Oefenexamen VMBO — Geschiedenis (GT)
Tweede Wereldoorlog (1939-1945) — 10 vragen — ca. 20 punten
This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.
Oefenexamen VMBO — Geschiedenis (GT)
Tweede Wereldoorlog (1939-1945) — 10 vragen — ca. 20 punten
Vraag 1 (2p)
De Tweede Wereldoorlog begon in 1939.
a) Noem twee oorzaken van de Tweede Wereldoorlog. (1p)
b) Welke gebeurtenis markeerde het begin van de oorlog? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: bepalingen Versailles (revanche), Hitler wilde Lebensraum, herbewapening, nationalisme, falen appeasement (1p). b) De Duitse inval in Polen op 1 september 1939 (1p).
Vraag 2 (2p)
De oorlog verliep in fasen.
a) Leg uit wat Blitzkrieg inhield. (1p)
b) Noem twee keerpunten in de oorlog. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Blitzkrieg (bliksemoorlog): snelle aanval met tanks en vliegtuigen om in korte tijd een land te veroveren (1p). b) Twee uit: slag bij Stalingrad (1942-43), D-Day (6 juni 1944), Pearl Harbor (1941), Operatie Barbarossa (1941) (1p).
Vraag 3 (2p)
Bekijk de afbeelding van een Holocaustmonument.
De Holocaust was de systematische vervolging en vermoording van Joden.
a) Beschrijf hoe de Jodenvervolging stap voor stap verliep. Noem twee stappen. (1p)
b) Noem twee vernietigingskampen. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: uitsluiting (rassenwetten), geweld (Kristallnacht), deportatie naar getto's, transport naar vernietigingskampen, vergassing (1p). b) Twee uit: Auschwitz, Sobibor, Treblinka (1p).
Vraag 4 (2p)
Nederland werd op 10 mei 1940 aangevallen door Duitsland.
a) Wat gebeurde er bij het bombardement van Rotterdam? (1p)
b) Wat gebeurde er na de capitulatie? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Het stadscentrum van Rotterdam werd verwoest door een Duits bombardement; dit leidde tot de Nederlandse capitulatie (1p). b) Nederland werd bezet; de regering en koningin Wilhelmina vluchtten naar Engeland (regering in ballingschap) (1p).
Vraag 5 (2p)
Tijdens de bezetting reageerden Nederlanders op verschillende manieren.
a) Noem twee vormen van verzet tegen de bezetter. (1p)
b) Noem twee vormen van collaboratie (samenwerking met de bezetter). (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: Februaristaking (1941), onderduiken helpen, illegale kranten, spoorwegstaking (1944), verzetsgroepen (1p). b) Twee uit: lid worden van de NSB, werken voor de Duitsers, Joden verraden, landverraders (1p).
Vraag 6 (2p)
De Jodenvervolging in Nederland was bijzonder heftig.
a) Via welk kamp werden de meeste Nederlandse Joden gedeporteerd? (1p)
b) Wie was Anne Frank en waarom is zij bekend? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Kamp Westerbork (doorvoerkamp) (1p). b) Anne Frank was een Joods meisje dat ondergedoken zat in Amsterdam en een dagboek schreef; zij werd verraden, gedeporteerd en stierf in Bergen-Belsen. Haar dagboek werd wereldberoemd (1p).
Vraag 7 (2p)
De oorlog eindigde in 1945.
a) Beschrijf hoe Nederland werd bevrijd. Noem twee gebeurtenissen. (1p)
b) Op welke datum vieren we in Nederland Bevrijdingsdag? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: Operatie Market Garden (september 1944, Arnhem), bevrijding zuiden door geallieerden, Hongerwinter (1944-45), 5 mei 1945 capitulatie Duitsers in Nederland (1p). b) 5 mei (1p).
Vraag 8 (2p)
Japan speelde ook een rol in de Tweede Wereldoorlog.
a) Wat gebeurde er met de Nederlandse kolonie Indonesie tijdens de oorlog? (1p)
b) Hoe eindigde de oorlog met Japan? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Japan bezette in 1942 Nederlands-Indie; Nederlanders en Indonesiers werden in kampen opgesloten en tot dwangarbeid gedwongen (1p). b) De VS gooiden atoombommen op Hiroshima (6 aug 1945) en Nagasaki (9 aug 1945); Japan gaf zich over op 15 augustus 1945 (1p).
Vraag 9 (2p)
Noem de twee bondgenootschappen in de Tweede Wereldoorlog.
a) Welke landen behoorden tot de As-mogendheden? (1p)
b) Welke landen behoorden tot de Geallieerden? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Duitsland, Italie, Japan (1p). b) Groot-Brittannie, Sovjet-Unie (vanaf 1941), Verenigde Staten (vanaf 1941) (1p).
Vraag 10 (2p)
Noem drie personen uit de Tweede Wereldoorlog en leg uit waarom zij belangrijk waren.
Antwoord
Maximumscore 2 Drie uit (samen 2p): - Churchill: Britse premier, leidde Groot-Brittannie door de oorlog - Roosevelt: Amerikaanse president, bracht VS in de oorlog - Stalin: Sovjet-leider, vocht tegen Duitsland aan het Oostfront - Anne Frank: Joods meisje, dagboek als symbool van de Holocaust - Koningin Wilhelmina: sprak vanuit Londen de Nederlanders moed in via de radio