Lesson by Filmeducatie
This lesson contains 12 slides, with text slides.
Deze filmlessen zijn een samenwerking tussen Filmhub-Zuid Holland, Cinekid, International Filmfestival Rotterdam, Taartrovers, Eye en IDFA. De filmlessen en de films worden gratis aangeboden.
Wat betekenen de iconen?
Kijk
Vraag
Opdracht
Informatie
Beste leerkracht,
Het doel van deze lessen is om de leerlingen in aanraking te brengen met film zoals zij deze (waarschijnlijk) niet eerder zagen, erover te praten en goed te leren kijken.
De filmsnack bevat een korte film die verbonden is aan het Kinderboekenweek thema "Spot aan!". Je kunt deze les gebruiken om het thema in te leiden en daarna aan de slag te gaan met boeken.
Heb je nog niet eerder met LessonUp gewerkt? Hieronder vind je aanvullende informatie:
LessonUp maakt gebruik van icoontjes, deze worden hotspots genoemd. Klik op de hotspots om deze te openen en de vragen, opdrachten en extra informatie zichtbaar te maken.
Een korte film kijken die past bij het thema van de Kinderboekenweek: 'Spot aan!'
Dit gaan we doen
Nadenken over het uitdrukken van gevoelens.
Een eigen karakter bedenken binnen de wereld van de film 'De Afvalligen'.
Hotspot 1: We gaan een korte film kijken die past bij het thema van de kinderboekenweek: 'Spot aan!'
Hotspot 2: We gaan nadenken over het uitdrukken van gevoelens.
Hotspot 3: We gaan een eigen karakter bedenken binnen de wereld van de film 'De Afvalligen'.
Soms kan een stilstaand beeld in de film je al iets vertellen over de film! Laten we kijken naar 2 verschillende filmstills.
Wat zie je op dit plaatje?
Sta jij wel eens in de spotlight?
Hoe voelt het om in de spotlight te staan?
Vertel de leerlingen:
Een filmstill is een stilstaand plaatje uit de film. Dit is een afbeelding uit de animatiefilm 'De Afvalligen'. Deze film gaan we later in de les in zijn geheel bekijken.
Hotspot 1: Soms kan een stilstaand beeld in de film je al veel vertellen over de film! Laten we kijken naar twee filmstills.
Vraag 1: Wat zie je op dit plaatje?
Het thema van de kinderboekenweek is 'Spot Aan!'. Een lantaarnpaal is eigenlijk ook een soort spotlight.
Vraag 2: Sta jij weleens in de spotlight
Hulpvragen: Wanneer was dat? Als je nog nooit in de spotlight gestaan hebt, zou je dat wel willen? Waarom wel of niet? Op wat voor manier zou je in de spotlight willen staan?
Vraag 3 (vervolgvraag): Hoe voelt het om in de spotlight te staan?
De omgeving waarin een film zich afspeelt, kan veel zeggen over wat er gaat gebeuren.
Waar speelt deze film zich af?
Wat zou er op deze plek allemaal kunnen gebeuren?
Vertel de leerlingen:
Voor elk verhaal kun je nadenken over 5 'W-vragen': wie, wat, waar, wanneer en waarom. Dat geldt voor boeken, maar ook voor films. We gaan voor dit plaatje nadenken over de "Waar-vraag".
Hotspot 1: De omgeving waarin een film zich afspeelt, kan veel zeggen over wat er gaat gebeuren.
Vraag 1: Waar speelt deze film zich af?
Hulpvragen: Waar zie je dat aan? Welke verschillende onderdelen zie je? Wat kunnen we nog meer ontdekken?
Mogelijke antwoorden:
We zijn op straat, vlakbij een drukbewoonde flat. We zien een bushalte en vuilnisbakken die te vol zijn. Er staat allemaal vuilnis naast wat niet in de bak past.
Vraag 2:
Wat kan er allemaal op deze plek gebeuren? (Er zijn geen goede of foute antwoorden. Laat de fantasie de vrije loop)
Mogelijke antwoorden: Er kan een bus aankomen, misschien stapt er iemand uit die thuis komt van school. De vuilniswagen kan komen om de rommel op te halen. Misschien komt er iemand langs die tussen het afval gaat zoeken naar schatten of komen er meeuwen pikken in de vuilniszakken. Misschien komt er iemand uit de flat met nog meer spullen voor de vuilnisbak, etc.
