Geschiedenisleraar.nl
Dé link tussen verleden en heden
lesson plan

Historisch Overzicht vanaf 1848 en Staatsinrichting: Het Interbellum

A lesson plan by Geschiedenisleraar.nl

Ready to use this lesson plan? Use the button below to save a copy of this lesson plan in your account. After doing so, you will be able to modify the lessons as you wish.

TIjd van Wereldoorlogen

WAAROVER GAAT DEZE SERIE?

Het interbellum (van het Latijn inter, tussen en bellum, oorlog) is een periode van uiterste. Aan de ene kant waren er het einde van de Eerste Wereldoorlog, de Vrede van Versailles en de vooruitzichten van een schijnbare eeuwigdurende economische groei. Aan de andere kant, maar zeker niet los te zien van de eerste opsomming, waren er pessimisme, de crisisjaren, verlies aan vertrouwen in de democratie en de opkomst van niet-democratische stromingen, zoals het fascisme in West-Europa. Toch wordt deze periode door de meeste historici vooral gezien als een wapenstilstand van twintig jaar: een periode van ongemakkelijke vrede.

In de serie wordt uitgebreid aandacht besteed aan extreemlinkse- en extreemrechtse dictaturen. Ieder met zijn eigen unieke kenmerken. Soms is bewust gekozen om iets meer achtergrondinformatie te geven: overigens niet om de leerlingen te overspoelen met leerstof, maar meer om de kaders voor hen wat duidelijker te maken.

De vaardigheid oorzaak en gevolg is in deze serie nadrukkelijk aanwezig: vermoedelijk nergens in de geschiedenis zijn in een relatief korte periode historische oorzaken en gevolgen zo duidelijk te zien. 

Overigens is het belangrijk dat leerlingen leren van het verleden, maar waak voor al te makkelijke vergelijkingen tussen het hedendaagse (politieke) klimaat en het interbellum. De geschiedenis herhaalt zich simpelweg niet: elke situatie en periode in de geschiedenis is anders. Net zoals de voorwaarden die bepaalde ontwikkelingen creëren ook uniek zijn.

1. Leven in de Sovjet-Unie

De extreemlinkse dictatuur in de Sovjet-Unie onder Stalin is één van de twee totalitaire samenlevingen die leerlingen moeten kennen, hoewel er discussie onder historici is of Nazi-Duitsland wel als totalitaire samenleving kan worden gezien. Vooral het ontbreken van een echte staatseconomie, alsmede een terreursysteem dat minder georganiseerd bleek dan in eerste instantie werd gedacht, zijn dan de belangrijkste tegenargumenten.

Voor de leerlingen is dit een relatief onbekend onderwerp. Waarschijnlijk kennen sommige leerlingen Stalin wellicht uit één van de vele Top 10: Wie is de grootste moordenaar aller tijden?'-video’s op YouTube, waarin hij regelmatig, overigens geheeld terecht, genoteerd staat. De Sovjet-Unie is voor de leerlingen meestal dat land dat zijn bondgenoten tijdens de Eerste Wereldoorlog in de steek heeft gelaten.

Deze les gaat, logischerwijs, in op de Sovjet-Unie onder Stalin en dan met name de aspecten die kenmerkend zijn in de periode 1924-1939: collectivisatie, planeconomie, persoonsverheerlijking, censuur, showprocessen en de strafkampen. Alle onderdelen zijn voorzien van uitgebreide achtergrondinformatie en sprekende beelden.

Leerlingen vinden dit over het algemeen een fascinerend onderwerp, juist om vanwege het feit dat het een keer niet over de dictatuur in Nazi-Duitsland gaat.

Voor de leerlingen vind je bij Links en Bijlagen een fotostrip over dit onderwerp, waarin alle onderdelen uit de les aan bod komen.

Mocht je tijd over hebben in de les, dan is de aflevering uit de serie In Europa over Rusland (inderdaad, die met 'het jongetje Pavlik Morozov') een absolute aanrader. Hoewel, omwille van de tijd, sommige passages kunnen worden doorgespoeld.

Wil je je eigen kennis over dit onderwerp verbreden, dan zijn de volgende, zeer leesbare én ontluisterende, boeken van historicus Orlando Figes verplichte kost : De fluisteraars: leven onder Stalin en Revolutionair Rusland. Veel beter zul je ze over dit onderwerp niet lezen.

