Gids Nederlands
informatie voor lessen Nederlands

K2 H3 Spelling (II): werkwoordspelling

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 71
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 71 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Slide

DOEL

SPELLING VAN  WERKWOORDEN

- je kent de stam van een werkwoord

- je weet wat zwakke en sterke ww zijn

- je kunt de pv in de tt en vt goed spellen

- je kunt overige ww goed spellen

Slide 2 - Slide

Donderdagochtend (komen - vt) veel kinderen te laat op school.

Slide 3 - Open question

Het (sneeuwen - vt) vorige week.

Slide 4 - Open question

Veel kinderen (houden - tt) heel erg van sneeuw.

Slide 5 - Open question

Vandaag (hagelen - vt) het ook heel even.

Slide 6 - Open question

(Hebben - tt) jij je boek al uit?

Slide 7 - Open question

Veel docenten (lezen - tt) graag.

Slide 8 - Open question

Vroeger (lezen - vt) ik veel meer.

Slide 9 - Open question

Wat is spelling?


De letters van een woord in de goede volgorde opschrijven.


Elke taal heeft regels.


Een taal die regels heeft is beter te lezen en beter te begrijpen.

Slide 10 - Slide

Waarom moet jij goed kunnen spellen?



1. Jouw tekst moet goed te lezen zijn


- een goed geschreven tekst is beter en sneller te lezen

- een goed geschreven tekst is makkelijker te begrijpen

- een tekst met fouten is niet goed te volgen

- een tekst met fouten is lastiger om te begrijpen


Slide 11 - Slide

Waarom moet jij goed kunnen spellen?



2. Je maakt een betere indruk met een goede tekst


- veel mensen vinden teksten met spelfouten slordig en niet professioneel



Slide 12 - Slide

JA


Goed spellen is te leren!


In deze les leer je een paar belangrijke spellingregels.


Slide 13 - Slide

De STAM van een werkwoord

De stam van een werkwoord vind je door van het hele werkwoord -en af te halen; wat je overhoudt, is de stam.




Bijvoorbeeld:

worden - en = word

leiden - en = leid

houden -en = houd


Slide 14 - Slide

De STAM van een werkwoord

Soms ziet de stam van het werkwoord er gek uit





geloven - en = gelov

reizen - en = reiz

lopen - en = lop



Slide 15 - Slide

De STAM van een werkwoord

Als je het woord moet schrijven, pas je de stam aan

naar de ik-vorm





geloven - en = gelov - de ik-vorm = geloof

reizen - en = reiz - de ik-vorm = reis

lopen - en = lop - de ik-vorm = loop


Slide 16 - Slide

1. Spelling

van de persoonsvorm


in de

tegenwoordige tijd

Slide 17 - Slide

De persoonsvorm spellen in de

tegenwoordige tijd


Als de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd staat,

zijn er maar drie mogelijkheden

Slide 18 - Slide

1. STAM

Enkelvoud ik-vorm of jij erachter:

schrijf alleen de stam


ik loop

ik fiets

ik praat

ik vind

loop jij

fiets jij

praat jij

vind jij

Slide 19 - Slide

2. STAM + T

Enkelvoud andere vormen:

schrijf de stam + t


jij loopt

hij fietst

zij praat

Fred vindt

Slide 20 - Slide

3. HELE WERKWOORD

Meervoud:

schrijf het hele werkwoord


wij lopen

zij fietsen

jullie praten

Fred en Laurien vinden

Slide 21 - Slide

Doe oortjes in

en bekijk het volgende filmpje!

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Welke spellingregel pas je toe in de tt bij:
de ik-vorm
A
STAM
B
STAM + T
C
HELE WERKWOORD

Slide 24 - Quiz

Welke spellingregel pas je toe in de tt bij:
de het-vorm
A
STAM
B
STAM + T
C
HELE WERKWOORD

Slide 25 - Quiz

Welke spellingregel pas je toe in de tt bij:
jij achter het werkwoord
A
STAM
B
STAM + T
C
HELE WERKWOORD

Slide 26 - Quiz

Welke spellingregel pas je toe in de tt bij:
jullie
A
STAM
B
STAM + T
C
HELE WERKWOORD

Slide 27 - Quiz

2. Spelling

van de persoonsvorm


in de

verleden tijd

Slide 28 - Slide

PERSOONSVORM

in de

VERLEDEN TIJD



ZWAKKE WERKWOORDEN

Slide 29 - Slide

ZWAKKE en STERKE

werkwoorden


Wat is het verschil?

