Gids Nederlands
informatie voor lessen Nederlands

K2 H4 Woordenschat: samenstellingen

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 89
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 89 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Slide

DOEL

SAMENSTELLINGEN

- je weet wat een samenstelling is

- je kunt een woordraadstrategie gebruiken om achter de betekenis van een samenstelling te komen

- je weet hoe je de betekenis van een samenstelling in het woordenboek moet opzoeken



Slide 2 - Slide

Lees (en beluister) de tekst.

Slide 3 - Slide


Wat betekent
flink uitgepakt
in alinea 1?
_______________
A
er heel veel werk van gemaakt
B
heel veel papier van dingen moeten halen
C
iets heel zorgvuldig gemaakt

Slide 4 - Quiz

Geef zelf synoniem voor compleet.

Slide 5 - Open question

Uit welke woorden bestaat
levensechte?

Slide 6 - Open question

Wat betekent
levensechte?

Slide 7 - Open question

Vul aan:
een chocolatier is iemand die werkt met ___

Slide 8 - Open question

Waarom zal het woord chocoladekamer niet in het woordenboek staan?

Slide 9 - Open question

Uit welke twee woorden bestaat
overheerlijk?

Slide 10 - Open question

Wat betekent
overheerlijk?

Slide 11 - Open question

SAMENSTELLINGEN

Soms zijn woorden gemaakt door 
twee of meer andere woorden 
aan elkaar te schrijven.

Slide 12 - Slide

+
=
fiets + zaal = fietszaal

Slide 13 - Slide

+
=
tanden + borstel = tandenborstel

Slide 14 - Slide

+
=
vier+ sterren + hotel = viersterrenhotel
+

Slide 15 - Slide

SAMENSTELLINGEN
Het tweede deel van een samenstelling 
is het belangrijkst, 
want dat bepaalt de betekenis.

hotelkamer = een kamer in een hotel

Slide 16 - Slide

betekenis bepalen in SAMENSTELLINGEN

fietszaal = een zaal om in te fietsen
tandenborstel = een borstel voor tanden
viersterrenhotel = een hotel met vier sterren
kattenbakkorrels = korrels voor in de kattenbak

Slide 17 - Slide

betekenis van SAMENSTELLINGEN

Niet alle samenstellingen staan 
in een woordenboek
Je moet de betekenis vaak zelf bedenken. 
Losse woorden staan wel in een woordenboek.

Slide 18 - Slide

VOORBEELD:
Rusland wil een importverbod van verse groenten uit Europa.

verbod is betekenisbepalend. Het gaat dus om iets wat verboden is  / niet mag.
Zoek import op in het woordenboek.
Rusland wil dat het verboden wordt om verse groenten uit Europa in te voeren in Rusland

Slide 19 - Slide

Lees (en beluister) de tekst.

Slide 20 - Slide

Welk woord herken je in gehalveerd (alinea 1)?

Slide 21 - Open question

Wat betekent gehalveerd (alinea 1)?

Slide 22 - Open question

Het woord leerlingsparticipatie (alinea 3) staat niet in het woordenboek? Welke deel van het woord zou jij opzoeken in een woordenboek?

Slide 23 - Open question

Uit welke twee woorden is ervaringsdeskundige (alinea 3) samengesteld?

Slide 24 - Open question

Geef zelf een omschrijving voor ervaringsdeskundige (alinea 3) .

Slide 25 - Open question

Geef met hulp van het woordenboek een omschrijving voor leerlingenraden (alinea 3).

Slide 26 - Open question

Wat betekent stand
(alinea 1)?
A
deelname van leerlingen
B
korte cursussen
C
kraampje
D
is er voor

Slide 27 - Quiz

Wat betekent inmiddels
(alinea 1)?
A
precies, nauwkeurig
B
intussen
C
heeft als onderwerp
D
is er voor

Slide 28 - Quiz

Wat betekent gehalveerd
(alinea 1)?
A
kleiner gemaakt zodat nog maar de helft is overgebleven
B
deelname van leerlingen
C
heeft als onderwerp
D
is er voor

Slide 29 - Quiz

Wat betekent vertegenwoordigt
(alinea 2)?
A
laat het beter verlopen, bevordert
B
deelname van leerlingen
C
groepen leerlingen die advies geven
D
is er voor

Slide 30 - Quiz

Wat betekent
in het teken staat van
(alinea 2)?
A
laat het beter verlopen, bevordert
B
deelname van leerlingen
C
groepen leerlingen die advies geven
D
heeft als onderwerp

Slide 31 - Quiz

Wat betekent
zorgvuldig
(alinea 3)?
A
laat het beter verlopen, bevordert
B
deelname van leerlingen
C
precies, nauwkeurig
D
vanuit jouw manier van denken

