Oefenexamen VWO — Aardrijkskunde
Domein B: Wereld — 10 vragen — ca. 25 punten
Lesson by LessonUp Examentraining
This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.
Oefenexamen VWO — Aardrijkskunde
Domein B: Wereld — 10 vragen — ca. 25 punten
Globalisering en wereldsysteem
Vraag 1 (3p)
Bekijk de afbeelding van een containerschip.
Globalisering heeft zich in fasen ontwikkeld.
a) Beschrijf hoe globalisering zich heeft ontwikkeld van de koloniale periode tot nu. Noem drie fasen. (2p)
b) Leg uit wat de rol is van hegemoniale staten in het globaliseringsproces. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) Fase 1 (tot 1980): kolonialisme, imperialisme, Europeanisering, dekolonisatie, bipolaire wereld (1p). Fase 2 (vanaf 1980): vrijhandel, offshoring, global shift, unipolaire wereld, triade (0,5p). Fase 3 (vanaf 2010): multipolaire wereld, reshoring, handelsbelemmeringen, Nieuwe Zijderoute (0,5p). b) Hegemoniale staten (VS, China) zetten economische, politieke en militaire middelen in om hun invloed te vergroten (geopolitiek) en bepalen de regels van het mondiale systeem (1p).
Vraag 2 (2p)
Bekijk de afbeelding van een containerschip.
Het begrip 'tijdruimtecompressie' is centraal in de aardrijkskunde.
a) Leg uit wat tijdruimtecompressie inhoudt. (1p)
b) Noem twee technologische ontwikkelingen die tijdruimtecompressie hebben versneld. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Door technologische ontwikkelingen worden afstanden sneller en goedkoper overbrugd; de relatieve afstand neemt af (1p). b) Twee uit: containerisatie, internet/ICT, luchtvaart, spoorwegen, glasvezelkabels (1p).
Vraag 3 (3p)
Bekijk de foto van de skyline van New York.
In de wereldsysteemtheorie van Wallerstein worden landen ingedeeld in centrum, semiperiferie en periferie.
a) Leg uit hoe het centrum-periferiemodel werkt. (1p)
b) Leg uit waarom dit model op meerdere schaalniveaus toepasbaar is. Geef een voorbeeld. (1p)
c) Beschrijf hoe de mondiale machtsverhoudingen zijn verschoven van een bipolaire naar een multipolaire wereld. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) Centrumlanden beheersen de kenniseconomie en handel; periferielanden leveren grondstoffen en goedkope arbeid; semiperiferie zit ertussenin (1p). b) Binnen centrumlanden zijn er ook perifere gebieden (bijv. achtergestelde regio's); binnen perifere landen zijn er centrumgebieden (steden) (1p). c) Bipolair (VS vs SU) -> unipolair (VS dominant) -> multipolair (VS, China, EU, Rusland als concurrerende grootmachten) (1p).
Vraag 4 (3p)
Economische globalisering kent verschillende dimensies.
a) Leg uit wat het verschil is tussen offshoring en outsourcing. (1p)
b) Leg uit wat ruilvoetverslechtering inhoudt en waarom dit nadelig is voor perifere landen. (1p)
c) Leg uit hoe FDI (Foreign Direct Investment) de positie van een land in het wereldsysteem kan veranderen. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) Offshoring: productie verplaatsen naar een ander land. Outsourcing: productie uitbesteden aan een ander bedrijf (kan ook in eigen land) (1p). b) Ruilvoetverslechtering: de prijs van exportproducten (grondstoffen) daalt t.o.v. importproducten (eindproducten), waardoor perifere landen steeds meer moeten exporteren (1p). c) FDI brengt kapitaal, technologie en werkgelegenheid; dit kan een land helpen opschuiven van periferie naar semiperiferie (bijv. China, Vietnam) (1p).
Vraag 5 (2p)
Bekijk de foto van de skyline van New York.
