DE OUDE GRIEKEN
De paardensprong
Tien woorden uit de lessen over de Oude Grieken
De Oude Grieken
Lesson by Geschiedenisleraar.nl
This lesson contains 11 slides, with text slide.
DE OUDE GRIEKEN
De paardensprong
Tien woorden uit de lessen over de Oude Grieken
De Oude Grieken
Tien woordpuzzels met begrippen uit de lessen 1 tot en met 4. Het vraagteken rechtsboven op elke dia legt de paardensprong uit.
Paardensprong 1
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
D
IJ
G
L
D
K
E
O
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: GODDELIJK. Wat bij een god hoort: bijvoorbeeld superkrachten en onsterfelijkheid (les 1). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.
Paardensprong 2
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
A
O
I
R
E
D
F
T
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: AFRODITE. Godin van de liefde en de schoonheid (les 1). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.
Paardensprong 3
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
G
O
P
D
R
P
O
E
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: OPPERGOD. De belangrijkste god: Zeus (les 1). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.
Paardensprong 4
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
I
N
O
O
E
P
D
S
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: POSEIDON. God van de zee, met de drietand (les 1). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.
Paardensprong 5
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
E
E
O
B
K
R
R
S
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: KERBEROS. De driekoppige hellehond die de onderwereld bewaakt (les 1). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.
Paardensprong 6
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
L
I
S
N
O
E
O
K
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: KOLONIES. Gebieden van een land buiten dat land (les 2). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.
Paardensprong 7
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
O
I
O
F
O
L
F
S
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: FILOSOOF. Een vriend van de wijsheid (les 3). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.
Paardensprong 8
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
S
R
T
C
S
A
O
E
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: SOCRATES. Atheense filosoof, dacht na over goed en kwaad (les 3). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.
Paardensprong 9
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
L
P
T
A
E
I
K
E
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: KAPITEEL. De bovenkant van een zuil (les 4). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.
Paardensprong 10
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters.
Sleep de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Leg daarna uit wat het woord betekent.
G
I
T
D
A
E
E
R
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal en 1 veld verticaal, of 2 velden verticaal en 1 veld horizontaal. Er ontstaat altijd een L-vorm.
Oplossing: TRAGEDIE. Een treurspel dat slecht afloopt (les 4). Laat leerlingen hardop uitleggen wat het woord betekent.