Slide 30 - Slide

STERKE

werkwoorden


hebben de KRACHT om in de verleden tijd van klank te veranderen

Slide 31 - Slide

REGELS verleden tijd

bij sterke werkwoorden


In het enkelvoud: schrijf op zoals het klinkt


In het meervoud: schrijf op zoals het klinkt

Slide 32 - Slide

VOORBEELD

STERKE WERKWOORDEN


kopen : ik koop - ik kocht

lopen : ik loop - ik liep

geven : wij geven - wij gaven

kruipen : zij kruipen - zij kropen

Slide 33 - Slide

ZWAKKE

werkwoorden


de klank blijft in de verleden tijd hetzelfde

Slide 34 - Slide

REGELS verleden tijd

bij zwakke werkwoorden


In het enkelvoud: stam + te / stam + de


In het meervoud: stam + ten / stam + den

Slide 35 - Slide

REGELS verleden tijd

bij zwakke werkwoorden


- Vaak hoor je of je stam + te(n) of stam + de(n)

moet gebruiken

- Gebruik een ezelsbruggetje als je

het niet (zeker) weet

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Is
GEVEN
een zwak werkwoord?
A
ja
B
nee

Slide 38 - Quiz

Is
KOPEN
een zwak werkwoord?
A
ja
B
nee

Slide 39 - Quiz

Is
RENNEN
een zwak werkwoord?
A
ja
B
nee

Slide 40 - Quiz

Is
SNOEPEN
een zwak werkwoord?
A
ja
B
nee

Slide 41 - Quiz

3. Spelling



van andere werkwoorden




Slide 42 - Slide

WERKWOORD IS GÉÉN PV

Als een werkwoord geen pv is en je hoort niet of de laatste letter een -d of een -t is, dan maak je het woord langer.

Je hoort dan of je een -d of een -t schrijft.


Schrijf het werkwoord altijd

zo kort en zo eenvoudig mogelijk op.

Slide 43 - Slide

LEES (EN BELUISTER) DE TEKST

Slide 44 - Slide

Een hamster is zondagavond in de Zonstraat in Hengelo uit de lucht naar beneden gezeild.
___
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 45 - Quiz

Een hamster is zondagavond in de Zonstraat in Hengelo uit de lucht naar beneden gezeild.
________
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 46 - Quiz

Het jonge dier zat in een balletje.
____
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 47 - Quiz

In dat balletje hing hij onder een miniparachute.
_____
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 48 - Quiz

Kinderen waarschuwden hun ouders.
________________
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 49 - Quiz

De ouders schakelden direct de politie in.
____________
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 50 - Quiz

Medewerkers van de Dierenambulance hebben zich over de hamster ontfermd.
________
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 51 - Quiz

Medewerkers van de Dierenambulance hebben zich over de hamster ontfermd.
__________
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 52 - Quiz

Volgens een politievoorlichtster maakt hij het goed. hamster ontfermd.
_______
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 53 - Quiz

De politie heeft een buurtonderzoek ingesteld.
______
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 54 - Quiz

De politie heeft een buurtonderzoek ingesteld.
__________
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 55 - Quiz

Tot nu toe heeft dat niets opgeleverd.
______
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 56 - Quiz

Tot nu toe heeft dat niets opgeleverd.
____________
A
persoonsvorm
B
geen persoonsvorm

Slide 57 - Quiz

Met plakband heeft Josien de envelop extra (verstevigen).

Slide 58 - Open question

Onze rookmelder (registreren) ook koolmonoxide.

Slide 59 - Open question

Mijn opa (fluiten) vroeger altijd hetzelfde deuntje.

Slide 60 - Open question

Gisteren heb ik een half uur met tegenwind (fietsen).

Slide 61 - Open question

Door een val heeft Wesley zijn knie (verwonden).

Slide 62 - Open question

Vroeger (proeven) ik geen onbekende groentes.

Slide 63 - Open question

Dat je dat verhaal zomaar hebt (geloven).

Slide 64 - Open question

(Branden) je broer ook altijd zijn vingers bij het barbecueën?

Slide 65 - Open question

Na jaren trainen (zwemmen) Tim vorige week een record op de 100 meter.

Slide 66 - Open question

Het heeft vannacht heel erg (vriezen).

Slide 67 - Open question

GELEERD?

SPELLING VAN  WERKWOORDEN

- je kent de stam van een werkwoord

- je weet wat zwakke en sterke ww zijn

- je kunt de pv in de tt en vt goed spellen

- je kunt overige ww goed spellen

Slide 68 - Slide

Wat wist je al?

Slide 69 - Open question

Is er iets wat je nog niet zo goed snapt?
Zo ja, schrijf dit op.

Slide 70 - Open question

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 71 - Slide