Gids Nederlands
informatie voor lessen Nederlands

5 K3 Woordenschat: overdrijving en understatement

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 76
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 76 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Slide

DOEL

- je kunt de taalmiddelen overdrijving (hyperbool) en understatement herkennen en begrijpen


Slide 2 - Slide

Understatement

Slide 3 - Slide

Overdijving (hyperbool)

Slide 4 - Slide

Bevat de volgende zin een overdrijving?

Gerard gaat dood van de honger.
A
ja
B
nee

Slide 5 - Quiz

Bevat de volgende zin een overdrijving?

Die jongens hebben een glaasje te veel op.
A
ja
B
nee

Slide 6 - Quiz

Bevat de volgende zin een overdrijving?

Jouw zusje is aan de stevige kant.
A
ja
B
nee

Slide 7 - Quiz

Bevat de volgende zin een overdrijving?

De deeltoets van H5 barst van de fouten.
A
ja
B
nee

Slide 8 - Quiz

Bevat de volgende zin een overdrijving?

De familie Kardashian zwemt in het geld.
A
ja
B
nee

Slide 9 - Quiz

Bevat de volgende zin een overdrijving?

De hond had er geen bezwaar tegen om uitgelaten te worden, want hij liet zijn plas al op de drempel lopen.
A
ja
B
nee

Slide 10 - Quiz

Doe oortjes in

en bekijk de volgende

korte filmpjes!

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Slide 16 - Video

STIJLFIGUREN
gebruik je om indruk te maken op een luisteraar of lezer.
 
Het zijn taalmiddelen om 
dat wat je wilt zeggen, treffender of sterker uit te drukken.


Slide 17 - Slide

Overdrijving (hyperbool)
Minke schreef met koeienletters.

Minke schreef heel groot.

Slide 18 - Slide

Understatement

Je gebruikt mooie woorden om iets minder erg te maken. 

Je bent een paar pondjes aangekomen.

Slide 19 - Slide

OEFENING

In de volgende slides staan zinnen waarin woorden zijn onderstreept.

 

Kies uit wat er met de onderstreepte woorden bedoeld wordt.

Fouten maken mag,
verbeter deze wel!

Slide 20 - Slide

De actrice heeft met haar rol als jurylid ongetwijfeld een paar centen verdiend.
-----------------------------
A
erg vaak
B
veel geld
C
groot en luxe huis
D
erg vervelend

Slide 21 - Quiz

Ik word doodmoe van dat gezeur van jou.
------------------
A
erg vervelend
B
gaat niet goed
C
lelijk
D
ontzettend moe

Slide 22 - Quiz

De overgang naar het nieuwe computersysteem verloopt niet soepel.
---------------------------
A
gaat niet goed
B
erg vaak
C
lelijk
D
ontzettend moe

Slide 23 - Quiz

De schatrijke auteur heeft een stulpje gekocht aan de kust.
----------
A
groot en luxe huis
B
lelijk
C
veel geld
D
erg vaak

Slide 24 - Quiz

Een bezoek aan de tandarts vind ik een beetje vervelend.
-------------------------------------
A
gaat niet goed
B
erg vervelend
C
lelijk
D
ontzettend moe

Slide 25 - Quiz

Ik moet rennen, want ik sta op knappen.
-----------
-----------------
A
gaat niet goed
B
erg vervelend
C
ontzettend moe
D
moet erg nodig plassen

Slide 26 - Quiz

Dat heb je nu al honderd keer gevraagd, maar ik ga niet mee.
------------------------
A
erg vervelend
B
ontzettend moe
C
erg vaak
D
gaat niet goed

Slide 27 - Quiz

Ik heb van de zenuwen geen oog dichtgedaan.
-----------------
-----------------------
A
erg vervelend
B
niet geslapen
C
ontzettend moe
D
erg vaak

Slide 28 - Quiz

Mijn oudste neef is niet moeders mooiste.
----------------
---------------
A
lelijk
B
erg vervelend
C
erg vervelend
D
erg vaak

Slide 29 - Quiz

Is dit een understatement of een overdrijving
Sleep de zin naar het juiste vak.
understatement 
overdrijving
Die Ferrari kost 
een paar centen.

