Grunberg Academy
Educational tool to enhance communication skills and self-esteem

Kennis - Laat Je Zien

Laat Je Zien
Kennis
1 / 8
next
Slide 1: Slide
BurgerschaptestMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

This lesson contains 8 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Laat Je Zien
Kennis

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

      Wat gaan jullie doen?
  • Jullie gaan eerdere kennis verzamelen en                       in kaart brengen
 
  • Jullie bedenken onderzoeksvragen en doen onderzoek 
 
  • Jullie geven een tussentijdse presentatie

Slide 2 - Slide

Kennis
Alle deelnemers
Deze oefening duurt minimaal 60 minuten, als je meer tijd hebt kun je meer oefeningen opnemen om de leservaring te versterken.

Verzamelen en ordenen

- Verhuizen - 
Wat komt er allemaal bij kijken?

Slide 3 - Mind map

Mindmap - Brainstorm
Iedereen
10 minuten
 
Doen: 
Stap 1: Laat de deelnemers lijstjes maken met wat er bij hen opkomt als ze denken aan verlies.

De begeleider en de deelnemers kunnen samen een mindmap maken op het Digibord waarbij aandacht is voor type verlies. Denk daarbij aan verschil tussen spullen en levende dieren en mensen.
Gedachten die samenhangen met verlies. Gevoelens die samenhangen met verlies.

Afhankelijk van het niveau, de concentratie en de deelname van de deelnemers kan de begeleider de manier waarop de mindmap wordt gemaakt aanpassen. Als de deelnemers meer structuur nodig hebben, kunnen de mindmaps eerst individueel worden gemaakt.
Laat Je Zien
Lezen 


Verschillende werkvormen 4x

Slide 4 - Slide

Lezen verschillende werkvormen
Iedereen
15 minutes minimaal

Vooraf
Iedereen krijgt een klein papiertje 1/4 A4 en een zwarte pen.

Introductie (kort of lang)
  1. De begeleider gaat een gesprek aan met de deelnemers over de omslag en binnenwerk van het boek door het omslag te laten zien en te vragen wat ze zien? Wat valt op? Als een deelnemer antwoord geeft doorvragen waaraan hij ziet dat hij zegt .... (parafrasering van datgene dat de deelnemer heeft gezegd). Opvolgend aan dit korte gesprek kan de begeleider vragen aan de deelnemers om kort op een 1/4 A4 papier op te schrijven waar hij denkt dat het boek over gaat. Zodra dat klaar is kan de begeleider deze geschreven gedachten inzamelen om later weer te kunnen gebruiken.
Nu start het lezen
Verschillende uitwerkingsvormen van lezen zijn mogelijk:

1. De deelnemers krijgen allemaal een verschillend hoofdstuk te lezen.

Ze krijgen tijd om in de klas het te lezen. Daarna schrijven ze kort op wat ze het meeste aanspreekt van hun hoofdstuk. 
Kies iets uit de woordspin over verlies wat past bij het hoofdstuk uit het boek dat je hebt gelezen. Schrijf het woord of de woorden boven aan je blaadje (1/4 A4). Vertel hoe wat je hebt gelezen en het woord bij elkaar passen voor jou. 

2. De deelnemers worden opgedeeld in groepjes van 3 a 4. Ieder lid van het groepje krijgt een hoofdstuk te lezen. Elk hoofdstuk is dan gelezen door een deel van de klas. In het groepje bedenken ze hoe ze het hoofdstuk kunnen uitbeelden. De begeleider deelt instructies uit via een app bericht of op papier. De instructies zijn:
  • Kijk welke personen in het hoofdstuk voorkomen. 
  • Welke scenes kunnen jullie denken om het hoofdstuk aan de anderen over te dragen? Denk aan: begin - midden - eind. Schrijf met steekwoorden op wat er aan bod komt in ieder deel. 
  • Kijk naar de woordspin wat daarin aan bod is gekomen en kies met je groepje een woord dat past bij jullie hoofdstuk.
  •  Ga vanuit de steekwoorden improviserend de scenes neerzetten: begin - midden - eind. Houd het gekozen woord in gedachten en kijk of je daar aandacht aan kan geven in de scene.
  • ALs jullie ergens tegenaan lopen dan kan je altijd de begeleider raadplegen.
3. De deelnemers krijgen allemaal de opdracht om het boek thuis te lezen en kort te verwoorden hoe de woorden van de woordspin een plek hebben in het boek. Op school werken ze in groepjes maken een presentatie over welke rechten mensen/ kinderen hebben als ze deel worden van de Nederlandse samenleving. Ze kiezen minimaal een recht uit vervolgens geven ze aan welke scenes in het boek hierbij passen en waarom.

4. De deelnemers lezen allemaal het hele boek thuis. Daarna kijken ze of ze een scene kunnen vinden in het boek die in gaat op verhuizen en wat daarbij komt kijken in het boek. Op school werken ze in teams van 3 a 4 en zoeken informatie over wat het betekent om te verhuizen en zelfs in een ander land te gaan wonen. Waar krijg je dan mee te maken?

5. De begeleider kiest een hoofdstuk dat iedereen gaat lezen en dat aansluit bij het thema waar de begeleider aandacht aan wil geven. Deze focus kan ontstaan door de module waarmee gewerkt wordt of een van de thema's beschreven in het door het ministerie bepaalde onderwerpen overzicht. Het gekozen thema laat de begeleider door de deelnemers uitpluizen door tijd te geven voor onderzoek. De deelnemers werken in groepjes van 3 a 4 en maken op basis van de gegevens die ze hebben gevonden een presentatie op het Digibord in één dia wat voor hen belangrijk is.

6. De begeleider kiest ervoor het boek gedurende een aantal weken voor te lezen. Ieder voorlees moment wordt verbonden aan een werkopdracht in groepjes. Een extra opdracht kan zijn om de deelnemers de verschillende aspecten die in de woordspin staan telkens te verbinden aan het nieuwe hoofdstuk en daarbij dan de regels en afspraken in de maatschappij te zoeken. 

Een van de hoofddoelen is dat door dit soort type opdrachten deelnemers leren samen te werken, uit te pluizen en de diversiteit aan inzichten te delen en verschillen te verdragen.

Deel jullie bevindingen

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Laat Je Zien
Presenteren

Slide 6 - Slide

Presenteren tussentijds 
Iedereen
15 minutes minimaal

De duur van de presentaties is afhankelijk van de keuze die eerder is gemaakt bij de werkvorm voor het lezen.

Waaraan denken?
Spreek van te voren af hoe lang een presentatie per groepje mak duren.
Organiseer dat het tempo wordt bewaakt door een geluid, kan zijn een belletje of gong, aan het begin en aan het einde. 




Quiz bij - Thuis Ben Je -
A

Slide 7 - Quiz

De facilitator kan besluiten om de deelnemers een quiz te laten doen ter afsluiting van dit onderdeel.

Maak de quiz op basis van de vragen die in de klas zijn besproken.
Optioneel kun je vragen opnemen die deel uitmaken van de module die je al regelmatig gebruikt in de les over het thema, Burgerschap.

Als begeleider bepaalt u of de deelnemers zich eerst mogen voorbereiden op de quiz. 

Het is ook mogelijk om de deelnemers te vragen individueel of in teamverband een vraag voor een quiz te formuleren. Maak vervolgens de quiz dienovereenkomstig.
Laat Je Zien
Ga verder met 
Praktische toepassingen & Presentatie

Slide 8 - Slide

This item has no instructions