Onderwerp: vooroordelen en stereotypering.
Bespreek met de leerlingen wat zij al weten over vooroordelen en stereotyperingen. Zoek vervolgens samen uit welke begrippen bij welke omschrijvingen horen aan de hand van de volgende vraag:
- Weet jij welk begrip bij de situaties hoort? Bekijk de situaties en koppel het begrip aan de juiste omschrijving.
Antwoord: 1d, 2f, 3b, 4a, 5e, 6c.
De begrippen en omschrijvingen zijn op de slide te vinden onder de hotspotbuttons, en zijn als volgt:
Begrippen
1. Seksisme
2. Racisme
3. Discriminatie op basis van geloof
4. Vooroordeel
5. Stereotype
6. Discriminatie op basis van leeftijd
Situaties
a. Alle vluchtelingen zijn gelukszoekers.
b. Fatima wordt niet aangenomen omdat zij een hoofddoek draagt.
c. In een vacature staat: deze baan is alleen geschikt voor 30 tot 40 jarigen.
d. Angela verdient minder dan Herman terwijl zij dezelfde functie vervullen.
e. Alle jongens houden van voetbal.
f. Iemand met een donkere huidskleur wordt geweigerd door een bewaker bij een club.