden die je anders snel zou vergeten.
Wil je weten wat een ezelsbruggetje is?
Klik dan hier
Vul de juiste werkwoorden in:
Zij wast haar haren iedere dag. (wassen)
Jij wordt vandaag door mij opgehaald. (worden)
Hij voelt zich niet zo lekker. (voelen)
De buurvrouw vertelt graag over vroeger. (vertellen)
De hamster knaagt aan zijn kooi. (knagen)
Ik snap nu hoe en wanneer ik
stam +t moet gebruiken.
Voeg hier je vraag toe
Welke vraag heb jij nog over stam +t?
Basisvaardigheden door
Klik hier voor meer kant-en-klare
-lessen rondom
de basisvaardigheden