Bij 1 hoort a (= de Europese Commissie). <div>Bij 2 hoort c (= het Europees Parlement). </div><div>Bij 3 hoort b (= de Raad van Ministers).<div><br></div><div><i>
indien drie antwoorden juist 2 punten</i></div><div><i>indien twee antwoorden juist 1 punt</i></div><div><i>indien minder dan twee antwoorden juist 0 punten</i></div></div>
Slide 2 - Slide
Antwoord
C (door de multiculturele samenleving en door de uitbreiding van de
macht van de Europese Unie)
Slide 3 - Slide
Antwoord
D (poldermodel)
Slide 4 - Slide
Antwoord
Gebeurtenis a vond plaats in 2. <div>Gebeurtenis b vond plaats in 4. </div><div>Gebeurtenis c vond plaats in 5. </div><div>Gebeurtenis d vond plaats in 1.
<div><br></div><div><i>indien vier antwoorden juist 2 punten</i></div><div><i>indien drie of twee antwoorden juist 1 punt</i></div><div><i>indien minder dan twee antwoorden juist 0 punten</i></div></div>
Slide 5 - Slide
Antwoord
B (a-d-c-b)
Slide 6 - Slide
Antwoord
ontwikkeling 1: neemt toe <div>ontwikkeling 2: neemt toe </div><div>ontwikkeling 3: neemt toe </div><div>ontwikkeling 4: neemt toe </div><div>ontwikkeling 5: neemt af
</div><div><br></div><div><i>indien vijf antwoorden juist 2 punten</i></div><div><i>indien vier of drie antwoorden juist 1 punt</i></div><div><i>indien minder dan drie antwoorden juist 0 punten</i></div>
Slide 7 - Slide
Antwoord
3 (De euro wordt ingevoerd)<div>5 (Er komt een einde aan de Sovjet-Unie)</div>
Slide 8 - Slide
Antwoord
Bij titel 1 hoort staatshoofd b (= koningin Beatrix).<div>
Bij titel 2 hoort staatshoofd d (= koningin Wilhelmina). </div><div>Bij titel 3 hoort staatshoofd c (= koningin Juliana).
</div><div><br></div><div><i>indien drie antwoorden juist 2 punten</i></div><div><i>indien twee antwoorden juist 1 punt </i></div><div><i>indien minder dan twee antwoorden juist 0 punten</i></div>