Onderwerpen:
  • op welke manier komt Stalin aan de macht
  • de kenmerken van de Sovjet-Unie onder Stalin
  • de positie van de Sovjet-Unie in de periode 1917-1945
Personen:
  • Vladimir Lenin
  • Jozef Stalin
Video's:

2. De opkomst van Hitler

Hoewel dit onderwerp ook in de onderbouw aan bod is gekomen, leert de ervaring dat de opkomst van Hitler beter te behandelen is in de bovenbouw. Dit betekent ook dat je dieper op het onderwerp kunt ingaan. En dat is belangrijk. Waar zaken als fascisme in de onderbouw wellicht nog te abstract voor de leerlingen waren, zijn deze nu veel beter te behandelen. 

De opkomst van Hitler blijft leerlingen fascineren. Al blijft er een aantal mythes over deze man bij de leerlingen rondhangen: nee, hij zelf niet Joods. En nee, hij kwam niet gelijk na de Eerste Wereldoorlog aan de macht. En nee, hij was ook niet gelijk een antisemiet. En, hoewel hij de werkloosheid in Duitsland in 1939 grotendeels had opgelost, ging het economisch weinig florissant met Duitsland met Hitler aan het roer. Een groot aantal van deze mythes worden overigens ontkracht in het leuke boek De Hitler mythes van Sjoerd de Boer. 

Wat fascinerend aan de opkomst van Hitler is, is dat een schijnbare talentloze soldaat en schilder zich kan opwerken tot demagoog, die op handen wordt gedragen door een groot deel van de bevolking. Dit is verreweg de belangrijkste vraag die leerlingen moeten kunnen beantwoorden: “Hoe is het mogelijk dat er in het Duitsland tijdens het interbellum ruimte is voor een persoon als Hitler om de macht te kunnen grijpen?”
In deze les wordt daarom ook ingegaan op Duitsland in de periode dat Hitler, na zijn volstrekt mislukte Bierkellerputsch, in de gevangenis zit: het voorzichtige herstel, dankzij het Dawesplan, en de overmoedige, en door sommigen afgewezen, Weimar Decadentie.

De wereldcrisis van de jaren 30 wordt in deze les weliswaar genoemd, maar gaat niet uitgebreid in op alle oorzaken en gevolgen in de wereld. In de les over Nederland tijdens het interbellum zal overigens uitgebreid in worden gegaan op de crisisjaren in ons land.

Deze les bevat veel informatie die geen verplichte leerstof is voor het eindexamen. Maar juist door deze achtergrondinformatie te bieden ontstaat er bij de leerlingen een veel genuanceerder beeld. 

Onderwerpen:
  • Hitler's jonge jaren: van soldaat tot gevangene
  • Duitsland na de Vrede van Versailles
  • Hitler als politicus: van gevangene tot minister-president
Personen:
  • Adolf Hitler
  • Benito Mussolini
Video's:

3. Duitsland onder Hitler

Het belangrijkste thema van deze les is natuurlijk de wijze waarop Hitler de democratie van de Weimarrepubliek de nek omdraaide. Het gaat te ver om in deze les de gedachten en gevoelens van alle Duitsers te behandelen, maar het is een feit dat de eerste democratie in de Duitse geschiedenis niet heel populair was bij veel Duitsers. Dit gegeven was medeverantwoordelijk voor de immense populariteit van Hitler, wat uiteindelijk tot zijn verkiezing als kanselier leidde. Overigens waren deze verkiezingen al in november 1932, maar door de chaos en de terechte politieke onwil van de andere partijen werd Hitler pas in januari 1933 kanselier

Voor leerlingen is het goed om te zien op welke manier een (fascistische) politicus als Hitler doet om het bestuur van het land volledig in zijn macht te krijgen. Hitler had een gruwelijke hekel aan overleggen. Maar hij moest wel: zijn NSDAP had bij de laatste verkiezingen geen absolute meerderheid. De eerste stap was dus het monddood maken van andere partijen. Of de Rijksdagbrand nu wel of niet door de Nazi’s zelf was veroorzaakt, is van ondergeschikt belang: het Duitse parlementsgebouw brandde wél af, en dat kwam de Nazi’s goed uit. Door het volk (en de politiek) onder dwang te laten geloven dat het een communistische poging was om een staatsgreep te plegen, was de weg voor Hitler vrij om zijn machtigingswet er doorheen te drukken. De wijze waarop de leden van de Rijksdag tot deze beslissing kwamen is dubieus en weinig democratisch te noemen: het was één grote nazishow, waarbij tegenstemmen en gevaarlijke optie was.

