Binnenstebuiten/Inside Out

1 / 56
next
Slide 1: Slide
FilmVoortgezet speciaal onderwijs

This lesson contains 56 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Introduction

Deze filmlessen bij de film Binnenstebuiten/Inside Out (Disney - Pixar) gaan over het leren herkennen en benoemen van emoties.

Instructions

Deze lessen sluiten aan bij de Basisleerlijn Sociaal Gedrag, kerndoelen SO 2 en 3; 
3.1 Ervaringen delen
Niveau 1: Toont gevoelens van blijdschap, angst, boosheid en verdriet
Niveau 2: Herkent basale gevoelens bij een ander 
Niveau 3: Herkent gevoelens van blijdschap, angst, boosheid en verdriet
Niveau 4: Herkent complexere gevoelens bij zichzelf 
(Bron: CED-Groep) 

Lesdoelen lessen:

- De leerlingen kunnen vijf verschillende emoties herkennen en benoemen aan de hand van de Disneyfilm Binnenstebuiten
- De leerlingen kunnen de vijf verschillende emoties herkennen en benoemen bij hoofdpersoon Riley
- De leerlingen kunnen hun eigen emoties koppelen aan de vijf emoties in Binnenstebuiten en daarover met elkaar in gesprek gaan
- De leerlingen kunnen andere benamingen bedenken voor de vijf emoties en andere benamingen herkennen

Deze lessenserie rondom ‘Emoties’ bevat vier lessen die ieder 15 - 20 minuten duren. 

Voorafgaand aan les 1 wordt de film Binnenstebuiten (regisseur Pete Docter, 2015) gekeken. 
Iedere les bevat een afgebakend onderdeel rondom ‘emoties’, waar de docent en leerlingen mee aan de slag gaan. De docent kan hiermee zelf bepalen of deze lessen in één keer gegeven worden, of opgedeeld in vier korte lessen van een kwartier verspreid over de week. De lessen worden klassikaal gegeven. 

In de slides staat voor de docent steeds duidelijk aangegeven waar een les begint en waar een les stopt. Op de slides zijn veel afbeeldingen geplaatst, zodat de leerlingen weinig teksten hoeven te lezen. De lessuggesties voor docenten staan in een aparte notitie weergegeven en zijn niet zichtbaar voor leerlingen. De extra suggestievragen nodigen uit tot een gesprek. Afhankelijk van de input vanuit de klas, kunnen alle vragen worden gedaan, of maar enkele. De docent bepaalt hiermee zelf het tempo en niveau.

De indeling is als volgt:
Les 1: Emoties benoemen en omschrijven: Slide 4 t/m 19
Les 2: Emoties herkennen en benoemen bij hoofdpersoon Riley: Slide 20 t/m 32
Les 3: Emoties benoemen bij jezelf: Slide 33 t/m 43
Les 4: Andere benamingen voor emoties: Slide 44 t/m 56

Deze lessenreeks is een samenwerking tussen Stip VSO Utrecht, Karlijn Naaijkens en Filmhub Midden.


Instructions

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welkom bij deze lessenreeks over de film Binnenstebuiten

De lessen zijn bedoeld voor VSO, maar kunnen bijvoorbeeld ook gebruikt worden voor PO.


Bekijk de film
Bekijk de film

Slide 2 - Slide

Bekijk de film

Voorafgaand aan les 1 wordt de film Binnenstebuiten (regisseur Pete Docter, 2015) gekeken. 
De film is te bekijken via:

Pathé Thuis
Google Play
Disney+ (abonnement)
DVD

  • Les 1. Welke emoties zijn er?
  • Les 2. Welke emoties heeft Riley? 
  • Les 3. Welke emoties heb jij zelf?
  • Les 4. Welke andere woorden zijn er voor de emoties?


Vier lessen

Slide 3 - Slide

Lesoverzicht voor de leerlingen. Wat gaan we doen?

Vertel de leerlingen dat er 4 lessen zijn van 15 - 20 minuten en geef aan wanneer de lessen zullen plaatsvinden (bijvoorbeeld verspreid over de week). Alle lessen in één keer doen is mogelijk, maar niet aan te raden.

Les 1. Welke emoties zijn er?

Slide 4 - Slide

Les 1: Emoties benoemen en omschrijven
Slide 4 t/m 19
Woede
Verdriet
Plezier
Angst
Afkeer
Rood
Blauw
Geel
Paars
Groen

Slide 5 - Drag question

Dit is een sleepvraag. De leerlingen slepen de juiste kleuren naar de juiste karakters.