Slide 32 - Quiz

Wat betekent
leerlingparticipatie
(alinea 3)?
A
laat het beter verlopen, bevordert
B
deelname van leerlingen
C
iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt
D
vanuit jouw manier van denken

Slide 33 - Quiz

Wat betekent
immers (alinea 3)?
A
laat het beter verlopen, bevordert
B
toch
C
iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt
D
vanuit jouw manier van denken

Slide 34 - Quiz

Wat betekent
ervaringsdeskundigen
(alinea 3)?
A
korte cursussen
B
geholpen kunnen worden
C
iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt
D
mensen die door ervaring veel weten

Slide 35 - Quiz

Wat betekent
stimuleert
(alinea 3)?
A
korte cursussen
B
vanuit jouw manier van denken
C
iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt
D
laat het beter verlopen, bevordert

Slide 36 - Quiz

Wat betekent
workshops
(alinea 3)?
A
korte cursussen
B
vanuit jouw manier van denken
C
iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt
D
geholpen kunnen worden

Slide 37 - Quiz

Wat betekent
leerlingenraden
(alinea 3)?
A
groepen leerlingen die advies geven
B
vanuit jouw manier van denken
C
iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt
D
geholpen kunnen worden

Slide 38 - Quiz

Wat betekent
terechtkunnen
(alinea 3)?
A
groepen leerlingen die advies geven
B
van uit jouw manier van denken
C
iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt
D
geholpen kunnen worden

Slide 39 - Quiz

Wat betekent
vanuit jouw oogpunt
(alinea 4)?
A
groepen leerlingen die advies geven
B
vanuit jouw manier van denken
C
iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt
D
geholpen kunnen worden

Slide 40 - Quiz

Wat betekent
secretaris
(alinea 4)?
A
groepen leerlingen die advies geven
B
deelname van leerlingen
C
iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt
D
is er voor

Slide 41 - Quiz

OEFENING

In de volgende zinnen vul je steeds 

het juiste woord in. Zoek zo nodig de betekenis van een woord op in het woordenboek.


Kies uit:

immers - in contact komt - in het teken staat - inmiddels - participatie - secretaris - stand - stimuleert - workshop



Slide 42 - Slide

De ___ had een mooi verslag gemaakt van de vergadering.

Kies uit:

immers - in contact komt - in het teken staat - inmiddels - participatie - 
secretaris - stand - stimuleert - workshop

Slide 43 - Open question

Door ___ van jongeren hoopt de gemeente meer te kunnen doen voor de jeugd.

Kies uit:

immers - in contact komt - in het teken staat - inmiddels - participatie - 
secretaris - stand - stimuleert - workshop

Slide 44 - Open question

Ik ben ___ wel toe aan iets te eten, mijn buik knort.

Kies uit:

immers - in contact komt - in het teken staat - inmiddels - participatie - 
secretaris - stand - stimuleert - workshop

Slide 45 - Open question

Wist je dat het concert ___ van Unicef?

Kies uit:

immers - in contact komt - in het teken staat - inmiddels - participatie - 
secretaris - stand - stimuleert - workshop

Slide 46 - Open question

Op de sieradenbeurs stond mijn tante met een grote ___.

Kies uit:

immers - in contact komt - in het teken staat - inmiddels - participatie - 
secretaris - stand - stimuleert - workshop

Slide 47 - Open question

Als je ___ met het wrattenvirus, kun je een wrat krijgen.

Kies uit:

immers - in contact komt - in het teken staat - inmiddels - participatie - 
secretaris - stand - stimuleert - workshop

Slide 48 - Open question

Maak je het konijnenhok nog schoon? Jij wilde __ een konijn!

Kies uit:

immers - in contact komt - in het teken staat - inmiddels - participatie - 
secretaris - stand - stimuleert - workshop

Slide 49 - Open question

Maak een goede samenstelling van:
auto + transport

Slide 50 - Open question

Maak een goede samenstelling van:
fruit + automaat

Slide 51 - Open question

Maak een goede samenstelling van:
goederen + trein

Slide 52 - Open question

Maak een goede samenstelling van:
hoofd + bestuur

Slide 53 - Open question

Maak een goede samenstelling van:
hoofd + bestuur

Slide 54 - Open question

Maak een goede samenstelling van:
school + leiding

Slide 55 - Open question

Maak een goede samenstelling van:
pers + fotograaf

Slide 56 - Open question

Maak een goede samenstelling van:
slag + ader

Slide 57 - Open question

OEFENING

In de volgende zinnen is steeds een woord onderstreept.

Dit woord is een samenstelling.

