Gids Nederlands
informatie voor lessen Nederlands

K2 H4 Grammatica - zinsdelen - woordsoorten - verschil vz en delen van een splitsbaar werkwoord

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 87
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 87 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Slide

DOEL

ZINSDELEN - redekundig ontleden


WOORDSOORTEN - taalkundig ontleden





- je kunt pv, wwgez en het ow in een zin vinden

- je kunt zinsdeelstrepen op de juiste plaats in een zin zetten

- je kunt lw, zn, bn, ww en vz in een zin herkennen

- je kent het verschil tussen voorzetsels en delen van een splitsbaar werkwoord

herhaling

Slide 2 - Slide

Weet je nog?

In welke volgorde moet je redekundig ontleden?
A
ow - pv - zinsdelen - wwg
B
pv - wwg - zinsdelen - ow
C
zinsdelen - ow - pv - wwg
D
pv - zinsdelen - wwg - ow

Slide 3 - Quiz

Hoe vind je de persoonsvorm in een zin?

Slide 4 - Open question

Hoe verdeel je een zin in zinsdelen?

Slide 5 - Open question

Hoe vind je het werkwoordelijk gezegde in een zin?

Slide 6 - Open question

Hoe vind je het onderwerp in een zin?

Slide 7 - Open question

Wat is de pv in de zin:
Om half drie ga ik trainen.

Slide 8 - Open question

Is de zin juist verdeeld in zinsdelen?
Om half drie | ga | ik | trainen.
A
juist
B
onjuist

Slide 9 - Quiz

Wat is het wwgez in de zin:
Om half drie ga ik trainen.

Slide 10 - Open question

Wat is het ow in de zin:
Om half drie ga ik trainen.

Slide 11 - Open question

Wat is de pv in de zin:
Op het ruiterpad ben ik gevallen.

Slide 12 - Open question

Is de zin juist verdeeld in zinsdelen?
Op het ruiterpad | ben | ik | gevallen.
A
juist
B
onjuist

Slide 13 - Quiz

Wat is het ow in de zin:
De kleine gestreepte kat lust graag vis.

Slide 14 - Open question

Wat is het wwgez in de zin:
Op het ruiterpad ben ik gevallen.

Slide 15 - Open question

Wat is het ow in de zin:
Op het ruiterpad ben ik gevallen.

Slide 16 - Open question

Wat is de pv in de zin:
De kleine gestreepte kat lust graag vis.

Slide 17 - Open question

Is de zin juist verdeeld in zinsdelen?
De kleine gestreepte kat | lust | graag | vis.
A
juist
B
onjuist

Slide 18 - Quiz

Wat is het wwgez in de zin:
De kleine gestreepte kat lust graag vis.

Slide 19 - Open question

Herhaling zinsdelen.
Ging het goed? Heb je nog hulp nodig of moet je nog extra oefenen?

Slide 20 - Open question

DOEL

ZINSDELEN - redekundig ontleden


WOORDSOORTEN - taalkundig ontleden





- je kunt pv, wwgez en het ow in een zin vinden

- je kunt zinsdeelstrepen op de juiste plaats in een zin zetten

- je kunt lw, zn, bn, ww en vz in een zin herkennen

- je kent het verschil tussen voorzetsels en delen van een splitsbaar werkwoord

Slide 21 - Slide

woordsoorten herkennen

Je hebt eerder geleerd

lw, zn, bn, ww en vz

te herkennen.


Met de volgende oefening check je hoe goed dit gaat.


Slide 22 - Slide

Wat voor soort woord is naast in:

Naast het huis staan mooie bloemen.

Slide 23 - Open question

Wat voor soort woord is het in:

Naast het huis staan mooie bloemen.

Slide 24 - Open question

Wat voor soort woord is huis in:

Naast het huis staan mooie bloemen.

Slide 25 - Open question

Wat voor soort woord is staan in:

Naast het huis staan mooie bloemen.

Slide 26 - Open question

Wat voor soort woord is mooie in:

Naast het huis staan mooie bloemen.

Slide 27 - Open question

Wat voor soort woord is bloemen in:

Naast het huis staan mooie bloemen.

Slide 28 - Open question

Wat voor soort woord is Tito in:

Tito, mag ik wiskunde van jou overschrijven?

Slide 29 - Open question

Wat voor soort woord is mag in:

Tito, mag ik wiskunde van jou overschrijven?

Slide 30 - Open question

Wat voor soort woord is wiskunde in:

Tito, mag ik wiskunde van jou overschrijven?

Slide 31 - Open question

Wat voor soort woord is van in:

Tito, mag ik wiskunde van jou overschrijven?

Slide 32 - Open question

Wat voor soort woord is overschrijven in:

Tito, mag ik wiskunde van jou overschrijven?

Slide 33 - Open question

VOORZETSELS

EN

SPLITSBARE WERKWOORDEN


Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Doe oortjes in

en bekijk het volgende filmpje!

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Splitsbare werkwoorden

Slide 38 - Slide



Voorbeelden

splitsbare werkwoorden

Slide 39 - Slide

Splitsbare werkwoorden en voorzetsels

LET OP:
Verwar het voorvoegsel van een splitsbaar werkwoord niet met een voorzetsel.

Slide 40 - Slide

Splitsbare werkwoorden en voorzetsels

Bijvoorbeeld:
Vandaag bel ik mijn oma op.
op = deel van het splitsbare werkwoord opbellen.