We gaan nu kijken naar de film 'De Afvalligen' . De film duurt 2.5 minuten. Na afloop bespreken we de film.
Kijkvraag
"Hoe voelt het afval zich?"
Vertel de leerlingen:
Hotspot: We gaan nu kijken naar de film 'De Afvalligen'.
De film duurt 2.5 minuten. Na afloop bespreken we de film.
Kijkvraag: Let er tijdens het kijken op: "Hoe voelt het afval zich?"
Zorg voor een zo goed mogelijk kijkervaring voor de leerlingen:
Is het lokaal donker?
Staat het geluid aan?
Staat de film op volledig beeld?
Wat heb je in de film gezien en gehoord?
Welke scène (welk stukje) vond je het meest opvallend? Waarom?
Wat vond je mooi aan de film? Wat vond je minder? Leg uit waarom.
Kijkvraag
"Hoe voelt het afval zich?"
Op welke manier toont het afval hun emoties?
Wanneer er in een verhaal niet alleen gepraat en geacteerd wordt, maar ook gezongen en gedanst, dan heet dat een musical (film). De liedjes zijn dan niet 'extra' of op de achtergrond, maar helpen om het verhaal goed te vertellen.
Voor de leraar:
We gaan nu reflecteren op de film die de leerlingen net hebben gezien.
Antwoord op de vragen:
De leerlingen praten over het verhaal op basis van hun observaties. Er is geen goed of fout antwoord.
De leerkracht kan doorvragen met:
Waar zag je dat aan?
Wie denkt daar anders over?
Waarom is dat?
Heb je een vraag na het kijken van deze film?
Wat is je het meest bijgebleven nadat je de film zag?
Vraag 1: Wat heb je in de film gezien en gehoord?
Vraag 2: Welke scène (welk stukje) vond je het meest opvallend? Waarom?
Vraag 3: Wat vond je mooi aan de film? Wat vond je minder? Leg uit waarom.
Vraag 4 (kijkvraag): Hoe voelt het afval zich?
- vervolgvraag: was dat anders aan het begin van de film vergeleken met het eind?
- vervolgvraag 2: wat dacht je dat er ging gebeuren toen de vuilniswagen aan kwam rijden? Wat gebeurde er echt?
Vraag 5: Op welke manier toont het afval hun emoties?
Hotspot 6 (informatie):
Wanneer er in een verhaal niet alleen gepraat en geacteerd wordt, maar ook gezongen en gedanst, dan heet dat een musical (film). De liedjes zijn dan niet 'extra' of op de achtergrond, maar helpen om het verhaal goed te vertellen.
** De film is maar erg kort: hebben de leerlingen moeite om de informatie terug te halen, kijk de film dan gerust een tweede keer. Zien ze de tweede keer ook andere dingen? **
Wat gebeurt er als iemand anders dingen voor jou bepaalt?
Waarom is het fijn om samen te werken?
Op welke manier vind jij het fijn om je gevoelens te uiten?
Vraag 1: Op welke manier vind jij het fijn om je gevoelens te uiten?
In de film komt het afval er achter dat ze niet alleen staan, maar dat ze allemaal met het zelfde probleem te maken hebben. Ze steunen elkaar en komen samen tot de oplossing.
Vraag 2: Waarom is het fijn om samen te werken?
De docent kan doorvragen met:
- Is het ook weleens fijn om juist alleen te werken? Wanneer? Waarom?
In de film besluit het afval zich niet langer neer te leggen bij wat anderen van hen vinden. Mensen hebben gezegd "jij bent vanaf nu rotzooi" en dat maakt hen verdrietig. Aan het eind van de film accepteren ze dat label niet meer. Ze hervinden hun zelfvertrouwen en vieren hun nieuwe inzicht en gevoel met zang en dans.
Voor de leraar:
Je kunt deze film gebruiken om een breder gesprek te starten over hokjes-denken, omgaan met opgelegde verwachtingen en (voor)oordelen.
De laatste hotspot raakt aan dit onderwerp en kan als voorbeeld dienen om de kinderen na te laten denken over hun eigen kracht en autonomie.
Vraag 3: Wat gebeurt er als iemand anders dingen voor jou bepaalt?