Misschien is het de leerlingen al opgevallen. Elk karakter/emotie heeft ook een eigen huidskleur. 
(Kijk dus niet naar haarkleur of kleding. Plezier is geel, maar heeft bijvoorbeeld blauw haar. Dat kan wat verwarrend zijn.)
Via de sleepvraag in Lessonup kunnen de leerlingen via het Digibord aangeven welke kleur bij welke emotie/karakter hoort, door de goede kleuren naar de namen van de karakters te slepen.
Woede = rood
Plezier = geel
Verdriet = blauw
Angst = paars
Afkeer = groen

Klik op 'controleren' om te kijken of de antwoorden juist zijn.
Klik op 'opnieuw' om het opnieuw te proberen. 
Klik op 'toon antwoord' om het goede antwoord te zien.

Slide 6 - Slide

Wie is dit en wat betekent deze emotie?

Op elke slide staat 1 karakter/emotie. Laat de leerlingen het karakter zien en vraag hen of zij nog weten hoe dit karakter heet en welke emotie dit karakter voorstelt. 

Dit is Plezier.
Vraag de leerlingen: wat is de emotie plezier eigenlijk? Laat ze de emotie omschrijven bijvoorbeeld: 'je blij voelen', 'het leuk hebben'. 
Vraag eventueel door met: Wat doen mensen als ze plezier hebben? Leerlingen kunnen voorbeelden geven van waar je plezier aan kan beleven, maar kunnen ook voorbeelden geven over hoe mensen zich gedragen: blij kijken, lachen, springen, juichen, dansen etc.
Dit mag een gesprek zijn over 'mensen in het algemeen'. In les 3 wordt er ingegaan op hun eigen emoties.

Suggestievraag:
Voor de gevorderde leerlingen die kunnen associëren: waarom is er gekozen voor de kleur geel bij Plezier? Antwoord: geel van de zon = vrolijke kleur.  

Slide 7 - Slide

Wie is dit en wat betekent deze emotie?

Laat de leerlingen het karakter zien en vraag hen of zij nog weten hoe dit karakter heet en welke emotie dit karakter voorstelt.  

Dit is Verdriet.
Vraag de leerlingen: wat is de emotie verdriet eigenlijk? Laat ze de emotie omschrijven bijvoorbeeld: 'je niet blij voelen', 'je rot voelen'. 
Vraag eventueel door met: Wat doen mensen als ze verdrietig zijn? Leerlingen kunnen voorbeelden geven van waar je verdriet om kan hebben, maar kunnen ook voorbeelden geven over hoe mensen zich gedragen: huilen, zielig kijken, terugtrekken in een hoekje etc.
Dit mag een gesprek zijn over 'mensen in het algemeen'. In les 3 wordt er ingegaan op hun eigen emoties.

Suggestievraag: 
Voor de gevorderde leerlingen die kunnen associëren: waarom is er gekozen voor de kleur blauw bij Verdriet? Antwoord: blauw is de kleur van tranen, van regen, blauw is een koele kleur en staat voor verdriet. Je kan je ook 'blauw' voelen (feeling blue) of een blauwe dag hebben (blue monday).

Slide 8 - Slide

Wie is dit en wat betekent deze emotie?

Laat de leerlingen het karakter zien en vraag hen of zij nog weten hoe dit karakter heet en welke emotie dit karakter voorstelt.  

Dit is Woede.
Vraag de leerlingen: wat is de emotie woede eigenlijk? Laat ze de emotie omschrijven bijvoorbeeld: 'boos zijn', 'geïrriteerd zijn'.
Vraag eventueel door met: Wat doen mensen als ze woedend zijn? Leerlingen kunnen voorbeelden geven van waar je woedend om kan zijn, maar kunnen ook voorbeelden geven over hoe mensen zich gedragen: stampvoeten, schreeuwen, boos kijken.

Suggestievraag: 
Voor de gevorderde leerlingen die kunnen associëren: waarom is er gekozen voor de kleur rood bij Woede? Antwoord: je kan wel eens rood worden (rood aanlopen) als je boos wordt, rood is ook een heftige kleur. Ook staat het voor 'vuur' en 'explosies'. Het karakter Woede staat daarom zo nu en dan in brand!

Slide 9 - Slide

Wie is dit en wat betekent deze emotie?

Laat de leerlingen het karakter zien en vraag hen of zij nog weten hoe dit karakter heet en welke emotie dit karakter voorstelt.  

Dit is Angst.
Vraag de leerlingen: wat is de emotie angst eigenlijk? Laat ze de emotie omschrijven bijvoorbeeld: 'ergens bang voor zijn', 'je onrustig voelen'.
Vraag eventueel door met: Wat doen mensen als ze angstig zijn? Leerlingen kunnen voorbeelden geven van waar je angstig voor kan zijn, maar kunnen ook voorbeelden geven over hoe mensen zich gedragen: snel schrikken, iets niet durven etc.

Suggestievraag: 
Voor de gevorderde leerlingen die kunnen associëren: waarom is er gekozen voor de kleur paars bij Angst? Antwoord: Deze is wat lastiger. Paars is een mix tussen blauw en rood, dus tussen verdriet en woede, net als angst. 

Slide 10 - Slide

Wie is dit en wat betekent deze emotie?

Laat de leerlingen het karakter zien en vraag hen of zij nog weten hoe dit karakter heet en welke emotie dit karakter voorstelt.  

Dit is Afkeer.
Vraag de leerlingen: wat is de emotie afkeer eigenlijk? Laat ze de emotie omschrijven bijvoorbeeld: 'iets vies vinden', 'ergens een hekel aan hebben'.
Vraag eventueel door met: Wat doen mensen als ze afkeer hebben voor iets? Leerlingen kunnen voorbeelden geven van waar je afkeer voor kan hebben, maar kunnen ook voorbeelden geven over hoe mensen zich gedragen: vies kijken, misselijk worden, weglopen.

Suggestievraag: 
Voor de gevorderde leerlingen die kunnen associëren: waarom is er gekozen voor de kleur groen bij Afkeer? Antwoord: groen is de kleur van misselijkheid, dan wordt je gezicht een beetje groen. Groen is ook de kleur van jaloezie. En jaloezie is ook een soort afkeer/afgunst.

Slide 11 - Slide

Bekijk het filmpje en stel vier vragen

De emoties stellen zich nog een keer aan de leerlingen voor door middel van een filmpje. Vraag na ieder filmpje vier dingen aan de leerlingen.
1. Wat was Riley aan het doen? Riley bouwde een kaartenhuis
2. Wat gebeurde er toen? Het kaartenhuis stortte in
3. Hoe reageerde Riley daarop? Ze werd boos/gefrustreerd en gooide alle kaarten door elkaar
4. Welke emotie had Riley dus? Woede

Slide 12 - Slide

Bekijk het filmpje en stel vier vragen

1. Wat was Riley aan het doen? Ze maakte huiswerk
2. Wat gebeurde er toen? Er kwam een spin naar beneden
3. Hoe reageerde Riley daarop? Riley schrok en viel van haar stoel
4. Welke emotie had Riley dus? Angst

Slide 13 - Slide

Bekijk het filmpje en stel vier vragen

1. Wat was Riley aan het doen? Ze was aan het lezen
2. Wat gebeurde er toen? Er kwam een vlieg 
3. Hoe reageerde Riley daarop? Riley sloeg de vlieg dood en ze vond dit vies
4. Welke emotie had Riley dus? Afkeer

Slide 14 - Slide

Bekijk het filmpje en stel vier vragen

1. Wat was Riley aan het doen? Riley was aan het schrijven 
2. Wat gebeurde er toen? Er viel een glas melk over haar schrift
3. Hoe reageerde Riley daarop? Ze keek heel verdrietig, alsof ze bijna ging huilen
4. Welke emotie had Riley dus? Verdriet

Slide 15 - Slide

Bekijk het filmpje en stel vier vragen

1. Wat was Riley aan het doen? Riley was aan het schrijven en luisterde naar muziek
2. Wat gebeurde er toen? Haar pen raakte de mok aan en maakte een geluid
3. Hoe reageerde Riley daarop? Riley maakte muziek door met haar pen op de mok en de tafel te drummen
4. Welke emotie had Riley dus? Plezier
Welke emotie heeft Riley niet?
A
Afkeer
B
Plezier
C
Verdriet
D
Verliefd

Slide 16 - Quiz

Antwoord: D Verliefd
Waarom was Riley vooral verdrietig in de film?
A
Ze vindt ijshockey niet leuk meer
B
Ze is verhuisd en vindt dat niet fijn
C
Ze vindt haar ouders niet leuk
D
Ze heeft ruzie met haar vriendin

Slide 17 - Quiz

Antwoord: B ze is verhuisd en vindt dat niet fijn
Welke emotie had Riley toen ze weg wilde lopen, terug naar haar vorige woonplaats?
A
Angst
B
Plezier
C
Woede
D
Verdriet

Slide 18 - Quiz

Antwoord: C Woede

Slide 19 - Slide

Sluit de les af

Blik met de leerlingen terug op deze les. Herhaal eventueel een aantal zaken en/of kijk vooruit naar de volgende les. 
Tijdens de volgende les gaan we kijken naar de emoties van hoofdpersoon Riley.
Les 2. Welke emoties heeft Riley?

Slide 20 - Slide

Les 2: Emoties herkennen en benoemen bij hoofdpersoon Riley
Slide 20 t/m 32

Slide 21 - Slide

Welke emotie heeft baby Riley?

Toen Riley een baby was had ze eerst nog maar één emotie.

Kijk naar het gezicht van Baby Riley. Welke emotie heeft ze hier?

Plezier

Waaraan kan je dat zien?
Ze moet lachen. Haar ogen staan blij en haar mond lacht.



Slide 22 - Slide

Welke emotie heeft baby Riley?

Kijk naar Baby Rileys gezicht. Welke emotie heeft ze hier?

Verdriet

Waaraan kan je dat zien?
Ze moet huilen. Ze fronst haar wenkbrauwen en haar mond is een streep

Slide 23 - Slide

Laat het filmpje zien.
Ga dan naar de volgende slides en bespreek een aantal screenshots van het filmpje met de leerlingen.

A
Woede
B
Angst
C
Afkeer
D
Verdriet

Slide 24 - Quiz

Bespreek Rileys emoties aan de hand van het screenshot

Hoe kunnen we zien en horen dat Riley broccoli vies vindt? Kijk naar het plaatje.

Ze kijkt naar het stukje broccoli en ze kijkt er 'vies' naar. Dit is de emotie afkeer.
(In het filmpje zegt ze ook 'getsie'.)

A
Angst
B
Woede
C
Verdriet
D
Afkeer

Slide 25 - Quiz

Bespreek Rileys emoties aan de hand van het screenshot

Hoe kunnen we zien en horen dat Riley boos wordt omdat ze geen toetje krijgt? Kijk naar het plaatje.

Riley kijkt boos. Ze schreeuwt. Dit is de emotie woede.


A
Plezier
B
Angst
C
Afkeer
D
Woede

Slide 26 - Quiz

Bespreek Rileys emoties aan de hand van het screenshot

Hoe kunnen we zien en horen dat Riley blij is en plezier heeft? Kijk naar het plaatje.

Ze kijkt blij. Dat kan je zien aan haar mond: haar mondhoeken staan omhoog en dat betekent dat ze lacht. Dit is de emotie plezier.

A
Woede
B
Angst
C
Afkeer
D
Verdriet

Slide 27 - Quiz

Bespreek Rileys emoties aan de hand van het screenshot

Riley is wat ouder geworden.

We gaan nu raden welke emotie ze heeft, door steeds te kijken naar een plaatje van haar gezichtsuitdrukking.

Riley kijkt sip. Dit is de emotie verdriet.

A
Angst
B
Woede
C
Afkeer
D
Plezier

Slide 28 - Quiz

Bespreek Rileys emoties aan de hand van het screenshot

We gaan nu raden welke emotie ze heeft, door te kijken naar een plaatje van haar gezichtsuitdrukking.

Riley kijkt boos. Dit is de emotie woede.

A
Angst
B
Woede
C
Plezier
D
Afkeer

Slide 29 - Quiz

Bespreek Rileys emoties aan de hand van het screenshot

We gaan nu raden welke emotie ze heeft, door te kijken naar een plaatje van haar gezichtsuitdrukking.

Riley kijkt vrolijk. Dit is de emotie plezier.

A
Afkeer
B
Woede
C
Plezier
D
Verdriet

Slide 30 - Quiz

Bespreek Rileys emoties aan de hand van het screenshot

We gaan nu raden welke emotie ze heeft, door te kijken naar een plaatje van haar gezichtsuitdrukking.

Riley huilt in de klas. De emotie is verdriet.

A
Afkeer
B
Woede
C
Plezier
D
Verdriet

Slide 31 - Quiz

Bespreek Rileys emoties aan de hand van het screenshot

We gaan nu raden welke emotie ze heeft, door te kijken naar een plaatje van haar gezichtsuitdrukking.

Deze is misschien wat lastig. Riley rolt met haar ogen. Dat is afkeer. (Het poppetje Afkeer rolt ook altijd met haar ogen)

Slide 32 - Slide

Sluit de les af

Blik met de leerlingen terug op deze les. Herhaal eventueel een aantal zaken en/of kijk vooruit naar de volgende les. 
Tijdens de volgende les gaan we kijken naar jouw eigen emoties.
Les 3. Welke emoties heb jij zelf?

Slide 33 - Slide

Les 3: Emoties herkennen en benoemen bij jezelf
Slide 33 t/m 43

Slide 34 - Slide

Deze les staat in het teken van de emoties van de leerlingen zelf

We hebben gekeken naar de emoties van Riley. 
Tijdens deze les gaan we kijken naar jouw eigen emoties.

Slide 35 - Slide

Welk personage was het leukst en waarom?

Vraag de leerlingen welke personages zij het leukst vonden om naar te kijken in de film?

Waarom?

Misschien zijn dit wel emoties die ze bij zichzelf herkennen of juist helemaal niet!



Slide 36 - Slide

Welk personage was het minst leuk en waarom?

Vraag de leerlingen welke personages zij het minst leukst vonden om naar te kijken in de film?

Waarom?

Misschien zijn dit wel emoties die ze bij zichzelf herkennen of juist helemaal niet!



Slide 37 - Slide

Welke emoties voelen de leerlingen zelf? Ze kiezen er twee

Vraag de leerlingen: Welke emoties voel jij het vaakst?

De leerlingen mogen twee emoties uitkiezen.

Slide 38 - Slide

Plezier

Vraag de leerlingen: wie had er plezier gekozen? En waarom?

Ga het gesprek aan met leerlingen. 
Wanneer had jij voor het laatst plezier? Wanneer heb je voor het laatst gelachen?

Slide 39 - Slide

Verdriet

Vraag de leerlingen: wie had er verdriet gekozen? En waarom?

Vraag eventueel door:
Ben jij wel eens verdrietig? En waarom ben je dan verdrietig?
Wat doe je als je verdrietig bent?

Slide 40 - Slide

Afkeer

Vraag de leerlingen: wie had er afkeer gekozen? En waarom?

Vraag eventueel door: Heb je wel eens gezien dat iemand afkeer had voor iets of iemand? 
Wat doe je als je afkeer hebt voor iets of iemand?

Slide 41 - Slide

Woede

Vraag de leerlingen: wie had er woede gekozen? En waarom?

Vraag eventueel door:
Heb je iemand anders wel eens woedend gezien? Wat gebeurde er toen?
Waaraan kon je toen zien dat deze persoon woedend was? (Bijvoorbeeld, ging slaan, ging schreeuwen etc).

Slide 42 - Slide

Angst

Vraag de leerlingen: wie had er angst gekozen? En waarom?

Vraag eventueel door:
Ken jij iemand die wel eens angstig is?
Waar kan je allemaal angstig voor zijn?
Hoe kan je zien aan iemand dat deze persoon angstig is?
Ben je bang voor een bepaald dier/situatie?

Slide 43 - Slide

Sluit de les af

Blik met de leerlingen terug op deze les. Herhaal eventueel een aantal zaken en/of kijk vooruit naar de volgende les. 
Tijdens de volgende les gaan we kijken naar andere woorden voor de verschillende emoties.
Les 4: Welke andere woorden zijn er voor de emoties?

Slide 44 - Slide

Les 4: Andere benamingen emoties
Slide 44 t/m 56
Woede

Slide 45 - Mind map

Vraag de leerlingen naar synoniemen voor 'woede' en bespreek de nuances

Vraag de leerlingen welke woorden er nog meer zijn voor Woede of te maken hebben met Woede. (Synoniemen)

Boos, kwaad, gefrustreerd, driftig, driftbui, gewelddadig, razend, razernij etc.

Suggesties:
Bespreek eventueel de nuance of verschillen tussen de woorden. Welke woorden zijn het heftigst? Eventueel kan je ze van heel heftig naar minder heftig plaatsen. Razend is bijvoorbeeld wat heftiger dan gewoon 'boos'. 
Plezier

Slide 46 - Mind map

Vraag de leerlingen naar synoniemen voor 'plezier' en bespreek de nuances

Vraag de leerlingen welke woorden er nog meer zijn voor Plezier of te maken hebben met Plezier. 

Blij, pret, lol, vrolijk, leuk, geweldig, grappig, lachen, feest, pret, vreugde, gelukkig, fantastisch.

Suggesties: 
Bespreek eventueel de nuances tussen de woorden. Welke woorden zijn het meest vrolijk en welke minder? Eventueel kan je ze van heel vrolijk naar een minder vrolijk plaatsen. Bijvoorbeeld van geweldig naar leuk. 

Verdriet

Slide 47 - Mind map

Vraag de leerlingen naar synoniemen voor 'verdriet' en bespreek de nuances

Vraag de leerlingen welke woorden er nog meer zijn voor Verdriet, of welke woorden er te maken hebben me Verdriet.

Bedroefd, pijn, huilen, mistroostig, triest, zielig, rot voelen, sip, ongelukkig, somber, neerslachtig, droevig, treurig, eenzaam, negatief.

Suggesties:
Bespreek eventueel de nuance of verschillen tussen de woorden. Welke woorden zijn het heftigst? Eventueel kan je ze van heel heftig naar minder heftig plaatsen. Ongelukkig is bijvoorbeeld wat heftiger dan somber.
Afkeer

Slide 48 - Mind map

Vraag de leerlingen naar synoniemen voor 'afkeer' en bespreek de nuances

Vraag de leerlingen welke woorden er nog meer zijn voor Afkeer, of woorden die ermee te maken hebben.

Afschuw, griezelen, vies vinden, huiverig, afgrijzen, haat, vijand, wrok, weerzin, misselijk, walging, gruwel, hekel, tegenzin, hekel aan, negatief.

Suggesties:
Bespreek eventueel de nuance of verschillen tussen de woorden. Welke woorden zijn het heftigst? Eventueel kan je ze van heel heftig naar minder heftig plaatsen. Afschuw is bijvoorbeeld wat heftiger dan 'vies'.  
Angst

Slide 49 - Mind map

Vraag de leerlingen naar synoniemen voor 'angst' en bespreek de nuances

Vraag de leerlingen welke woorden er nog meer zijn voor Angst of met angst te maken hebben.

Bang, schrik, ongerustheid, bangig, nerveus, benauwd, bezorgd, bibberig, paniek, radeloosheid, spanning, onrustig, vrees, zenuwachtig, zorgen maken, fobie.

Suggesties:
Bespreek eventueel de nuance of verschillen tussen de woorden. Welke woorden zijn het heftigst? Eventueel kan je ze van heel heftig naar minder heftig plaatsen. Paniek is bijvoorbeeld heftiger dan schrikken.
Welke woorden passen bij woede?
A
Springen, lachen
B
Leed, huilen
C
Kwaad, ruzie
D
Paniek, help

Slide 50 - Quiz

Antwoord: C Kwaad, ruzie
Welke woorden passen bij angst?
A
Schreeuwen, slaan
B
Gillen, bang
C
Vies kijken, haat
D
Zingen, huppelen

Slide 51 - Quiz

Antwoord: B Gillen, bang
Welke woorden passen bij verdriet?
A
Agressie, geweld
B
Eenzaam, treurig
C
Opgewerkt, positief
D
Tegenzin, hekel aan

Slide 52 - Quiz

Antwoord: B Eenzaam, treurig
Welke woorden passen bij plezier?
A
Walging, tegenzin
B
Droevig, liefdesverdriet
C
Lastig, gefrustreerd
D
Vrolijk, vermaak

Slide 53 - Quiz

Antwoord: D Vrolijk, vermaak
Welke woorden passen bij afkeer?
A
Neerslachtig, janken
B
Onrust, bang
C
Afschuw, smerig
D
Huppelen, blijheid

Slide 54 - Quiz

Antwoord: C Afschuw, smerig

Slide 55 - Slide

Sluit de lessenreeks positief af

Bedank de leerlingen voor hun aandacht en openheid bij de lessenreeks.

Sluit eventueel af met het positieve filmpje op deze slide.

Slide 56 - Slide

Evaluatie

Vraag de leerlingen wat ze van de lessen vonden. Wat vonden ze leuk? Wat vonden ze minder? Wat hebben ze ervan geleerd?