New York, Washington en Los Angeles zijn wereldsteden met verschillende functies.
a) Beschrijf de belangrijkste functie van elk van deze drie steden in het mondiale netwerk. (1p)
b) Leg uit wat het verband is tussen de functies van een wereldstad en haar ruimtelijke geleding (stedelijke structuur). (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) New York: economisch knooppunt (Wall Street, financiele markten). Washington: politiek knooppunt (overheid, internationale organisaties). Los Angeles: sociaal-cultureel knooppunt (Hollywood, entertainment, media) (1p). b) Economische functies leiden tot CBD's en financiele districten; culturele functies tot creatieve wijken; politieke functies tot overheidsgebouwen. De ruimtelijke structuur (edge cities, CBD, urban sprawl) hangt samen met deze functies (1p).
Vraag 6 (3p)
Migratie is een onlosmakelijk deel van globalisering.
a) Leg uit het verschil tussen economische en politieke migratie. (1p)
b) Leg uit wat kettingmigratie inhoudt en welke rol migratienetwerken hierbij spelen. (1p)
c) Leg uit waarom mobiliteit makkelijker is voor mensen uit centrumgebieden dan uit periferiegebieden. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) Economische migratie: verhuizen voor werk/inkomen, richting centrumgebieden. Politieke migratie: vluchten voor oorlog/vervolging, vooral binnen de regio van herkomst (1p). b) Kettingmigratie: migranten volgen eerdere migranten uit dezelfde herkomstregio; migratienetwerken bieden informatie, huisvesting en werk (1p). c) Mensen uit centrumgebieden hebben meer financiele middelen, betere reisdocumenten en worden minder belemmerd door visumvereisten (1p).
Vraag 8 (3p)
Culturele globalisering leidt zowel tot uniformiteit als tot diversiteit.
a) Leg uit wat culturele diffusie inhoudt. Geef een voorbeeld. (1p)
b) Leg uit het verschil tussen amerikanisering en herwaardering van culturele identiteit als reactie op globalisering. (1p)
c) Beredeneer of globalisering per saldo leidt tot meer of minder culturele diversiteit. (1p)
Antwoord
Maximumscore 3 a) Culturele diffusie: verspreiding van cultuurelementen (taal, religie, mode, muziek) van het ene gebied naar het andere; bijv. Engels als lingua franca, verspreiding van fast food (1p). b) Amerikanisering: westerse/Amerikaanse cultuur verdringt lokale cultuur (uniformiteit). Herwaardering: als reactie versterken groepen hun eigen culturele identiteit, bijv. regionalisme, nationalisme (1p). c) Beide: globalisering leidt tot uniformiteit (zelfde merken, media) maar roept ook tegenreacties op die diversiteit versterken. Of: netto meer uniformiteit omdat economische macht culturele dominantie meebrengt (1p).
Vraag 9 (2p)
Het begrip 'fragmentarische modernisering' beschrijft hoe globalisering ongelijk uitwerkt.
a) Leg uit het verschil tussen spread-effecten en backwash-effecten. (1p)
b) Geef een voorbeeld van hoe globalisering in een perifeer land zowel kansen als bedreigingen biedt. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Spread-effecten: positieve uitstralingseffecten van groei naar omliggende gebieden (werkgelegenheid, infrastructuur). Backwash-effecten: groei in centrumgebied gaat ten koste van perifeer gebied (brain drain, grondstofuitputting) (1p). b) Bijv. Bangladesh: kans = werkgelegenheid in textiel (offshoring). Bedreiging = lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden, afhankelijkheid van buitenlandse bedrijven (1p).
Vraag 10 (2p)
De Europese Unie zoekt positie tussen de grootmachten China, Rusland en de Verenigde Staten.
a) Leg uit wat geopolitiek inhoudt. (1p)
b) Beredeneer waarom de opkomst van China de mondiale centrum-periferieverhoudingen verandert. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Geopolitiek: (regionale) grootmachten zetten economische, politieke en militaire middelen in om hun invloed op bepaalde gebieden te vergroten (1p). b) China is van periferie naar semiperiferie/centrum opgeschoven door industrialisering en export; het land investeert wereldwijd (Nieuwe Zijderoute/BRI), waardoor het de door het Westen gedomineerde centrum-periferieverhoudingen uitdaagt (1p).