Slide 30 - Drag question

Is dit een understatement of een overdrijving?
Sleep de zin naar het juiste vak.
understatement
overdrijving
Ik word doodmoe van dat gezeur van jou.

Slide 31 - Drag question

Is dit een understatement of een overdrijving?
Sleep de zin naar het juiste vak.
understatement 
overdrijving
De overgang naar het nieuwe computersysteem verloopt niet soepel.

Slide 32 - Drag question

Is dit een understatement of een overdrijving?
Sleep de zin naar het juiste vak.
understatement 
overdrijving
We hebben eeuwen op ons toetscijfer moeten wachten.

Slide 33 - Drag question

Is dit een understatement of een overdrijving?
Sleep de zin naar het juiste vak.
understatement 
overdrijving
Mijn oudste neef is niet moeders mooiste.

Slide 34 - Drag question

Is dit een understatement of een overdrijving?
Sleep de zin naar het juiste vak.
understatement 
overdrijving
Ik heb van de zenuwen geen oog dichtgedaan.

Slide 35 - Drag question

Is dit een understatement of een overdrijving?
Sleep de zin naar het juiste vak.
understatement 
overdrijving
Een bezoek aan de tandarts vind ik een beetje vervelend.

Slide 36 - Drag question

Is dit een understatement of een overdrijving?
Sleep de zin naar het juiste vak.
understatement 
overdrijving
Ik moet rennen, want ik sta op knappen.

Slide 37 - Drag question

Hoe maak je een wheelie?
Lees (en beluister) de volgende tekst.

Slide 38 - Slide

Lees (en beluister) de tekst.

Slide 39 - Slide

Wat betekent het woord speciale in alinea 2?
A
bijzondere
B
hoe dan ook
C
natuurlijk
D
zonder moeite

Slide 40 - Quiz

Wat betekent het woord moedig in alinea 3?
A
kunt
B
niet bang
C
zonder moeite
D
op tijd

Slide 41 - Quiz

Wat betekent het woord sowieso in alinea 4
A
natuurlijk
B
op tijd
C
zonder moeite
D
hoe dan ook

Slide 42 - Quiz

Wat betekent de uitdrukking onder de knie hebben uit alinea 4?
A
kunt
B
op tijd
C
zonder moeite
D
hoe dan ook

Slide 43 - Quiz

Wat betekent het woord moeiteloos in alinea 4?
A
kunt
B
op tijd
C
zonder moeite
D
hoe dan ook

Slide 44 - Quiz

Wat betekent het woord tijdig in alinea 4?
A
kunt
B
op tijd
C
zonder moeite
D
hoe dan ook

Slide 45 - Quiz

Wat betekent het woord vanzelfsprekend in alinea 5?
A
bijzondere
B
hoe dan ook
C
natuurlijk
D
zonder moeite

Slide 46 - Quiz

Wat is volgens alinea 1 een 'wheelie'?

Slide 47 - Open question

Wat bedoelt de schrijver met 'de eerste beginselen' in alinea 3?
A
Alleen de eerste stap
B
Alles wat je moet weten om een wheelie te maken
C
De handelingen vanaf de start

Slide 48 - Quiz

Welk understatement staat in alinea 3?

Slide 49 - Open question

Welke woorden herken je in 'evenwichtspunt' alinea 3?

Slide 50 - Open question

Welke overdrijving staat er in alinea 4?

Slide 51 - Open question

Wat betekent 'De aanhouder wint' in alinea 4?
A
Als je lang genoeg oefent, win je.
B
Als je volhoudt, lukt het.

