Eieren voor je geld
Economie voor bovenbouw kader & mavo (VMBO)

3.3 De markt op!

4 MAVO
3.3 De markt op!
1 / 45
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

4 MAVO
3.3 De markt op!

Slide 1 - Slide

Herhaling lesdoelen 3.2
  • Hoe bereken je het bruto- en nettoresultaat?
  • Wat is de arbeidsproductiviteit en hoe kan die toenemen?
  • Wat is de productiecapaciteit van een bedrijf?

Slide 2 - Slide

Lesdoelen 3.3
  • Hoe beïnvloeden vraag, aanbod en prijs elkaar?
  • Hoe kun je vraag en aanbod in een grafiek weergeven?
  • Hoe kan de overheid de markt beïnvloeden?

Slide 3 - Slide

Waar denk jij aan bij 'vraag en aanbod'?

Slide 4 - Mind map

Slide 5 - Video

Slide 6 - Video

Vraag en aanbod
Alle vraag en aanbod bij elkaar noemen we de markt. 

Bijvoorbeeld: Alle vraag en aanbod van bloemen bij elkaar noemen we de markt voor bloemen.

Slide 7 - Slide

Concrete markt

Deze kun je bezoeken (weekmarkt, winkel)

Abstracte markt

Het geheel van alle vraag en aanbod naar een bepaald product (telefoonmarkt)

Slide 8 - Slide

Vraag
Prijs (€)                 Vraag (x1000)
25                                1
22,50                          2
20                               3

Aanbod
Prijs (€)         Aanbod (x1000)
25                   3
22,50             2
20                   1

Slide 9 - Slide

Vraag & aanbod
1. Vraag naar producten ↓       →      prijs ↓

2. Vraag naar producten ↑      →      prijs ↑

3. Aanbod van producten ↓   →       prijs ↑

4. Aanbod van producten ↑   →       prijs ↓

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Hoe beïnvloed de overheid de markt?
Nadeel vrije markt
evenwichtsprijs is voor sommige mensen te hoog

Overheid kan bescherming geven tegen hoge prijzen:
  • maximumprijs instellen
  • subsidies of toeslagen geven aan mensen met lage inkomens

Of beschermen tegen lage prijzen:
  • minimumprijs verplichten (komt vrijwel niet voor)

Slide 12 - Slide

  • Evenwichtsprijs

    • Evenwichtshoeveelheid
    De prijs waarbij vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn
    Het aantal producten dat gevraagd en aangeboden wordt bij de evenwichtsprijs

    Slide 13 - Slide

    Evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid?

    Slide 14 - Slide

    Waarom heeft de vraaglijn een dalend verloop?

    Waarom heeft de aanbodlijn een stijgend verloop?


    Slide 15 - Slide

    Voorbeeldsom
    • Er is een groot feest op De Wesenthorst, hierdoor is de vraag naar bekers groter.                                           →  Wat gebeurt er met de prijs?
    • Is het interessant om óók bekers te gaan verkopen?
    • Er is een nieuwe aanbieder van bekers op de markt gekomen.                                                                               → Wat gebeurt er met de prijs?

      Slide 16 - Slide

      Transparante  markt
      • Jouw producten en prijzen zijn goed met elkaar te vergelijken = transparante markt

        Slide 17 - Slide

        Bij een overschot op de arbeidsmarkt is er meer ....
        A
        aanbod.
        B
        vraag.

        Slide 18 - Quiz

        Waar komt het aanbod van arbeid vandaan?

