Gids Nederlands
informatie voor lessen Nederlands

K2 H5 Woordenschat: opzoeken in een woordenboek

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 61
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 61 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Slide

DOEL

BETEKENIS ONBEKENDE WOORDEN OPZOEKEN IN EEN WOORDENBOEK


- Je kunt de goede betekenis kiezen als je een woord in een woordenboek opzoekt.


Slide 2 - Slide

EERDER LEERDE JE

WOORDRAADSTRATEGIËN GEBRUIKEN OM DE BETEKENIS VAN EEN ONBEKEND WOORD TE VINDEN

- synoniemen

- omschrijving

- voorbeeld

- tegenstelling

- bekend woorddeel


Slide 3 - Slide

Lees (en beluister) de tekst.

Slide 4 - Slide

Wat betekent de uitdrukking
het oog wil ook wat?

_____________________
A
Mensen die dorst hebben, willen heel graag kijken.
B
Je kunt aan iemands ogen zien of hij iets lekker vindt.
C
Mensen willen graag dat iets of iemand er mooi uitziet.

Slide 5 - Quiz

In het woordenboek staan bij lanceren twee betekenissen. Welke past in deze tekst?

_________
A
afschieten, afvuren
B
voor het eerst laten zien

Slide 6 - Quiz

Geef zelf een omschrijving van het woord
slogan.
________

Slide 7 - Open question

Welk synoniem voor
ophef
staat in de tekst?
______

Slide 8 - Open question

Geef zelf een omschrijving voor
geassocieerd wordt met.
__________________________

Slide 9 - Open question

Bij welk woord in het woordenboek zoek je de betekenis van
onfatsoenlijk?
____________

Slide 10 - Open question

Filmpje


Bekijk het filmpje over

woordraadstrategiën

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

WOORDENBOEK

Als je in een tekst een onbekend woord tegenkomt,

kun je in de tekst naar de betekenis zoeken. 

Je hebt hiervoor vijf manieren geleerd.


Vind je de betekenis niet in de tekst?

 Gebruik dan een (online)woordenboek.



Slide 13 - Slide

WOORDENBOEK

Zoek in het woordenboek de betekenis van een woord bij:

           




– het hele werkwoord           

– het enkelvoud van het woord           

– de korte vorm van het woord           

– een deel van de samenstelling

Slide 14 - Slide

WOORDENBOEK

In het woordenboek staan bij een woord

vaak meerdere betekenissen.


Kies dan de betekenis die in de tekst past.            

                   

           




Slide 15 - Slide

WOORDENBOEK

In het woordenboek staan bij een woord vaak meerdere betekenissen. Kies dan de betekenis die in de tekst past.            

                   

Bijvoorbeeld: Een eend stak met haar kuikens de weg over en hield al het verkeer op.

Ophouden betekent in deze zin: tegenhouden, belemmeren.

           




Slide 16 - Slide

WOORDENBOEK

Bijvoorbeeld: Een eend stak met haar kuikens de weg over en hield al het verkeer op.


Ophouden betekent in deze zin: tegenhouden, belemmeren.

           




Slide 17 - Slide

HOUD HET (DIGITALE) WOORDENBOEK BIJ DE HAND!

Slide 18 - Slide


Bij welk woord zoek je de betekenis van bevestigt in het woordenboek?

Slide 19 - Open question


Bij welk woord zoek je de betekenis van gereserveerd in het woordenboek?

Slide 20 - Open question


Bij welk woord zoek je de betekenis van advies in het woordenboek?

Slide 21 - Open question


Bij welk woord zoek je de betekenis van postitieve in het woordenboek?

Slide 22 - Open question


Bij welk woord zoek je de betekenis van experimentje in het woordenboek?

Slide 23 - Open question


Bij welk woord zoek je de betekenis van verkeersslachtoffer in het woordenboek?

Slide 24 - Open question


Bij welk woord zoek je de betekenis van intergratieproces in het woordenboek?

Slide 25 - Open question

Bekijk het woordenboekfragment.

Slide 26 - Slide

Wat betekent:
voor de hand liggen

Slide 27 - Open question

Wat betekent:
met de handen in het haar

Slide 28 - Open question

Wat betekent:
wat is er aan de hand?