In de hoofden van veel leerlingen is het: Hitler komt aan de macht en joden worden vermoord. Deze onjuiste voorstelling moet écht de wereld worden uitgeholpen: behalve dat Hitler in eerste instantie wel andere zaken aan zijn hoofd had, waren joden in het begin van Hitlers kanselierschap nog een (economische) macht met invloed. De Duitse bevolking zou, op dit moment, nooit zijn meegegaan in Hitler’s antisemitische en moorddadige ideeën. Hierover meer in de les over de vervolging van de joden, dat te vinden is in het volgende lesplan.

De eerste slachtoffers van Hitler waren, naast communisten en andersdenkenden, leden van zijn eigen nazipartij. Tijdens de Nacht van de Lange Messen vielen met name hier de meeste slachtoffers.

Tussen 1936 en 1938 was er sprake van een aantal goede Hitlerjaren. Hoewel dergelijke bewoordingen natuurlijk riskant zijn, waren dit voor Duitsers het teken dat het goed was dat Hitler aan de macht was gekomen. Uiteraard moest je wel bij de juiste Duiters horen... . Het is hier ook belangrijk om aan te geven dat voor veel, niet politiek geëngageerde, Duitsers een nieuwe oorlog totaal geen optie was. In tegendeel: op het moment dat hier sprake van is, daalt Hitler juist in populariteit. 

Onderwerpen:
  • Rijksdagbrand en machtigingswet: Van democratie naar dictatuur
  • Afrekenen met tegenstand: de Nacht van de Lange Messen.
  • Duitsland onder Hitler
Personen:
  • Adolf Hitler

4. Fascisme

Hoewel deze les over fascisme een beetje een buitenstaander in deze serie is, is hij van essentieel belang. Net als bij de les Leven in de Sovjet-Unie is het namelijk noodzaak om het politieke kader voor de leerlingen te schetsen. Dit blijft altijd lastig, zeker omdat er in abstracte -ismen wordt gesproken. 

Daarom is er bij deze les gekozen om de theorie, de kenmerken van het fascisme, steeds duidelijk beeldmateriaal en/of herkenbare vergelijkingen tussen fascistische leiders te maken.

Fascisme is anti-democratisch en heeft terecht een ronduit negatieve lading, maar kijk wel uit met plaatsen van deze politieke stroming in de geschiedenis. Heel strikt gezien kende namelijk maar één land het fascisme: Italië, het land waar het ontstaan is. En waar het door veel mensen écht werd gezien als een serieuze oplossing voor de ellende die de toenmalige regeringen na de Eerste Wereldoorlog, in hun ogen, hadden veroorzaakt. Dit fascisme werd weliswaar overgenomen en waar nodig aangepast in andere landen, zoals bijvoorbeeld door Franco in Spanje.

Het beeld dat veel leerlingen hebben bij fascisme, kent een veel meer extreemrechts en racistisch karakter. Iets dat je uiteraard vooral terugziet bij het Nazisme in Duitsland. Op zich is dat geen enkel probleem, maar het verschil is iets dat nogal eens wordt bevraagd in eindexamens.

Deze les leent zich bij uitstek voor een klassengesprek, al dan niet gebruik makend van de werkvorm bekend-benieuwd-bewaard waarbij gebruik wordt gemaakt van een tweetal woordwebben en exit-tickets. Deze zijn terug te vinden in de les.

Tot slot: hoe goed bedoeld ook, maar waak voor eventuele vergelijkingen met hedendaags rechts-extremisme. Behalve het vlagvertoon met beruchte symboliek, heeft dit niet veel te maken met het fascisme uit de jaren ‘20 en ‘30: de historische kaders waren echt anders.

