Cultuureducatie Enschede
(Ondersteunend) lesmateriaal bij culturele educatieve Enschedese activiteiten.

De Filmfabriek, gr 7/8, les 2 Storyboard

GROEP 7/8
LES 2: Storyboard 

1 / 29
next
Slide 1: Slide
MediawijsheidNederlands+2BasisschoolGroep 7,8

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Introduction

Storyboard * Een storyboard is een soort stripverhaal; in kleine plaatjes met weinig tekst kun je makkelijk en snel zien hoe het verhaal verloopt. Vertel dat van elke film eerst een storyboard wordt gemaakt, voordat er begonnen wordt met filmen. D.m.v. het storyboard weten alle mensen die aan de film meewerken hoe de film er uit moet komen te zien. Dit is ook zeker handig voor de cameramannen/-vrouwen! 


Instructions

Benodigdheden:
Digibord met geluid, verbonden met het internet
- LessonUp-les ‘De Filmfabriek, gr 7/8, les 2’
- Werkboekje Blz. xx Begrippenlijst storyboard (gr 1 t/m 8, les 2)
- Werkboekje Blz. xx Werkblad storyboard
- Werkboekje Blz. xx Werkblad verhaal 

Lesinhoud:
- Verkenning: inhoud en introductie
- Informatie: kaders standpunten beweging storyboard
- Opdracht: storyboard maken
- Afsluiting: storyboard evalueren

Leerdoel: 
1. Aan het einde van de les kennen de leerlingen de drie kaders en drie standpunten, en bijbehorende begrippen; ‘totaal’, ‘medium’, ‘close-up’, en ‘kikkerperspectief’, ‘ooghoogte’ en ‘vogelperspectief’. Ze begrijpen wanneer je een bepaald kader of standpunt gebruikt. Tevens kennen de leerlingen de bewegingsbegrippen ‘pan’ en ‘tilt’. 

2. De leerlingen weten wat een storyboard is. De leerlingen kunnen de kaders en standpunten gebruiken bij het maken van een storyboard.

Informatie
Een scène bestaat uit allemaal shots. Een shot is een ononderbroken filmopname. Per shot wordt het kader en het standpunt gekozen. Ook kun je je camera laten bewegen. Via een kader, een standpunt en een beweging van de camera vertel je via beeldtaal je verhaal. 

Kader
In een kader zie je wat je in het beeld ziet. Je hebt verschillende soorten kaders. In deze les behandelen we 3 soorten kaders.
’totaal’ (of ‘wijd’). Dit is handig wanneer je veel wil laten zien. Je laat dan bijvoorbeeld zien waar je bent en met wie je bent. Je kunt niet zien wat de mensen precies aan het doen zijn. 
De camera kan ook van heel dichtbij filmen. Dit kader noem je een ‘close-up’. Je ziet dan veel details. Bij een close-up van een gezicht zie je veel emotie (dus hoe iemand zich voelt). 
Het kader daar tussenin, wanneer je bijvoorbeeld een klein groepje filmt, noemen we een ‘medium’. Dit is vaak een shot van hoofd tot middel. Je kunt dan zien wat een persoon doet. Je ziet dan iets minder dan bij een close-up maar je ziet weer meer van een persoon dan bij een totaal.

Standpunt
Een camera kan vanaf boven- of onderaf kan filmen. Dit noemen je het standpunt van de camera. Er zijn drie type standpunten. Als er van beneden naar boven wordt gefilmd, noemen we dit het 
’kikkerperspectief’. Denk aan een kleine kikker die altijd op de grond zit en naar boven kijkt. Als je iets van onderaf filmt, lijkt iets heel groot en machtig. 
Als er van boven naar beneden wordt gefilmd, noemen we dit het ‘vogelperspectief’. Denk aan een vogel die in de lucht vliegt en naar beneden kijkt. Als je iets van bovenaf filmt, lijkt iets heel klein.  Als je recht vooruit filmt, noemen we dit ‘ooghoogte’. Dit is een neutraal standpunt.

Camerabeweging 
Meestal staat de camera stil, maar soms beweegt hij. Als de camera heen en weer beweegt (bijv. van links naar rechts) noemen we dit een pan-beweging. Denk bijvoorbeeld aan een Formule 1 race waarbij de camera de langsrijdende auto’s volgt. Als de camera op en neer beweegt (bijv. van boven naar beneden) noemen we dit een tilt-beweging. Denk bijvoorbeeld aan een camera die een vallend blaadje volgt. De camera kan natuurlijk ook stilstaan en niet bewegen. 

Storyboard
Een storyboard is een soort stripverhaal; in kleine plaatjes met weinig tekst kun je makkelijk en snel zien hoe het verhaal verloopt. Van elke film eerst een storyboard wordt gemaakt, voordat er begonnen wordt met filmen. D.m.v. het storyboard weten alle mensen die aan de film meewerken hoe de film eruit moet komen te zien. 

Opdracht 1:
In de werkboekje staan een aantal lege storyboards op pagina xx. Laat de leerlingen een storyboard maken n.a.v. het zelfbedachte verhaal. Zet het verhaal om in maximaal 6 kleine, simpele striptekeningen en laat ze per tekeningetje omcirkelen welk kader en standpunt ze hebben getekend. Klaar? Scheur de tekening uit het werkboekje en hang de storyboards met de kaders op in de klas.