Slide 52 - Quiz

Is ' met vallen en opstaan' in alinea 4 letterlijk of figuurlijk taalgebruik? Leg je antwoord uit.

Slide 53 - Open question

Wat betekent het woord openbare in alinea 1?
A
balans
B
in het algemeen
C
voor iedereen bestemde
D
op die manier

Slide 54 - Quiz

Wat betekent het woord kwaliteit in alinea 3?
A
in het algemeen
B
verbeteren
C
op die manier
D
de mate waarin iets goed of slecht is

Slide 55 - Quiz

Wat betekent het woord corrigeren in alinea 3?
A
fouten herstellen
B
balans
C
lastiggevallen
D
het gaat om

Slide 56 - Quiz

Wat betekent het woord evenwicht in alinea 3?
A
het gaat om
B
balans
C
op die manier
D
kunt (uitvoeren)

Slide 57 - Quiz

Wat betekent het woord überhaupt in alinea 3?
A
het gaat om
B
verbeteren
C
in het algemeen
D
op die manier

Slide 58 - Quiz

Wat betekent een kwestie van repeteren in alinea 4?
A
het gaat om herhalen
B
verbeteren en herhalen
C
in het algemeen herhalen
D
op die manier herhalen

Slide 59 - Quiz

Wat betekent het woord talent in alinea 4?
A
het gaat om
B
herhalen, steeds opnieuw proberen
C
balans
D
iets wat je van jezelf heel goed kunt

Slide 60 - Quiz

Wat betekent het woord overtreffen in alinea 4?
A
verbeteren
B
herhalen, steeds opnieuw proberen
C
uitdrukkelijk, heel duidelijk
D
kunt (uitvoeren)

Slide 61 - Quiz

Wat betekent het woord expliciet in alinea 5?
A
op die manier
B
herhalen, steeds opnieuw proberen
C
uitdrukkelijk, heel duidelijk
D
kunt (uitvoeren)

Slide 62 - Quiz

Wat betekent het woord zodanig in alinea 5?
A
op die manier
B
herhalen, steeds opnieuw proberen
C
uitdrukkelijk, heel duidelijk
D
kunt (uitvoeren)

Slide 63 - Quiz

Wat betekent het woord gehinderd in alinea 5?
A
op die manier
B
herhalen, steeds opnieuw proberen
C
uitdrukkelijk, heel duidelijk
D
lastiggevallen

Slide 64 - Quiz

Wat betekent het woord beheerst in alinea 5?
A
kunt (uitvoeren)
B
herhalen, steeds opnieuw proberen
C
uitdrukkelijk, heel duidelijk
D
lastiggevallen

Slide 65 - Quiz

OEFENING

De volgende zinnen missen een woord.

Kies het juiste woord. Verander zo nodig de vorm.

Kies uit:


Fouten maken mag,
verbeter deze wel!

Slide 66 - Slide

De ... van de Zeeuwse mosselen is sowieso niet om over naar huis te schrijven.

Slide 67 - Open question

Uit onderzoek bleek dat de ... toiletten langs de snelwegen in Nederland schoner zijn dan die in België.

Slide 68 - Open question

Ik vraag me af of jij ... wel eens een eigen mening hebt.

Slide 69 - Open question

De Tweede Kamer gaf ... toestemming voor het gebruik van cookies op websites.

Slide 70 - Open question

Op sommige scholen mag je lessen missen als je een ... hebt voor een bepaalde sport.

Slide 71 - Open question

Het internetgebruik zal het tv-gebruik ... .

Slide 72 - Open question

GELEERD?

- je kunt de taalmiddelen overdrijving (hyperbool) en understatement herkennen en begrijpen


Slide 73 - Slide

Schrijf één ding op wat je deze les hebt geleerd en niet meer vergeet.

Slide 74 - Open question

Stel één vraag over iets dat je nog niet zo goed
hebt begrepen.

Slide 75 - Open question

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 76 - Slide