Gids Nederlands
informatie voor lessen Nederlands

K2 H3 Grammatica zinsdelen: lange onderwerpen

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 40
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Slide

DOEL

LANGE ONDERWERPEN IN EEN ZIN VINDEN


- je kan de persoonsvorm in een zin vinden

- je kunt een zin in zinsdelen verdelen

- je kan het werkwoordelijk gezegde in een zin vinden

- je kan het onderwerp van een zin vinden,

ook als het een lang onderwerp is

Slide 2 - Slide

Hoe vind je de persoonsvorm in de zin?

Slide 3 - Open question

Waaruit bestaat het
werkwoordelijk gezegde?

Slide 4 - Open question

Het onderwerp in de zin vind je door de volgende vraag te stellen:
A
wat?
B
wie/wat + wwgez(pv)?
C
wie/wat + ow?
D
wie?

Slide 5 - Quiz

Wat is de persoonsvorm in de zin?

Peter koopt een nieuwe laptop voor zijn vader.

Slide 6 - Open question

Zinsdeelstrepen zetten


Peter | koopt | een nieuwe laptop | voor zijn vader.


Wanneer je de zin juist verdeelt,

zie je precies welk woord/welke woorden een zinsdeel vormen.

Slide 7 - Slide

Wat is het werkwoordelijk gezegde in de zin?

Peter | koopt | een nieuwe laptop | voor zijn vader.
______

Slide 8 - Open question

Welke vraag stel je om het onderwerp in de zin te vinden?

Peter | koopt | een nieuwe laptop | voor zijn vader.
_______
A
Wat koopt?
B
Wat koopt Peter?
C
Wie koopt voor zijn vader?
D
Wie koopt?

Slide 9 - Quiz

Wat is het onderwerp in de zin?
(het antwoord op de vraag 'Wie koopt?')

Peter | koopt | een nieuwe laptop | voor zijn vader.
______

Slide 10 - Open question

persoonsvorm?

De grizzlybeer kijkt naar mij.

Slide 11 - Open question

Zinsdeelstrepen zetten


De grizzlybeer | kijkt | naar mij.


Wanneer je de zin juist verdeelt,

zie je precies welk woord/welke woorden een zinsdeel vormen.

Slide 12 - Slide

Werkwoordelijk gezegde?

De grizzlybeer | kijkt | naar mij.
_____

Slide 13 - Open question

Onderwerp?

De grizzlybeer | kijkt | naar mij.
_____

Slide 14 - Open question

Onderwerp?

De dikke grizzlybeer | kijkt | naar mij.
_____

Slide 15 - Open question

Onderwerp?
De dikke grizzlybeer die staat te eten | kijkt | naar mij.
_____

Slide 16 - Open question

Onderwerp?
De dikke grizzlybeer die uit de prullenbak staat te eten | kijkt | naar mij.
_____

Slide 17 - Open question

Korte en lange onderwerpen

Zin met een kort onderwerp:

Peter | koopt | een nieuwe laptop voor zijn vader.


Zin met een lang onderwerp:

De dikke grizzlybeer die uit de prullenbak staat te eten | kijkt | naar mij.


In deze zinnen staat het onderwerp steeds vooraan.

Dus vóór de persoonsvorm.

Slide 18 - Slide

Onderwerp niet altijd vooraan


Na het eten | loopt | oom Oscar | naar huis.


Wie loopt?   Oom Oscar.


Het onderwerp staat in deze zin niet vooraan en staat achter de persoonsvorm.

Slide 19 - Slide

Persoonsvorm?
Het populairste en aantrekkelijkste meisje uit onze klas werd voor het eerst afgewezen.

Slide 20 - Open question

Zinsdelen juist verdeeld?

Het populairste en aantrekkelijkste meisje uit onze klas | werd | voor het eerst | afgewezen.
A
ja
B
nee

Slide 21 - Quiz

Werkwoordelijk gezegde?
Het populairste en aantrekkelijkste meisje uit onze klas werd voor het eerst afgewezen.

Slide 22 - Open question

Onderwerp?
Het populairste en aantrekkelijkste meisje uit onze klas werd voor het eerst afgewezen.

Slide 23 - Open question

Persoonsvorm?
Petten, mp3-spelers, mobiele telefoons, iPods en etenswaren mogen nooit in het klaslokaal.

Slide 24 - Open question

Zinsdelen juist verdeeld?

Petten, mp3-spelers, mobiele telefoons, iPods en etenswaren | mogen | nooit | in het klaslokaal.
A
ja
B
nee

Slide 25 - Quiz

Werkwoordelijk gezegde?
Petten, mp3-spelers, mobiele telefoons, iPods en etenswaren mogen nooit in het klaslokaal.

Slide 26 - Open question

Onderwerp?
Petten, mp3-spelers, mobiele telefoons, iPods en etenswaren mogen nooit in het klaslokaal.

Slide 27 - Open question

Oefening

In de volgende oefening moet je alleen

het onderwerp noteren.

Blijf wel in de juiste volgorde ontleden!

(pv, zinsdelen, wwg en ow).


Je mag de eerste stappen (pv, zinsdelen en wwg) in je hoofd of op kladpapier maken.

Slide 28 - Slide

Onderwerp?
De dansers zullen een bijzonder optreden verzorgen.

Slide 29 - Open question

Onderwerp?
De ijshockeyers winnen geregeld prijzen.

Slide 30 - Open question

Onderwerp?
In de laatste minuut scoorde de spits het winnende doelpunt.

Slide 31 - Open question

Onderwerp?
Na de wereldkampioenschappen zal de zwemster haar carrière beëindigen.

Slide 32 - Open question

Onderwerp?
De beste rapper van Nederland en de beste zanger van Nederland hebben samen een lied gemaakt.

Slide 33 - Open question

Onderwerp?
Waarom vielen die zelfgemaakte Mexicaanse tortilla's gevuld met kip en maïs op de vloer?

Slide 34 - Open question

Onderwerp?
Nu geniet de pas gehuldigde meervoudig kampioene in het wielrijden van een korte vakantie.

Slide 35 - Open question

Onderwerp?
Een gevoelige sensor op de motorkap van de auto registreert de klap met de fietser.

Slide 36 - Open question

GELEERD?

LANGE ONDERWERPEN IN EEN ZIN VINDEN


- je kan de persoonsvorm in een zin vinden

- je kunt een zin in zinsdelen verdelen

- je kan het werkwoordelijk gezegde in een zin vinden

- je kan het onderwerp van een zin vinden,

ook als het een lang onderwerp is

Slide 37 - Slide

Wat wist je al?

Slide 38 - Open question

Is er iets wat je nog niet zo goed snapt?
Zo ja, schrijf dit op.

Slide 39 - Open question

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 40 - Slide