Bij video’s staat de aflevering van In Europa over Predappio, de geboorteplaats van Benito Mussolini én de plaats waar hij nog steeds op handen wordt gedragen. Hoewel soms stuitend, laat het goed zien waarom mensen destijds kozen voor een sterke leider in plaats van democratie.

Tevens is bij video’s ook de, inmiddels bijna veertig jaar oude, televisiefilm The Wave terug te vinden. Verplichte kost, en hoewel er later ook nog een Duitse remake, Die Welle, is gemaakt, werkt de originele verfilming van het boek The Third Wave van Ron Jones nog steeds het beste in de les. Ook vanwege het feit dat hij in één lesuur met de klas te bekijken is.

Onderwerpen:
  • Fascisme: oplossing voor de problemen?
  • Verschillen tussen fascisme en nazisme
Personen:
  • Benito Mussolini
  • Adolf Hitler
  • Francesco Franco 
  • Oswald Mosley
  • Anton Mussert
Video's:

5. Nederland tijdens het interbellum

Het interbellum moet voor veel Nederlanders een vreemde en moeizame tijd geweest zijn. Een tijd waarin bleek dat Nederland, ondanks de neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog, nauw verbonden is met de globale politieke en economische gebeurtenissen.

Een economische ramp als de crisis in de jaren ‘30 was voor de politiek onder leiding van ARP-er Hendrik Colijn nauwelijks te bevatten, laat staan adequaat op te lossen. De aanpassingspolitiek was een dramatisch lapmiddel dat eerder kwaad dan goed deed. Vooral de vernederende wijze waarop werklozen en andere mensen die hulp nodig werden behandeld, is ronduit verwerpelijk geweest. Op alle mogelijke manieren werd het hulpbehoevenden duidelijk gemaakt dat het maar tweederangs Nederlanders waren: het gat in het plaatje van de fietsbelasting of het tweemaal daags stempelen. De werkverschaffingsprojecten, zoals je ze in bijna alle door de crisis getroffen landen zag, leverden vooral minder werklozen op straat op. De meeste van deze projecten waren reeds eerder gepland en konden nu relatief goedkoop worden uitgevoerd.

Over het algemeen was er berusting en ging het volk mee met de gedachte van de regering dat de crisis moest uitzieken. Toch waren er ook andere geluiden, zoals bijvoorbeeld tijdens het Jordaanoproer of de opkomst van de NSB. Die overigens vóór de oorlog nooit echt een partij van betekenis is geweest, los van de sensationele 8% van de stemmen tijdens de verkiezingen van de Provinciale Staten in 1935. Veel mensen moesten niet zoveel hebben van de gewelddadige inslag van de beweging.

Een echt alternatief voor crisis, althans op papier, was het Plan van de Arbeid van de SDAP. Dit revolutionaire plan, dat was opgesteld door o.a. de latere Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen, gaf aan dat de overheid juist moest gaan investeren in werk en niet gaan bezuinigen zoals dat met de aanpassingspolitiek werd gedaan.

De kansen voor de SDAP vóór de oorlog kwamen te laat: pas in 1934 lieten ze hun, voor andere partijen volstrekt onacceptabele, pacifistische politiek van het gebroken geweertje los, waardoor ze in juli 1939 voor het eerst in hun bestaan in de regering kwamen. Te laat: op 10 mei 1940 begon voor Nederland de Tweede Wereldoorlog en waren er andere zorgen...

Meer informatie geven de lessen bij het schoolexamenonderwerp Sociale zekerheid en de verzorgingsstaat.

Onderwerpen:
  • Nederland tijdens crisis: van stempelen tot aanpassen
  • Alternatieven voor de crisis: Plan van de Arbeid en de NSB
Personen:
  • Hendrik Colijn
  • Anton Mussert

KERN- EN VERRIJKINGSDELEN

GS/K/1 Oriëntatie op leren en werken
GS/K/2 Basisvaardigheden
GS/K/3 Leervaardigheden in het vak geschiedenis en staatsinrichting
GS/K/5 Staatsinrichting van Nederland
GS/K/10 Historisch overzicht vanaf 1848
GS/V/7 Verwerven, verwerken en verstrekken van informatie
GS/V/8 Vaardigheden in samenhang