Op de tafel ligt de telefoon waarmee ik bel.
op = voorzetsel

Slide 41 - Slide

OEFENING

In de volgende zinnen staan steeds 

één of meerdere voorzetsels.


Noteer de voorzetsel(s).

Fouten maken mag,
maar verbeter deze wel!

Slide 42 - Slide

Na regen komt zonneschijn.

Slide 43 - Open question

In de zomer gaan wij naar Amerika.

Slide 44 - Open question

Achter de aardbeien staan de kroppen sla in de kas.

Slide 45 - Open question

Zet je fiets niet tegen de muur, maar in de stalling.

Slide 46 - Open question

In de aula kun je bij de stand je formulier inleveren.

Slide 47 - Open question

Onder het huis is een royale keuken met garage.

Slide 48 - Open question

Voor de bioscoop kun je de auto parkeren.

Slide 49 - Open question

Onder de supermarkt is een parkeergarage en die is naast de bioscoop.

Slide 50 - Open question

Op het bed ligt het levensechte model van chocolade.

Slide 51 - Open question

Daar zul je geen vissen vangen, maar langs die brug wel.

Slide 52 - Open question

Popke leest het liefst over problemen van jongeren.

Slide 53 - Open question

OEFENING

In de volgende zinnen is steeds 

een voorzetsel weggelaten.


Welk voorzetsel is weggelaten?

Slide 54 - Slide

Anne was ___ de wolken met haar cijfers voor wiskunde.
A
aan
B
achter
C
in
D
met

Slide 55 - Quiz

Mijn oma was overtuigd ___ haar gelijk.
A
aan
B
over
C
op
D
van

Slide 56 - Quiz

Gelukkig ging de mentor akkoord ___ het voorstel.
A
met
B
over
C
op
D
voor

Slide 57 - Quiz

Er heeft nog niemand ___ mijn advertentie gereageerd.
A
met
B
aan
C
op
D
tegen

Slide 58 - Quiz

Heb jij ook een mening ___ jouw school?
A
met
B
over
C
op
D
voor

Slide 59 - Quiz

De inbreker liep ___ de lamp.
A
met
B
aan
C
op
D
tegen

Slide 60 - Quiz

De klusjesman ging onmiddellijk ___ de slag.
A
in
B
aan
C
tegen
D
van

Slide 61 - Quiz

Het LAKS probeert ___ de mening van scholieren te komen.
A
tegen
B
met
C
aan
D
voor

Slide 62 - Quiz

___ jou heb ik alles over.
A
Voor
B
Met
C
Van
D
Tegen

Slide 63 - Quiz

Door de enquête in te vullen, maak je kans ___ een iPod.
A
over
B
op
C
met
D
voor

Slide 64 - Quiz

OEFENING

In de volgende zinnen is steeds 

een splitsbaar werkwoord en een voorzetsel.

 

Noteer de ene keer het splitsbaar werkwoord en 

de andere keer het voorzetsel.

Fouten maken mag,
maar verbeter deze wel!

Slide 65 - Slide

Splitsbaar werkwoord:
Iedere keer pakt Rogier van mij mijn pen af.

Slide 66 - Open question

Voorzetsel:
Iedere keer pakt Rogier van mij mijn pen af.

Slide 67 - Open question

Splitsbaar werkwoord:
Voor die toets lees je de hele tekst door.

Slide 68 - Open question

Voorzetsel:
Voor die toets lees je de hele tekst door.

Slide 69 - Open question

Splitsbaar werkwoord:
Van die chocolademousse blijft niets meer over.

Slide 70 - Open question

Voorzetsel:
Van die chocolademousse blijft niets meer over.

Slide 71 - Open question

Splitsbaar werkwoord:
De politie houdt jongens op een scooter niet meer tegen.

Slide 72 - Open question

Voorzetsel:
De politie houdt jongens op een scooter niet meer tegen.

Slide 73 - Open question

Splitsbaar werkwoord:
Tijdens de film hielden wij onze lach niet meer in.

Slide 74 - Open question

Voorzetsel:
Tijdens de film hielden wij onze lach niet meer in.

Slide 75 - Open question

Flasmob!


Doe oortjes in en 

bekijk het volgende filmpje!

Slide 76 - Slide

Slide 77 - Video

Lees de tekst.

Slide 78 - Slide

Haal uit de tekst twee voorbeelden van
lidwoorden

Slide 79 - Open question

Haal uit de tekst twee voorbeelden van
zelfstandige naamwoorden

Slide 80 - Open question

Haal uit de tekst twee voorbeelden van
bijvoeglijke naamwoorden

Slide 81 - Open question

Haal uit de tekst twee voorbeelden van
werkwoorden

Slide 82 - Open question

Haal uit de tekst twee voorbeelden van
voorzetsel

Slide 83 - Open question

GELEERD?

ZINSDELEN - redekundig ontleden


WOORDSOORTEN - taalkundig ontleden





- je kunt pv, wwgez en het ow in een zin vinden

- je kunt zinsdeelstrepen op de juiste plaats in een zin zetten

- je kunt lw, zn, bn, ww en vz in een zin herkennen

- je kent het verschil tussen voorzetsels en delen van een splitsbaar werkwoord

Slide 84 - Slide

Wat wist je al?

Slide 85 - Open question

Is er iets wat je nog niet zo goed snapt?
Zo ja, schrijf dit op.

Slide 86 - Open question

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 87 - Slide