Afsluiting:
Bekijk met de kinderen de storyboards. Stel vragen zoals: 
1. Hoe is het om een storyboard te tekenen?
2. Wat vind je lastig om te tekenen?
3. Zijn er overeenkomsten tussen te verschillende storyboards?

Begrippen lijst:
Kader - het beeld wat je ziet in een shot
Shot - Camera aan en camera uit, dat wat opgenomen is noem je een shot
Close-up - Camera dichtbij, je ziet het gezicht en de emoties
Medium - Camera iets verderaf, je ziet een persoon vanaf het middel, je ziet goed wat iemand aan het doen is
Totaal - Camera staat verder weg, je ziet een persoon van top tot teen, je ziet de omgeving van de persoon. Je kunt niet zien wat iemand precies doet of zien welke emoties iemand heeft
Standpunt - Plaats waar de camera staat en vanuit welke hoek gefilmd word 
Kikkerperspectief - de camera staat laag, de persoon ziet er daardoor machtig en groot uit
Ooievaarsperspectief - de camera staat hoog, de persoon ziet er door door nietig en klein uit
Camerabeweging:  De camera kan op verschillende manieren bewogen worden
Pan - Beweging van de camera van links naar rechts of van rechts naar links
Tilt - Beweging van de camera van boven naar beneden of van beneden naar boven
Storyboard - de film in plaatjes met korte teksten. Soms worden ook de camerabeweging in de plaatjes aan gegeven
Scene - Een aantal shots achter elkaar geplakt. Deze shots groeperen één handeling of gebeurtenis en zijn allemaal op dezelfde locatie en in dezelfde tijd opgenomen. Het is een eenheid van tijd, plaats en handeling  


Begrippen lijst
Antagonist - goede hoofdrol speler
Protagonist - slechte hoofdrol speler
Synopsis - kort verhaal van de film
Props - spullen die gebruikt worden in de film
Script-uitgeschreven verhaal voor de film met tekst en omschrijving

Items in this lesson

GROEP 7/8
LES 2: Storyboard 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Les 2
Storyboard
Les 1
Verhaal
Les 8
Montage
Les 4
Acteren
Les 3
Art direction
Les 5
Reklame
Les 6
Geluid & Muziek
Les 7
Filmen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Vraag
Informatie
Opdracht
Kijk
Benodigdheden
Tip

Slide 3 - Slide

Als er een icoon op een slide staat dan kun je daar op klikken. Er zijn buttons met vragen, maar ook buttons met informatie, of kijk-, schijf-en tekenopdrachten.
Voorbeeld storyboard Lion King
Naast het script heb je een storyboard. Een storyboard is een soort stripverhaal; in kleine plaatjes en met korte tekst kun je makkelijk en snel zien hoe het verhaal verloopt. Schetsen maken duidelijk hoe de cameraman/vrouw  gaat filmen en wat de cameraman/vrouw gaat filmen.
Op de volgende slide zie je een stukje uit de film van de Lion king.  Het storyboard wat je op deze slide ziet komt uit een ander stukje van de film.

Slide 4 - Slide

Naast het script heb je een storyboard. Een storyboard is een soort stripverhaal; in kleine plaatjes en met korte tekst kun je makkelijk en snel zien hoe het verhaal verloopt. Schetsen maken duidelijk hoe de cameraman/vrouw gaat filmen en wat de cameraman/vrouw gaat filmen.

Slide 5 - Video

This item has no instructions

1
2
3

Slide 6 - Slide

In een storyboard zie je in korte schetsen het filmverhaal. Ook wordt er een kader van het schot, het standpunt of de beweging van de camera in het storyboard getekend. Hierdoor weet bijvoorbeeld de cameraman/vrouw wat er moet gebeuren bij een opname.In een storyboard wordt ook aangegeven welk standpunt of kader of beweging er met de camera gemaakt moeten worden.

1. Kikkerperspectief 
2. Tilt beweging: van onder naar boven
3. Vogelperspectief

In de volgende slides worden deze begrippen uitgelegd.
Camera
Dichtbij? Veraf? Er tussenin? Wat kies je straks als cameraman/vrouw? Deze keuze maakt of een film heel spannend of juist heel triest wordt. De beeldkeuze bepaalt wat je gaat vertellen met het beeld!

Slide 7 - Slide

In een storyboard zie je in korte schetsen het filmverhaal. Ook wordt er een kader van het schot, het standpunt of de beweging van de camera in het storyboard getekend. Hierdoor weet bij voorbeeld de cameraman/vrouw wat er moet gebeuren bij een opname.
Kader
Met een cameraopname (shot) bepaal je wat je ziet. En dat wat je ziet noem je een kader. 

In deze lessenserie behandelen we 3 verschillende kaders. 
1. Close up 
2. Medium
3. Totaal

Slide 8 - Slide

Er zijn nog veel meer kaders. In deze lessenserie beperken we het aantal tot 3 kaders. 

