Oefenexamen HAVO — Aardrijkskunde
Domein E1: Leefomgeving NL — 10 vragen — ca. 22 punten
Lesson by LessonUp Examentraining
This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.
Oefenexamen HAVO — Aardrijkskunde
Domein E1: Leefomgeving NL — 10 vragen — ca. 22 punten
Vraag 1 (2p)
Bekijk de foto van een stormkering.
Na de Watersnoodramp van 1953 werden de Deltawerken gebouwd.
a) Wat was het belangrijkste doel van het Deltaplan? (1p)
b) Welke twee zeearmen werden niet volledig afgesloten en waarom? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) De kustlijn verkorten door zeearmen af te sluiten met dammen en keringen -> meer veiligheid (1p). b) De Nieuwe Waterweg (haven Rotterdam) en de Westerschelde (haven Antwerpen) bleven open voor scheepvaart (1p).
Vraag 2 (2p)
Bekijk de foto van een stormkering.
Het programma 'Ruimte voor de Rivier' kiest een andere aanpak dan de Deltawerken.
a) Beschrijf het verschil in aanpak. (1p)
b) Leg uit waarom klimaatverandering het waterbeheer extra urgent maakt. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Deltawerken: water buitenhouden (dammen, dijken). Ruimte voor de Rivier: water de ruimte geven (uiterwaarden verbreden, dijken terugleggen) (1p). b) Zeespiegelstijging + extremer weer = groter overstromingsrisico en tegelijk meer kans op watertekorten (1p).
Vraag 3 (2p)
Droogte en verdroging zijn toenemende problemen in Nederland.
a) Leg uit waarom veengebieden extra kwetsbaar zijn voor droogte. (1p)
b) Noem twee maatregelen die wateroverlast in steden kunnen tegengaan. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) In veengebieden leidt grondwateronttrekking tot inklinking en oxidatie -> bodemdaling -> meer kwetsbaarheid (1p). b) Twee uit: groene daken, waterpleinen, retentiebekkens, ontkoppeling hemelwater en riool (1p).
Vraag 4 (2p)
Bekijk de foto van de Amsterdamse grachtengordel.
Een 'smart city' zet technologie in voor efficient en duurzaam stedelijk beheer.
a) Noem twee kenmerken van een smart city. (1p)
b) Noem een nadeel van stedelijke vernieuwing. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: slim verkeerssysteem, sensoren voor energiebeheer, digitale dienstverlening, data-gestuurd beleid (1p). b) Gentrificatie: oorspronkelijke bewoners worden verdreven door stijgende huren (1p).
Vraag 5 (2p)
Bekijk de foto van windmolens.
De energietransitie vraagt veel ruimte in een klein land als Nederland.
a) Leg uit waarom de plaatsing van windmolens tot conflicten leidt. Noem twee argumenten van tegenstanders. (1p)
b) Leg uit wat NIMBY betekent. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: horizonvervuiling, geluidsoverlast, waardedaling huizen, gevaar voor vogels (1p). b) Not In My Back Yard: mensen willen wel duurzame energie maar niet in hun eigen omgeving (1p).
Vraag 6 (2p)
Vanaf de jaren '90 werden vinexwijken gebouwd aan de randen van grote steden.
a) Wat was het doel van het vinexbeleid? (1p)
b) Waarom werden vinexwijken aan de rand van bestaande steden gebouwd? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Het woningtekort oplossen door voldoende nieuwe woningen te bouwen (1p). b) Om gebruik te maken van bestaande voorzieningen en infrastructuur / het open landschap (Groene Hart) sparen (1p).
Vraag 7 (2p)
Na de Tweede Wereldoorlog werden veel wederopbouwwijken gebouwd.
a) Noem een kenmerk van wederopbouwarchitectuur. (1p)
b) Beschrijf een verschil tussen een wederopbouwwijk en een vinexwijk. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Sobere, functionele bouw / portiekflats / strokenbouw / weinig variatie (1p). b) Wederopbouw: portiekflats, goedkoop, jaren '50. Vinex: eengezinswoningen, meer variatie, jaren '90-2000 (1p).
Vraag 8 (2p)
Bekijk de foto van een stormkering.
Door zeespiegelstijging neemt het overstromingsrisico in Nederland toe.
a) Noem twee oorzaken van zeespiegelstijging. (1p)
b) Noem een maatregel uit het Deltaprogramma. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Smelten van ijs op Groenland/Antarctica en uitzetting van zeewater door opwarming (1p). b) Dijken versterken / zandsuppletie / flexibel peilbeheer IJsselmeer / Ruimte voor de Rivier (1p).
Vraag 9 (2p)
Nederland kiest steeds vaker voor integraal waterbeleid.
a) Leg uit wat integraal waterbeleid inhoudt. (1p)
b) Waarom werkt dit beter dan alleen dijken bouwen? (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Alle watergerelateerde problemen (overstromingen, droogte, waterkwaliteit) in samenhang aanpakken, met alle betrokken partijen (1p). b) Dijken geven schijnveiligheid; integraal beleid combineert waterveiligheid met natuur, recreatie en woningbouw (1p).
Vraag 10 (2p)
Klimaatadaptief bouwen wordt steeds belangrijker in Nederlandse steden.
a) Noem twee voorbeelden van klimaatadaptief bouwen. (1p)
b) Leg uit waarom stedelijke gebieden extra kwetsbaar zijn voor wateroverlast. (1p)
Antwoord
Maximumscore 2 a) Twee uit: groene daken, waterpleinen, retentiebekkens, wadi's, ontkoppeling hemelwater (1p). b) Door geringe infiltratie (veel steen/asfalt) kan het water de grond nauwelijks in; het stroomt direct naar het riool dat overbelast raakt (1p).