        A
        arbeiders
        B
        arbeidsverdeling
        C
        beroepsbevolking
        D
        arbeidsmarkt

        Slide 19 - Quiz

        Een teveel aan arbeiders kan leiden tot ontslag.
        A
        juist
        B
        onjuist

        Slide 20 - Quiz

        De zuivelmarkt is
        A
        een abstracte markt
        B
        een concrete markt

        Slide 21 - Quiz

        De prijs van appels is gestegen, hierdoor
        (meerdere antwoorden mogelijk)
        A
        worden er meer peren verkocht
        B
        bakken we extra appeltaart
        C
        worden er meer appels verkocht
        D
        worden er minder appels verkocht

        Slide 22 - Quiz

        Hoe hoger de prijs, hoe
        (meerdere antwoorden mogelijk)
        A
        lager de vraag
        B
        hoger de vraag
        C
        lager het aanbod
        D
        groter het aanbod

        Slide 23 - Quiz

        Wat heb je geleerd?

        Slide 24 - Slide

        Op de arbeidsmarkt komt (1) van arbeid van de beroepsbevolking en de (2) van de werkgevers.
        A
        (1) de vraag (2) de vraag
        B
        (1) de vraag (2) het aanbod
        C
        (1) het aanbod (2) de vraag
        D
        (1) Het aanbod (2) het aanbod

        Slide 25 - Quiz

        Als het aanbod hoger wordt en de vraag blijft gelijk, dan
        A
        Blijft de prijs ook gelijk
        B
        Stijgt de prijs
        C
        Daalt de prijs

        Slide 26 - Quiz

        Dit is een grafiek van ...
        A
        de vraag
        B
        het aanbod

        Slide 27 - Quiz

        Waarom heeft de vraaglijn een dalend verloop?
        A
        Hoe hoger de prijs, hoe meer er gevraagd wordt
        B
        Hoe hoger de prijs, hoe minder vraag
        C
        Omdat de aanbodlijn stijgt
        D
        Omdat er altijd sprake is van evenwicht

        Slide 28 - Quiz

        Wat bepaalt de evenwichtsprijs?
        A
        Dit is afhankelijk van de inflatie
        B
        Dit wordt door de overheid bepaald
        C
        Vraag en Aanbod

        Slide 29 - Quiz

        Hoe beïnvloeden vraag, aanbod en prijs elkaar?

        Slide 30 - Open question

        Hoe kun je vraag en aanbod in een grafiek weergeven?

        Slide 31 - Open question

        Hoe kan de overheid de markt beïnvloeden?

        Slide 32 - Open question

        Slide 33 - Link

        Extra uitleg

        Slide 34 - Slide

        Slide 35 - Video

        Slide 36 - Video

        Extra oefening

        Slide 37 - Slide

        1. Bekijk opdracht 24 t/m 28 op bladzijde 99 van 'Rekenen' en maak diegene die jij lastig vindt.

        2. Bekijk opdracht 21 t/m 27 op bladzijde 94  van 'oefenopgaven' en maak diegene die jij lastig vindt.

        Slide 38 - Slide

        Extra uitdaging

        Slide 39 - Slide

        Slide 40 - Video

        Voorbeeld

        Gegeven is het volgende marktmodel:

        qv = -p + 500

        qa = 2p - 250

        We willen de evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid weten.



        Slide 41 - Slide

        Uitwerking rekenkundig

        Evenwicht: qv = qa

        -p + 500 = 2p - 250

        -3p = -750

        p = 250

        q = -250 + 500 = 2 x 250 - 250 = 250

        Slide 42 - Slide

        Uitwerking grafisch

        Vraaglijn tekenen:

        qv = 0  p = 500

        p = 0  qv = 500


        Aanbodlijn tekenen:

        qa = 0  p = 125

        p = 300  q = 350

        Slide 43 - Slide

        Oefensom

        Gegeven is het volgende marktmodel:

        qv = -100p + 600

        qa = 50p - 150

        Bereken evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid

        Teken dit marktmodel in één grafiek

        Controleer of er in beide gevallen zelfde evenwichtprijs en evenwichtshoeveelheid uitkomen.

        Slide 44 - Slide

        Uitwerking oefensom

        qv = qa

        -100p + 600 = 50p - 150

        -150p = - 750

        p = 5


        q = -100 x 5 + 600 = 50 x 5 - 150

        q = 100

        Slide 45 - Slide