Bijvoorbeeld:
- hoe jij je voelt?
- hoe jij je moet gedragen?
- hoe jij je moet kleden?
Hoe denk je dat dat voelt? Is dat positief of negatief? Zijn er situaties waarin het wél fijn/ behulpzaam is? Wanneer niet? Wat kun je zelf in zo'n situatie doen?
Opdracht
Ontwerp je eigen afvallige
• Welk afval vind je vaak op straat?
• Bedenk je eigen karakter.
- Hoe laat jouw karakter zien hoe die zich voelt?
- Hoe klinkt je karakter?
- Hoe beweegt je karakter?
- Welk tweede leven zou je karakter kunnen krijgen?
Ontwerp je eigen afvallige:
• Brainstorm met de klas welke voorwerpen ze vaak op straat vinden.
• Laat iedere leerling een afval voorwerp kiezen.
• Vertel de leerling dat ze zelf een karakter gaan ontwerpen. Het karakter moet zó mee kunnen spelen in een deel 2 van de film.
• Laat hen nadenken over de volgende onderdelen:
1. Als jouw voorwerp een mond zou hebben, waar zou die dan zitten?
2. Welke andere (menselijke) eigenschappen heeft je voorwerp/ karakter (zie vuilniszakken op afbeelding ter indpiratie), waardoor je goed kan zien wat die voelt?
3. Hoe klinkt jouw karakter? Heeft het een hoge of juist lage stem? Zacht of scherp/hard? Langzaam of snel? Oud of jong?
4. Hoe beweegt jouw karakter zich voort?
5. Stel dat je karakter zou besluiten "ik ben geen afval meer", wat zou het dan nog meer kunnen worden? Voor welke andere dingen kun je het voorwerp gebruiken of wat zou je er nog meer mee kunnen doen behalve het in de prullenbak te gooien?
** Optionele verdieping - focus op beeldend: laat de leerlingen hun karakter vormgeven (tekenen/ knippen/ plakken) in de verdrietige en/of blije variant. Laat hen nadenken over het overbrengen van emotie in vorm en kleur.
** Optionele verdieping - focus op taal: laat de leerlingen 4 regels liedtekst verzinnen (op rijm) vanuit het oogpunt van hun karakter.
**Variatie: Behandel alleen punt 5: welk tweede leven kan er gegeven worden aan veel gezien straatafval? En kunnen de kinderen creatieve nieuwe oplossingen verzinnen om (straat)afval te verminderen? Wat doen ze zelf al om afval te voorkomen? Wat kunnen ze nog meer doen?
Laten we samen kijken naar de resultaten van de doe-opdracht.
Wat was je idee?
Hoe heb je dat gedaan?
Hotspot 1: Laten we samen kijken naar de resultaten van de doe-opdracht.
Vraag 1:
• Vraag leerlingen om hun karakter voor te stellen. Wat kunnen ze allemaal over hun karakter vertellen? Hoe klinkt, beweegt, voelt het karakter zich? Welk tweede leven hebben ze bedacht voor hun karakter? Zijn er leerlingen die nog andere toepassingen kunnen bedenken voor het voorwerp in kwestie?
De leerkracht kan doorvragen met:
• Wat heb je allemaal uitgeprobeerd?
• Waar ben je trots op?
In het geval van de beeldende verdieping:
• Is het goed zichtbaar hoe het karakter zich voelt? (verdrietig of blij) Waarom is dit goed gelukt? Komt het door de vormen die gebruikt zijn (en de menselijke eigenschappen) of zijn er ook kleuren gebruikt die daar aan bijdragen?
In het geval van de taal gerichte verdieping:
• Was het moeilijk om goede rijmwoorden te verzinnen? Kan de klas nog extra/andere rijmwoorden verzinnen?
Bedankt voor het meedoen aan de filmles!
Meer met film in de klas?
Kijk op filmeducatie.nl
of op iffr.com/nl/educatie
Bedankt voor het meedoen aan de filmles.
Voor meer aanbod van IFFR kun je terecht op http://www.iffr.com/nl/educatie.
Voor advies, feedback of maatwerk, kun je ook contact opnemen met education@iffr.com.
Andere films in het thema van de kinderboekenweek vind je op http://www.filmeducatie.nl.