Slide 29 - Open question

Wat betekent:
iemand de hand boven het hoofd houden

Slide 30 - Open question

Wat betekent:
iemand de hand boven het hoofd houden

Slide 31 - Open question

Bij pokeren is het belangrijk dat je een goede hand hebt.
A
deel van de arm beneden de pols
B
werktuig dat op een hand lijkt
C
de kaarten die een speler in handen heeft

Slide 32 - Quiz

Als de hand van het anker achter een stevige rots zit, is zij niet meer los te krijgen.
A
deel van de arm beneden de pols
B
(deel van een ) werktuig dat op een hand lijkt
C
de kaarten die een speler in handen heeft

Slide 33 - Quiz

De arts heeft röntgenfoto's gemaakt van mijn hand.
A
deel van de arm beneden de pols
B
(deel van een ) werktuig dat op een hand lijkt
C
de kaarten die een speler in handen heeft

Slide 34 - Quiz

Frauderisico staat niet in het woordenboek.
Geef een omschrijving van het woord, door delen van het woord in het woordenboek op te zoeken.
_____________

Slide 35 - Open question

Klimaatanalist staat niet in het woordenboek.
Geef een omschrijving van het woord, door delen van het woord in het woordenboek op te zoeken.
_______________

Slide 36 - Open question

Subsidieaanvraag staat niet in het woordenboek.
Geef een omschrijving van het woord, door delen van het woord in het woordenboek op te zoeken.
__________________

Slide 37 - Open question

Stembusgang staat niet in het woordenboek.
Geef een omschrijving van het woord, door delen van het woord in het woordenboek op te zoeken.
_______________

Slide 38 - Open question

Hapsnapbeleid staat niet in het woordenboek.
Geef een omschrijving van het woord, door delen van het woord in het woordenboek op te zoeken.
_______________

Slide 39 - Open question

Technologiebedrijf staat niet in het woordenboek.
Geef een omschrijving van het woord, door delen van het woord in het woordenboek op te zoeken.
___________________

Slide 40 - Open question

In teamsport is communiceren een zeer belangrijk ______.
A
aspect
B
tendens
C
raadplegen
D
categorie

Slide 41 - Quiz

De ______ van de afgelopen jaren is dat de zomer warm begint en met veel regen eindigt.
A
ophef
B
tendens
C
raadplegen
D
categorie

Slide 42 - Quiz

Voor beginnende skeeleraars is er bij de kampioenschap een aparte ______.
A
ophef
B
lanceren
C
raadplegen
D
categorie

Slide 43 - Quiz

Na lang twijfelen heeft mijn moeder ______ een iPad aangeschaft.
A
ophef
B
lanceren
C
raadplegen
D
uiteindelijk

Slide 44 - Quiz

Nederlandse _____ kopen het liefst bij HEMA, Blokker en Kruidvat.
A
ophef
B
lanceren
C
raadplegen
D
consumenten

Slide 45 - Quiz

Als je een woord niet kent, kun je het woordenboek ______.
A
ophef
B
lanceren
C
raadplegen
D
misleiden

Slide 46 - Quiz

Met zijn snelle babbel wist de verkoper de klant te ______.
A
ophef
B
lanceren
C
behoeden
D
misleiden

Slide 47 - Quiz

Ouders willen hun kinderen ______ voor de vele gevaren op de weg.
A
ophef
B
lanceren
C
behoeden
D
associëren

Slide 48 - Quiz



Verander het woord, zodat het in de zin past.
eventueel
Bij een ____ olympische titel zal de sporter gehuldigd worden..

Slide 49 - Open question



Verander het woord, zodat het in de zin past.
variëren
In Italië hebben ze een grote _____ aan pasta.

Slide 50 - Open question



Verander het woord, zodat het in de zin past.
baseren
De _____ voor elke danser is een geode danstechniek.

Slide 51 - Open question



Verander het woord, zodat het in de zin past.
lanceren
Bij de _____ van de satelliet was veel pers aanwezig.

Slide 52 - Open question



Verander het woord, zodat het in de zin past.
vinden
Onze hond heeft een rare ____ gedaan in de achtertuin.

Slide 53 - Open question



Verander het woord, zodat het in de zin past.
associëren
Welke _____ krijg jij bij deze muziek?

Slide 54 - Open question



Verander het woord, zodat het in de zin past.
instructie
Militairen die uitgezonden worden, zijn goed _____.

Slide 55 - Open question

OEFENING

Je hebt je boek (blz. 184-185), schrift en een pen nodig.



Maak opdracht 2 in je schrift.

Gebruik woordraadstrategieën en eventueel het woordenboek om betekenissen van onbekende woorden te vinden.

Slide 56 - Slide

CONTROLE OEFENING

Laat aan de docent zien dat je opdracht 2 in je schrift gemaakt hebt.



Kijk de opdracht na.

Slide 57 - Slide

GELEERD?

BETEKENIS ONBEKENDE WOORDEN OPZOEKEN IN EEN WOORDENBOEK


- Je kunt de goede betekenis kiezen als je een woord in een woordenboek opzoekt.


Slide 58 - Slide

Wat wist je al?

Slide 59 - Open question

Is er iets wat je nog niet zo goed snapt?
Zo ja, schrijf dit op.

Slide 60 - Open question

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 61 - Slide