 

Wat betekent ht onderstreepte woord? Zoek eventueel de betekenis op in een woordenboek.

Slide 58 - Slide

Bij de papierhandel heeft een brand gewoed.
______________

Slide 59 - Open question

De titelverdedigster wist de finale niet te winnen.
_________________

Slide 60 - Open question

Met Pasen zijn de meubelboulevards open.
___________________

Slide 61 - Open question

Ik heb nog nooit meegedaan met dikketruiendag.
________________

Slide 62 - Open question

Martin Bril heeft ooit rokjesdag bedacht.
__________

Slide 63 - Open question

Voor het ophalen van grofvuil moet je een afspraak maken.
________

Slide 64 - Open question

Door zwaar letsel is Ronald arbeidsongeschikt geraakt.
___________________

Slide 65 - Open question

Op het drukke kruispunt stond een verkeersregelaar.
_________________

Slide 66 - Open question

Piloten oefenen moeilijke situaties vaak in vliegsimulaties.
_________________

Slide 67 - Open question

Noteer de juiste vorm van het woord:
Lust jij een (halveren) peer?

Slide 68 - Open question

Noteer de juiste vorm van het woord:
Weet jij wie er optreden op het (cultuur) festival in Epe?

Slide 69 - Open question

Noteer de juiste vorm van het woord:
Een Nederlandse topmodel is uitgeroepen tot meest stijlvolle (vertegenwoordigen) ooit.

Slide 70 - Open question

Noteer de juiste vorm van het woord:
Uit onderzoek blijkt dat kauwgom de schoolprestaties (stimuleren).

Slide 71 - Open question

Noteer de juiste vorm van het woord:
Weet jij waar ik met mijn klacht (terechtkunnen)?

Slide 72 - Open question

OEFENING

Lees de volgende zinnen en maak ze af met een voorbeeld.


Slide 73 - Slide

De inspectiedienst van de Dierenbescherming doet goede dingen. Bijvoorbeeld: ___

Slide 74 - Open question

Timo is zeer actie in de leerlingenraad. Zo ___

Slide 75 - Open question

De docent gaf een leuke workshop, waarin we __

Slide 76 - Open question

Ik volg alle media zo veel als ik maar kan. Laatst ___

Slide 77 - Open question

In de krant lees je over allerlei wantoestanden in derdewereldlanden. Denk maar aan ___

Slide 78 - Open question

Isa heeft diverse vooroordelen over ouderen: ___

Slide 79 - Open question

OEFENING


De volgende schrijfopdracht maak je eerst 

in het klad in je schrift. 

Daarna type je  het netjes in word over. 

Vervolgens lever je de schrijfopdracht bij de docent in.

 

\

Slide 80 - Slide

SCHRIJFOPDRACHT

Schrijf een brief van 100 woorden aan het LAKS. In de brief schrijf je twee dingen op die je goed vindt op je school en twee dingen die vanuit jouw oogpunt verbeterd  moeten worden.

Gebruik in je brief minstens vier samenstellingen en onderstreept deze. De volgende drie woorden moet je ook in je brief gebruiken:

overbezorgd - vanuit mijn oogpunt - compleet

 

\

Slide 81 - Slide

DOEL

SAMENSTELLINGEN

- je weet wat een samenstelling is

- je kunt een woordraadstrategie gebruiken om achter de betekenis van een samenstelling te komen

- je weet hoe je de betekenis van een samenstelling in het woordenboek moet opzoeken



Slide 82 - Slide

Wat wist je al?

Slide 83 - Open question

Is er iets wat je nog niet zo goed snapt?
Zo ja, schrijf dit op.

Slide 84 - Open question

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 85 - Slide

Doel van de les
Je beheerst deze woordraadstrategie:

Je kunt de betekenis van een onbekend woord vinden met behulp van een woordenboek

Je kent alle betekenissen van de woorden en uitdrukkingen uit de paragraaf

Slide 86 - Slide

5 woordraadstrategieën
- Zoek een synoniem
- Zoek een omschrijving of definitie
- Zoek een voorbeeld
- Zoek een tegenstelling
- Zoek een bekend woorddeel

Slide 87 - Slide

Theorie
'6e woordraadstrategie': gebruik een woordenboek

Kun je de betekenis van een woord niet bedenken met behulp van één van de vijf andere woordraadstrategieën: gebruik dan een woordenboek!

--> Pak nu je woordenboek, want dat heb je deze les nodig!


Slide 88 - Slide

Extra theorie
Hoe vind je het juiste woord in een woordenboek?

Bij werkwoordsvormen: zoek bij het hele werkwoord

Voorbeeld:          loopt           --> lopen
                                  gevestigd --> vestigen



Slide 89 - Slide