Examenstof
De examenstof in drie lessen: uitleg, training en quiz

Nazi-Duitsland en totalitaire staten (Geschiedenis vmbo), les 1: Uitleg

INTERBELLUM · 1933-1939

Nazi-Duitsland en totalitaire staten

Examenstof geschiedenis en staatsinrichting vmbo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over de machtsovername van Hitler in 1933, de kenmerken van het nazi-regime, de vervolging van Joden en de totalitaire staten van Mussolini en Stalin, op vmbo-niveau.

Items in this lesson

INTERBELLUM · 1933-1939

Nazi-Duitsland en totalitaire staten

Examenstof geschiedenis en staatsinrichting vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: GS/K/10 Interbellum (1918-1939); GS/K/3 vaardigheden. Image credit: Onbekende fotograaf / Bundesarchiv, Bild 102-02982A / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

INTERBELLUM · 1933-1939

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen hoe Hitler in 1933 een dictatuur vestigde en welke kenmerken nazi-Duitsland als totalitaire staat had.

This item has no instructions

Wat weet jij over Hitler en nazi-Duitsland?

Verwachte woorden: Hitler, oorlog, Joden, concentratiekamp, Tweede Wereldoorlog, dictator. Vraag door: hoe kon één man alle macht krijgen? Groepeer: blok 1 macht, blok 2 controle, blok 3 vervolging, blok 4 buitenlandse politiek en fascisme, blok 5 Sovjet-Unie. Ga zorgvuldig om met het onderwerp en geef ruimte voor emoties. BB: herkennen. KB en GL/TL: ook beschrijven; GL/TL kent extra begrippen en de Sovjet-Unie.

Fakkeloptocht van de nazi's in Berlijn, 30 januari 1933

INTERBELLUM · 1933-1939

Hitler aan de macht, 1933

  • Op 30 januari 1933 benoemde president Hindenburg Hitler tot kanselier van Duitsland.

  • Hitler leidde de NSDAP. De partij was de grootste, mede door de crisis en de werkloosheid.

  • Het nationaalsocialisme was extreemrechts: een sterke leider, een sterk volk en haat tegen tegenstanders.

  • Hitler wilde geen democratie, maar een dictatuur.

Syllabus: kenmerken van het nationaalsocialisme, machtsovername door de nazi's (1933). Alle leerwegen. Veelgemaakte fout: denken dat Hitler met geweld aan de macht kwam. Image credit: Onbekende fotograaf / Bundesarchiv, Bild 102-02982A / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Hitler en president Hindenburg bij de Dag van Potsdam, 21 maart 1933

INTERBELLUM · 1933-1939

Van democratie naar dictatuur

  • In maart 1933 gaf de Machtigingswet Hitler het recht om zonder parlement wetten te maken.

  • In juli 1933 mocht alleen de NSDAP nog bestaan. Andere partijen werden verboden.

  • Na de dood van Hindenburg in 1934 werd Hitler ook staatshoofd: de Führer.

  • Führerprincipe: Hitler had alle macht en iedereen moest hem gehoorzamen.

Syllabus: afschaffing van de parlementaire democratie, dictatuur, Führer(principe). De Machtigingswet is van 23 maart 1933; het verbod op andere partijen volgde in juli 1933; Hindenburg overleed op 2 augustus 1934. Veelgemaakte fout: Führerprincipe verwarren met democratie, waar het volk kiest. Image credit: Onbekende fotograaf / Bundesarchiv, Bild 183-S38324 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

INTERBELLUM · 1933-1939

Terreur en geheime politie

  • Terreur is geweld en dreiging om mensen bang te maken.

  • Wie tegen Hitler was, werd bedreigd, mishandeld of opgepakt, zoals communisten en sociaaldemocraten.

  • De geheime politie spioneerde en greep in zonder rechter.

  • GL/TL: de SA (bruinhemden) en de SS voerden de terreur uit. De Gestapo was de geheime politie.

  • GL/TL: de NSDAP was de enige partij, de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel waren de jeugdorganisaties.

Syllabus: terreur, geheime politie (alle leerwegen); naziorganisaties NSDAP, SA, SS, Gestapo, Hitlerjugend, Bund Deutscher Mädel (GL/TL). De SA waren straatvechters van de partij, de SS was Hitlers elitekorps, de Gestapo was de Geheime Staatspolizei. Veelgemaakte fout: de Gestapo en de SS door elkaar halen.

Wat betekent het Führerprincipe?

A

Hitler heeft alle macht en iedereen gehoorzaamt

B

De Führer wordt om de vier jaar gekozen

C

Het parlement beslist samen met de Führer

D

Elke stad kiest haar eigen leider

Het Führerprincipe is de absolute macht van een leider. Verwachte fout: denken dat Hitler gekozen werd of macht deelde met het parlement.

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Alleen de NSDAP mag nog bestaan

2

Hitler wordt Führer na de dood van Hindenburg

3

Hitler wordt kanselier

4

De Machtigingswet geeft Hitler alle macht

Januari 1933, maart 1933, juli 1933, augustus 1934. Verwachte fout: partijverbod voor de Machtigingswet zetten.

Boekverbranding op het Opernplatz in Berlijn, mei 1933

INTERBELLUM · 1933-1939

Censuur, propaganda en een held

  • Censuur: kranten, boeken en radio werden gecontroleerd. Kritiek was verboden.

  • In mei 1933 verbrandden studenten en nazi's boeken van schrijvers die zij onwenselijk vonden.

  • Propaganda: radio, film, posters en optochten moesten mensen overtuigen van Hitler.

  • Persoonsverheerlijking: Hitler werd getoond als redder van Duitsland.

Syllabus: censuur, propaganda, persoonsverheerlijking (alle leerwegen). De boekverbranding in Berlijn was een actie van studenten en nazi's in mei 1933 tegen boeken van onder andere Joodse en linkse schrijvers. Veelgemaakte fout: censuur en propaganda verwarren. Image credit: Georg Pahl / Bundesarchiv, Bild 102-14597 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Hitlerjeugd marcheert tijdens een partijdag in Neurenberg, ongeveer 1937

INTERBELLUM · 1933-1939

Jong geleerd: indoctrinatie

  • Kinderen kregen op school en in de Hitlerjugend te horen dat Hitler gelijk had.

  • Dat heet indoctrinatie (KB en GL/TL): mensen een mening laten overnemen zonder kritisch denken.

  • Gelijkschakeling (KB en GL/TL): clubs, vakbonden en kranten kwamen onder controle van de nazi's.

  • Wie niet meedeed, viel op en kreeg problemen.

Syllabus: gelijkschakeling en indoctrinatie (KB en GL/TL). Jongens en meisjes werden lid van de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel. Veelgemaakte fout: indoctrinatie zien als gewoon onderwijs. Image credit: August Priesack / Bundesarchiv, Bild 146-2004-0014 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

TODO: Implement SchoolTV player

Video: Adolf Hitler maakt Duitsland van een democratie tot een dictatuur (NTR, Schooltv). Kijkvraag: hoe schakelde Hitler zijn tegenstanders uit? Noem twee middelen en koppel ze aan de dia's over terreur en propaganda.

SA-mannen hangen een bord op voor een Joodse winkel in Berlijn, 1 april 1933

INTERBELLUM · 1933-1939

Antisemitisme en rassenleer

  • De nazi's gebruikten het bestaande antisemitisme: haat tegen Joden.

  • Volgens de rassenleer bestonden er hogere en lagere rassen. Dat is onzin, maar de nazi's maakten er beleid van.

  • Op 1 april 1933 moest iedereen wegblijven bij Joodse winkels: de boycot.

  • KB en GL/TL: de rassenwetten van 1935 maakten Joden tot tweederangsburgers.

  • Dit waren discriminerende maatregelen: Joden mochten steeds minder.

Syllabus: antisemitisme, rassenleer, discriminerende maatregelen; rassenwetten (KB en GL/TL). De rassenwetten waren de Neurenberger wetten van 1935: Joden verloren hun Duitse burgerrechten en mochten niet trouwen met niet-Joden. Ga zorgvuldig om met dit onderwerp: benoem dat het om mensen ging die hun rechten kwijtraakten. Het gaat hier om vervolging voor de oorlog; de moord op miljoenen Joden in de oorlogsjaren (de Holocaust) hoort bij het onderwerp Tweede Wereldoorlog. Veelgemaakte fout: denken dat antisemitisme pas door de nazi's ontstond. Image credit: Onbekende fotograaf / Bundesarchiv, Bild 102-14468 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Verwoeste winkel van een Joodse eigenaar in Magdeburg, november 1938

INTERBELLUM · 1933-1939

Kristallnacht, 1938

  • In de nacht van 9 op 10 november 1938 werden winkels en huizen van Joden vernield.

  • Synagogen gingen in brand. Duizenden Joodse mannen werden opgepakt.

  • De aanleiding was een aanslag op een Duitse diplomaat in Parijs door een Joodse jongeman.

  • De nazi's gebruikten dit als excuus. De naam komt van de glasscherven op straat.

Syllabus: Kristallnacht (1938), KB en GL/TL. De aanleiding was de aanslag van Herschel Grynszpan op de Duitse diplomaat Ernst vom Rath in Parijs. Veelgemaakte fout: denken dat gewone burgers dit zelf bedachten. Image credit: Onbekende fotograaf / Bundesarchiv, Bild 146-1970-083-42 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Concentratiekamp Dachau bij München, juni 1938

INTERBELLUM · 1933-1939

Concentratiekampen

  • Vanaf 1933 richtten de nazi's concentratiekampen op, zoals Dachau bij München.

  • Daar werden politieke tegenstanders opgesloten, zonder eerlijk proces.

  • Later werden ook Joden en andere groepen die de nazi's 'niet-arisch' noemden opgesloten.

  • In de kampen waren dwangarbeid en mishandeling.

