Examenstof
De examenstof in drie lessen: uitleg, training en quiz

Regenten en vorsten (Geschiedenis havo), les 2: Examentraining

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Examentraining

Regenten en vorsten: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Oefen examenvragen over tijdvak 6: ordenen, kenmerkend aspect herkennen, oorzaken en gevolgen en verandering herkennen.

Items in this lesson

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Examentraining

Regenten en vorsten: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Hyacinthe Rigaud / Wikimedia Commons, publiek domein

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over tijdvak 6 beantwoorden: ordenen, kenmerkend aspect herkennen, oorzaken en gevolgen en verandering.

This item has no instructions

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: bestudeer de bron en de vraag, let op jaartal en maker

  • 2. Zoek: welk kenmerkend aspect of welk begrip past erbij?

  • 3. Schrijf: antwoord met een term uit de stof en een verwijzing naar de bron

This item has no instructions

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Vraagtype 1: ordenen in de tijd

  • Tijdvak 6 loopt van 1600 tot 1700 en heet de tijd van regenten en vorsten

  • Gebruik jaartallen als ankers: 1610, 1643, 1648 en 1687

This item has no instructions

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Spanje erkent de Republiek in de Vrede van Münster

2

Galilei ziet manen bij Jupiter

3

Newton publiceert zijn Principia

4

Lodewijk XIV begint zijn regering

1610, 1643, 1648, 1687.

Een bron uit 1660 beschrijft de beurs van Amsterdam. In welk tijdvak valt dit?

A

Tijdvak 5, tijd van ontdekkers en hervormers

B

Tijdvak 7, tijd van pruiken en revoluties

C

Tijdvak 6, tijd van regenten en vorsten

D

Tijdvak 8, tijd van burgers en stoommachines

1660 ligt tussen 1600 en 1700. Fout: tijdvak 5, dat loopt tot 1600.

De werf van de VOC in Amsterdam, schilderij van Ludolf Bakhuysen, 1696

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Vraagtype 2: kenmerkend aspect herkennen

  • Je krijgt een onbekend voorbeeld en kiest welk kenmerkend aspect erin zit

  • Zoek signaalwoorden: vorst, hof, compagnie, aandelen, waarnemen, experiment

Image credit: Ludolf Bakhuysen / Wikimedia Commons, publiek domein

Een koning laat alle edelen aan zijn hof wonen om hen te controleren. Aspect?

A

Het streven van vorsten naar absolute macht

B

De bloei van de Nederlandse Republiek

C

Handelskapitalisme en wereldeconomie

D

De wetenschappelijke revolutie

Controle op de adel hoort bij absolutisme. Fout: de Republiek, want daar was geen koning.

Een Engelse compagnie bouwt een pakhuis in India voor de handel. Aspect?

A

Het streven van vorsten naar absolute macht

B

De bloei van de Nederlandse Republiek

C

De wetenschappelijke revolutie

D

Wereldwijde handelscontacten en handelskapitalisme

Een factorij van de East India Company hoort bij KA 25. Fout: de bloei van de Republiek, want het voorbeeld is Engels.

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Vraagtype 3: oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid directe en indirecte oorzaken en korte en lange termijn

  • Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal

This item has no instructions

Welke oorzaak van de Gouden Eeuw is sociaaleconomisch?

A

Het gezag van een absolute vorst

B

De winsten uit de wereldwijde handel

C

De veroordeling van Galilei door de kerk

D

De Vrede van Münster zelf

Winst en handel zijn sociaaleconomisch. Fout: de Vrede van Münster, dat is politiek-bestuurlijk.

Noem een gevolg van de wereldhandel.

Goed: rijkdom en bloei (Gouden Eeuw), Amsterdam als stapelmarkt, een grote markt voor kunst. Verwachte fout: een oorzaak noemen in plaats van een gevolg.

Galileo Galilei, schilderij van Justus Sustermans, ca. 1636

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Vraagtype 4: verandering herkennen

  • Let op wat nieuw is en wat blijft: verandering en continuïteit

  • Vraag je af: gaat het om politiek, economie of denkwijze?

Image credit: Justus Sustermans / Wikimedia Commons, publiek domein

Eerst telde het gezag van de kerk. Wat veranderde in de 17e eeuw?

A

Waarneming en experiment werden de basis van kennis

B

De kerk bepaalde voortaan alle wetenschap

C

Vorsten kozen welke theorieën klopten

D

Kennis kwam voortaan alleen uit oude boeken

Dit is de kern van de wetenschappelijke methode. Fout: het gezag van de kerk, dat is juist de oude situatie.

Wat veranderde er door de VOC in de manier van handel drijven?

A

Kooplieden mochten niet meer naar Azië varen

B

De vorst betaalde alle handelsreizen zelf

C

Investeerders financierden reizen met aandelen

D

De handel bleef beperkt tot Europa

Aandelen verdeelden het risico over veel investeerders. Fout: de vorst betaalt, dat past niet bij handelskapitalisme.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Ordenen in de tijd

2

Kenmerkend aspect herkennen

3

Oorzaken en gevolgen

4

Verandering herkennen

This item has no instructions

TIJDVAK 6 · 1600-1700

Tips voor op het examen

  • Leer de jaartallen 1602, 1610, 1648 en 1687 uit je hoofd

  • Koppel elk voorbeeld aan één kenmerkend aspect (23 tot 26)

  • Gebruik in je antwoord altijd een begrip uit de stof

This item has no instructions