Een shot is de camera aan en de camera uit.
Totaal
In een totaal shot krijg je een goed overzicht van bijvoorbeeld de plek waar de scène zich afspeelt.  Zoals hier, een juf en een klas. Je bent in een school.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Medium
Je ziet een persoon vanaf zijn middel tot en met het hoofd. Je kunt hiermee bijvoorbeeld een groepje mooi in beeld brengen.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Close-up
Bij een close-up kun je heel goed de handeling of de emotie van een acteur zien. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

TOTAAL
MEDIUM
CLOSE-UP

Slide 12 - Drag question

Sleep de foto's in de kaders.
Standpunt ook wel perspectief
Met een cameraopname (shot)  kun je ook een standpunt in nemen. Je kunt bijvoorbeeld met je camera op een trap gaan staan en naar beneden filmen dan krijg je een vogelperspectief. Zet je de camera op de grond en film je omhoog dan krijg je een kikkerperspectief. Jouw keuze bepaalt wat je met een shot wilt vertellen.


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Vogelperspectief
Door het vogelperspectief lijkt iemand heel klein en daardoor nietig en niet zo belangrijk.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Kikkerperspectief.
Door het kikkerperspectief lijkt iemand heel groot en daardoor machtig en heel belangrijk.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Ooghoogte
Door op ooghoogte te filmen (neutraal perspectief) breng je iemand gelijkwaardig in beeld. (Film je op ooghoogte dan zit er even niet veel spanning in je film; het geeft rust).

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Kikkerperspectief
Ooghoogte 
Vogelperspectief

Slide 17 - Drag question

This item has no instructions

Slide 18 - Video

In deze film hebben Rein en Nikita het over een pan. Een pan is een camerabeweging van links naar rechts of van rechts naar links. Later in de les wordt dit begrip nog beter uit gelegd met een voorbeeld met een foto.
Je kunt met een camera allerlei bewegingen maken. Voor elke beweging is er in filmtaal een naam. Zo heb je een tilt en je hebt een pan. Wie kan uitleggen wat een pan is. Wie kan vertellen wat een tilt is?

Slide 19 - Slide

Je kunt je camera stilhouden maar je kunt ook bewegen met je camera. Dat is hetzelfde als wanneer je je hoofd beweegt. Je volgt het voorbeeld wat je filmt. Dat kan zijn een fietser, of een blaadje aan de boom dat naar beneden valt. Beweeg je je camera van boven naar beneden dan noem je dat een tilt. Beweeg je een camera van links naar recht dan noem je dat een pan.
Pan
Hier volg je met de camera de fietser, dat heet dan een pan.

Slide 20 - Slide

De camera kan de fietser volgen. De camera beweegt met het onderwerp mee. In dit geval gaat de fietser van links naar rechts. Deze beweging noem je een pan!
Tilt
Hier volg je met de camera het blaadje. Het blaadje valt naar beneden. Je camera volgt het blaadje, die noem je een tilt.

Slide 21 - Slide

De camera kan het blaadje volgen. De camera beweegt dan met het onderwerp mee. In dit geval valt het blaadje naar beneden, je kunt deze beweging volgen met je camera. Deze beweging noem je een tilt!
Geen beweging
De camera staat stil. Dat doe je als je bijvoorbeeld iemand intervieuwt. Het zou niet fijn kijken zijn als de camera steeds beweegt terwijl je naar iemand luistert en kijkt.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Stil beeld
Pan
Tilt

Slide 23 - Drag question

This item has no instructions

Storyboard maken
benodigdheden
Werkblad Storyboard
Verhaal
Lees het verhaal nog een keer voor in de klas. 

Slide 24 - Slide

Elke leerling zet het eigen filmverhaal om in maximaal zes kleine, korte striptekeningetjes. Het storyboard.
1. Teken verschillende kaders en standpunten. 
2. Omcirkel om welke type kader (totaal, medium of close-up) en welke type standpunt het gaat (kikvors, ooghoogte of vogel). 

3. Schrijf eventueel onder het vakje wat er gebeurt of wat er wordt gezegd. 

Ze kunnen werken in hun werkboekje of je download het storyboard uit de bijlage. Zo kun je de storyboards ook in de klas hangen. 
timer
10:00

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Evaluatie
Toon elkaar de storyboards. 

Slide 26 - Slide

In het werkboekje staan lege storyboards waarmee de leerlingen aan de slag kunnen. Maar je kunt het storyboard ook downloaden en printen zodat de storyboards opgehangen kunnen worden in de klas. Vragen om te evalueren zijn o.a. 1. Hoe vind je het om een storyboard te maken? 
2. Denk je dat een storyboard nuttig is? 3. Waarom wel? Waarom niet? 
'Coco'
In de volgende slide wordt een stukje uit de film Coco getoond. Hierin zie je een mooi voorbeeld van het storyboard van de film.
Storyboard
Ter afsluiting nog een filmpje, bovenkant zie je de film, onder in het filmpje zie je de tekeningen uit het storyboard.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Video

This item has no instructions

Gemaakt door: 







Gefinancierd door:
Met dank aan:

Slide 29 - Slide

This item has no instructions