Syllabus: vervolging van 'niet-arische' bevolkingsgroepen en van politieke tegenstanders, concentratiekampen. Dachau werd in maart 1933 geopend. Veelgemaakte fout: concentratiekampen en vernietigingskampen op een hoop gooien. Image credit: Onbekende fotograaf / Bundesarchiv, Bild 152-23-21A / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Noem één discriminerende maatregel tegen Joden in 1933 of 1935.

Goed: boycot van Joodse winkels (1933) of de rassenwetten (1935). Verwachte fout: de Kristallnacht noemen, dat was 1938.

Staatsleiders bij de conferentie van München, 29 september 1938

INTERBELLUM · 1933-1939

Herbewapening en buitenlandse politiek

  • Hitler liet het leger weer groeien: herbewapening, hoewel het Verdrag van Versailles dat verbood.

  • GL/TL: Lebensraum: Hitler wilde meer leefruimte voor Duitsers in Oost-Europa.

  • GL/TL: Heim ins Reich: alle Duitsers in één rijk. In 1938 volgde de Anschluss met Oostenrijk.

  • GL/TL: in 1938 stond Engeland, Frankrijk en Italië in München Hitler een stuk van Tsjecho-Slowakije toe: appeasement.

  • GL/TL: in 1939 sloten Duitsland en de Sovjet-Unie een niet-aanvalsverdrag.

Syllabus: herbewapening (alle leerwegen); Lebensraum, Heim ins Reich, Anschluss (1938), conferentie van München (1938), appeasementpolitiek, niet-aanvalsverdrag (1939) voor GL/TL. Appeasement is toegeven om oorlog te voorkomen. Veelgemaakte fout: denken dat appeasement een vorm van oorlog voeren is. Image credit: Onbekende fotograaf / Bundesarchiv, Bild 183-R69173 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Mussolini en Hitler in een open auto in Berlijn, september 1937

INTERBELLUM · 1933-1939

Fascisme in Italië (GL/TL)

  • In Italië kwam Mussolini in 1922 aan de macht met het fascisme.

  • Overeenkomsten: één leider, één partij, geweld tegen tegenstanders, propaganda en nationalisme.

  • Verschil: bij de nazi's stond het ras centraal, bij het fascisme vooral de staat en de natie.

  • Mussolini en Hitler werkten later samen.

Alleen GL/TL: overeenkomsten en verschillen tussen nationaalsocialisme en fascisme van Mussolini in Italië. Mussolini heette de Duce (leider). Veelgemaakte fout: denken dat fascisme en nationaalsocialisme precies hetzelfde zijn. Image credit: Onbekende fotograaf / Bundesarchiv, Bild 183-C13771 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Sovjetaffiche voor het eerste vijfjarenplan, 1930

INTERBELLUM · 1933-1939

Sovjet-Unie en stalinisme (GL/TL)

  • In de Sovjet-Unie was het communisme de leer van de staat, onder leiding van Lenin en later Stalin.

  • De Communistische Partij was de enige partij en had de leiding over alles.

  • Planeconomie: de staat bepaalde de productie, in vijfjarenplannen vanaf 1928. Collectivisatie: boeren brachten hun land in staatsbedrijven.

  • Stalinisme: dictatuur met terreur, geheime politie, propaganda, censuur en persoonsverheerlijking van Stalin.

  • Showprocessen, zuiveringen en strafkampen: tegenstanders werden publiek veroordeeld, opgepakt of vermoord.

Alleen GL/TL: communisme, rol van de communistische partij, planeconomie, vijfjarenplan, collectivisatie. Lenin leidde de revolutie van 1917 en overleed in 1924. Veelgemaakte fout: denken dat de Sovjet-Unie een vrije markteconomie had. Image credit: Vladislav Griffel / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat hadden Hitler en Stalin gemeen? (GL/TL)

A

Beiden waren gekozen door een vrij parlement

B

Beiden steunden vrije kranten en meerdere partijen

C

Beiden regeerden als dictator met terreur en propaganda

D

Beiden wilden een planeconomie met vijfjarenplannen

Beiden waren totalitaire dictators. Verwachte fout: planeconomie, die was typisch voor de Sovjet-Unie.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

De machtsovername van Hitler

2

De kenmerken van het regime

3

De vervolging van Joden

4

Hitler en Stalin vergelijken

Herhaal het onderdeel met de meeste stemmen.

Wat is volgens jou het gevaarlijkste kenmerk van een dictatuur?

Open reflectie. Goede antwoorden noemen bijvoorbeeld geen vrije meningsuiting, terreur of geen eerlijke rechtspraak. Laat leerlingen hun antwoord toelichten.

INTERBELLUM · 1933-1939

Begrippen

  • nationaalsocialisme: extreemrechtse ideologie van Hitler met een sterke leider en rassenleer

  • dictatuur: een staat waarin één persoon of groep alle macht heeft

  • terreur: geweld en dreiging om mensen bang te maken

  • propaganda: eenzijdige informatie om mensen te overtuigen

  • antisemitisme: haat tegen Joden

This item has no instructions