Nu we weer weten wat de wie / wat / waar is, passen we dit toe op de films die we gekeken hebben. Misschien heeft de klas niet al deze films gezien, maar je kunt deze vraag op elk filmverhaal toepassen.
Opdracht 1
Bedenk samen nog een keer:
- Wie is de hoofdpersoon?
- Wat gebeurde er?
- Waar speelt het zich af?
Doe dit klassikaal, of laat de leerlingen dit eerst in groepjes bespreken.
Antwoord:
Mouse for Sale: Hoofdpersoon = muis met grote oren, Wat gebeurde er = de muis wilde aandacht trekken en probeerde van alles. Locatie = dierenwinkel.
Looks: Hoofdpersoon = diertje die gepest werd (een lynx), Wat gebeurde er = De lynx mocht niet meedoen, hij werd uitgelachen. Met de kleuren in hun lijf maakten ze mooie figuren. Locatie = bos / schoolplein / speeltuin.
Opdracht 2
Doe dat nog een keer:
- Wat was het probleem in de film?
- En wat de oplossing?
Antwoord:
Probleem Looks: Het dier werd gepest, omdat het geen gekleurde buik had.
Oplossing Looks: De dieren deelden samen hun kleur, en maakten mooie figuren.
Probleem Mouse for Sale: De muis werd niet gekocht.
Oplossing Mouse for Sale: De muis werd gekocht! Door een jongen die ook grote oren heeft.
Links van de films: