Filosofie - Wat is echt?
Filosofie lessen voor po en vo

Filosofie - Socrates

De tijdreis van de filosofie

Socrates

ca. 470 -399 v. Chr, Griekenland

1 / 7
next
Slide 1: Slide
New lesson editorKunstBurgerschapskunde+3BasisschoolMiddelbare schoolMBOISKSpeciaal OnderwijsPraktijkonderwijs

This lesson contains 7 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Introduction

Deze les is onderdeel van een serie korte filosofielessen. Zij zijn een laagdrempelige manier om de leerlingen kennis te laten maken met de grote filosofen. In de les is dat Socrates. Wat was zijn filosofie, welke vragen stelde hij en om welke uitspraken werd hij bekend? De leerlingen maken kennis met filosofische vragen, gaan zelf filosoferen en trekken de uitspraken van oude filosoferen naar het nu. Hoe denken zij erover? Is het nu nog relevant? Laat ze vooral nadenken, twijfelen en ontdekken! In de notities staan bij sommige dia's verdiepende vragen of tips om er een volwaardige les van te maken.

Instructions

Probeer tijdens deze les je leerlingen op weg te helpen met sterke doorvragen.

1. Wat is een filosofische doorvraag
Het is een verdiepende vraag over wat de leerling net zei.
Het doel is niet: de leerling naar het “goede” antwoord leiden, maar om samen te onderzoeken wat de leerling bedoelt, waarom hij dat denkt en hoe hij dat kan onderbouwen. Oftewel:
- Denk niet: “Hoe krijg ik een beter antwoord?”
- Denk wel: “Hoe kan ik het kind helpen in zijn denkproces?"

2. De basis van een goede doorvraag
Goede doorvragen zijn:
  • Open (nodigen uit tot denken, geen ja/nee)
  • Nieuwsgierig (je wilt echt begrijpen wat het kind bedoelt)
  • Vertragend (je blijft even bij één gedachte, niet te snel naar de volgende)
  • Onderzoekend, niet beoordelend
3. Soorten doorvragen + voorbeeldzinnen
Hieronder vind je categorieën van doorvragen die goed werken bij kinderen (groep 6–8), met concrete voorbeelden die je direct kunt gebruiken in de klas.
  • Verhelderende doorvragen: Helpen om beter te begrijpen wat iemand bedoelt.
    “Wat bedoel je precies met …?”
    “Kun je dat uitleggen in andere woorden?”
    “Kun je een voorbeeld geven?”
    “Hoe weet je dat?”
    “Wat zou je bedoelen met ‘eerlijk’ (of ‘geluk’, ‘vrijheid’, …)?”
    Gebruik bij vage of grote woorden.
  • Onderzoekende doorvragen: Helpen om dieper te denken of een reden te vinden.
    “Waarom denk je dat?"
    "Wat maakt dat belangrijk voor jou?”
    “Zou iemand daar ook anders over kunnen denken?”
    “Wat zou er gebeuren als iedereen dat vond?”
    “Is dat altijd zo, of soms?”
    Gebruik bij overtuigingen of algemene uitspraken.
  • Doorvragen op tegenstellingen of uitzonderingen: Helpen om kritisch te denken en grenzen te verkennen.
    “Kan het ook anders zijn?”
    “Wat zou het tegenovergestelde zijn?”
    “Kun je een situatie bedenken waarin dat niet klopt?”
    “Wanneer zou het moeilijk zijn om dat te doen?”
    Gebruik als iemand iets heel stellig zegt.
  • Doorvragen op betekenis of waarde: Helpen om te onderzoeken waarom iets belangrijk is.
    “Waarom vind je dat belangrijk?”
    “Wat zegt dat over wat jij goed of slecht vindt?”
    “Is dat eerlijk voor iedereen, denk je?”
    “Wanneer is iets écht goed?”
    Gebruik bij morele of existentiële thema’s.
4. Praktische tips voor de docent
  • Luister traag – wacht 3 tellen voordat je reageert. Kinderen hebben tijd nodig om te denken.
  • Herhaal en spiegel – zeg bijvoorbeeld: “Dus jij zegt eigenlijk dat vrijheid betekent dat je zelf mag kiezen?” Dat laat zien dat je luistert en helpt anderen mee te denken.
  • Gebruik “waarom” spaarzaam – te vaak “waarom?” kan als ondervraging voelen. Wissel af met: “Hoe weet je dat?”, “Wat maakt dat zo?” of “Kun je dat uitleggen?”.
  • Blijf neutraal: reageer niet met “goed zo” of “dat klopt niet”, maar met: “Interessant dat je dat zegt, kun je dat toelichten?”
  • Laat leerlingen elkaar doorvragen: geef beurten en modelleer de houding. “Wie kan hierop doorvragen?”
Zo wordt het een écht filosofisch gesprek, geen Q&A met de docent.

5. Samenvattend ezelsbruggetje: “D-E-N-K”
Gebruik dit geheugensteuntje om tijdens een gesprek te onthouden hoe je doorvraagt:
D – Doorvragen: Blijf even bij één gedachte.
E – Exploreren: Onderzoek wat iemand bedoelt.
N – Nieuwsgierig: Stel vragen zonder oordeel.
K – Koppelen: Verbind ideeën van leerlingen met elkaar.

Items in this lesson

De tijdreis van de filosofie

Socrates

ca. 470 -399 v. Chr, Griekenland

This item has no instructions

De tijdreis van de filosofie

We reizen langs de bekendste filosofen om te ontdekken welke vragen hen bezighielden. We beginnen bij de oude Grieken met de vragen van Socrates.

Door Socrates gaat de filosofie nu over vragen en problemen van mensen. Voor hem was het belangrijk dat mensen zelf gingen nadenken.

Dat deed hij door in zijn gesprekken vragen te blijven stellen. Zo dwong hij mensen na te denken over hun leven, gewoontes en wat goed of slecht is. En hij sprak met iedereen.


De machthebbers vonden Socrates maar een lastige man.



Door al die vragen ontdekten mensen dat ze eigenlijk niet zoveel écht zeker wisten.

Socrates kreeg de keus: stoppen met zijn vragen of de gifbeker drinken. Socrates zou nooit stoppen met het stellen van vragen, dus koos hij ervoor de gifbeker te drinken.


Zodat ze niet alles geloofden wat anderen (de machthebbers) hen leerden of vertelden.

Ze wilden een volk dat naar hen luisterde, niet een volk dat zelf na ging denken.


This item has no instructions

1

Wie met weinig kan leven is heel rijk

2

De slimste mens is degene die weet dat hij niet alles weet

3

Onwetendheid is de bron van alle kwaad

Welke uitspraak van Socrates vind jij

het mooist?

Bespreek met de leerlingen waarom een bepaalde uitspraak hen aanspreekt.
- Wat vinden ze er mooi aan?

- Wat betekent de uitspraak volgens hen?

- Het zijn al hele oude uitspraken. Maar vind je dat ze nog steeds van belang zijn?
- Wat is de betekenis van deze uitspraak in hun eigen leven?

- Pittige vraag: Snap waarom juist deze filosoof deze vraag heeft gesteld?

Wat denk jij?



Kan je slim zijn, zonder alles te weten?

Dit is de filosofische vraag van deze les, in het gedachtengoed van Socrates.
'Kan je slim zijn, zonder alles te weten?'

Zo ja, hoeveel moet je dan weten om slim te zijn? Of kan je ook op een andere manier slim zijn? Hoe dan? Wat ís slim zijn eigenlijk? Ken je iemand die slim is? Weet die persoon alles?
Daag de leerlingen uit om zelf ook met vragen te komen en probeer te voorkomen dat er een goed antwoord nodig is of dat de vragen grappig of ridiculiserend worden.
Je wilt een open gesprek met de klas hierover.
- Zijn alle geleerden slim? Bestaan de stammen in de bossen van het Zuid Amerikaanse regenwoud dan alleen maar uit niet slimme mensen? Of zijn die ánders slim? Ben jij slim? Op welke manier? Wanneer mag je jezelf slim noemen? Of..is iederéén slim? En hoe zie jij dat dan?

- Ben je ook slim als je doet alsof je alles weet?
Tips:

- Start met een korte Algemene Kennis Quiz (zie het Quiz kanaal van LessonUp). Is degene met de meeste goede antwoorden slim? Is dan iemand met minder goede antwoorden niet slim?

- Vraag eens naar een persoon die je leerlingen heel slim vinden. Waarom is die persoon slim? Wat weet deze persoon allemaal? Weet deze persoon ook álles? Wat zegt dat over deze persoon?

- Laat de leerlingen een slim idee opschrijven en beargumenteren waarom ze het slim vinden en wat dit slimme idee hen/de wereld/de mens/de dieren oplevert.

Socrates - hier en nu

Zou Socrates nu leven, dan zou hij waarschijnlijk zeggen dat deze wereld niet zoveel verschilt van het oude Athene.

In Athene zeiden mensen alles te weten. Maar eigenlijk praatten ze alleen maar anderen na. Ze luisterden op het marktplein naar politici, sofisten* en de dichters en toneelschrijvers.

In onze tijd zou Socrates niet naar het marktplein gaan om de mensen zijn vragen te stellen of zijn leerlingen te vinden.

Socrates wilde dat je zelf nadenkt, vragen stelt en niet klakkeloos alles gelooft was je ziet en hoort.

Op de volgende slide een vraag die Socrates jou had kunnen stellen.

?
?

This item has no instructions

Vraag van Socrates aan jou:


Tegenwoordig krijgen we veel informatie via onze schermen. Socrates zou je kunnen vragen:

Wie is de baas in jouw hoofd?
Ben jij dat of is dat de computer die voor jou kiest welk filmpje je ziet?

Docenteninstructie: "Wie is de baas in jouw hoofd?"

Doel: Leerlingen laten inzien dat hun voorkeuren en meningen beïnvloed worden door onzichtbare keuzes van anderen (algoritmes).

Stap 1: De warming-up (De 'vrije' keuze)

Begin niet over computers, maar over iets alledaags.

Vraag: Als jij in de supermarkt een zak chips koopt, wie heeft er dan gekozen?(Antwoord van de klas: "Ik zelf!")

Vraag: Stel nu, je loopt diezelfde winkel binnen, maar de winkelier heeft alle schappen leeg gehaald, behalve het schap met chips. Jij koopt een zak. Wie heeft er dán gekozen?

Stap 2: De vertaling naar het scherm

Maak nu de sprong naar hun eigen belevingswereld (YouTube, TikTok, games).

Vraag: Als je YouTube opstart, zie je een lijst met filmpjes 'Voor Jou'. Heb jij die filmpjes daar neergezet?

Vraag: De computer kiest die filmpjes omdat hij denkt dat jij ze leuk vindt. Maar als de computer nooit iets anders laat zien, kun je dan nog wel iets nieuws ontdekken?

Stap 3: De kernvraag (De filosofische twist)

Stel nu de hoofdvraag: Als de computer elke dag voor jou kiest welk filmpje je kijkt, wie kiest er dan na een tijdje wat jij denkt: ben jij dat zelf, of de persoon die de computer heeft ingesteld?

Stap 4: Doorvragen (De Socratische aanpak)

Probeer niet te zoeken naar een 'goed' of 'fout' antwoord, maar vraag door:

Is het erg als een computer dingen voor je kiest? Het is toch makkelijk?

Als je alleen maar dingen ziet die je al leuk vindt, word je dan slimmer of juist minder slim?

Hoe kun je 'de baas' blijven over je eigen gedachten terwijl je toch op internet zit?

Tips voor de dialoog:

Geen paniekvoetbal: Het doel is niet om leerlingen bang te maken voor internet, maar om ze bewust te maken.

De 'onzichtbare' programmeur: Help ze herinneren dat een algoritme geen natuurverschijnsel is, maar iets dat door mensen is gemaakt om hun aandacht vast te houden.

Onderzoekende houding: Sluit af met een uitdaging: Probeer vanmiddag eens bewust iets aan te klikken wat de computer niet aan jou heeft aangeraden. Voelt dat anders?

De tijdreis van de filosofie

Socrates

ca. 470 -399 v. Chr, Griekenland

Klik hier voor meer lessen over filosofie

This item has no instructions