LessonUp Examentraining
Oefenexamens voor jouw leerlingen!

Oefenexamen VMBO - Arbeid & productie

Oefenexamen VMBO — Economie (GT)

Arbeid & productie — 10 vragen — ca. 20 punten


1 / 11
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 3,4

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.

Introduction

Deel dit oefenexamen met je leerlingen, zodat ze zich goed kunnen voorbereiden op hun examen. Delen van deze les gaat via de knop 'Delen'. Kies vervolgens voor 'Studenten (link)'. Hiermee hebben de leerlingen ook thuis de volledige interactie.

Items in this lesson

Oefenexamen VMBO — Economie (GT)

Arbeid & productie — 10 vragen — ca. 20 punten


Vraag 1 (2p)

Bekijk de afbeelding van een textielfabriek.
Bedrijven maken kosten om producten te maken.
a) Leg uit het verschil tussen vaste kosten en variabele kosten. Geef bij elk een voorbeeld. (1p)
b) Leg uit hoe je de winst van een bedrijf berekent. (1p)

Vraag 2 (2p)

Bekijk de afbeelding van een textielfabriek.
Bij de productie wordt waarde toegevoegd.
a) Leg uit wat toegevoegde waarde is. (1p)
b) Leg uit hoe je de verkoopprijs inclusief BTW berekent als de prijs exclusief BTW 100 euro is en het BTW-tarief 21% bedraagt. (1p)

Vraag 3 (2p)

Arbeidsverdeling maakt de productie efficienter.
a) Leg uit wat arbeidsverdeling is en noem een voordeel. (1p)
b) Leg uit wat arbeidsproductiviteit is en hoe een bedrijf deze kan verhogen. (1p)

Vraag 4 (2p)

Er zijn verschillende soorten arbeid.
a) Leg uit het verschil tussen betaalde en onbetaalde arbeid. Geef bij elk een voorbeeld. (1p)
b) Leg uit het verschil tussen geschoolde en ongeschoolde arbeid. (1p)

Vraag 5 (2p)

Werkloosheid is een belangrijk economisch probleem.
a) Wanneer is iemand officieel werkloos? (1p)
b) Noem twee oorzaken van werkloosheid. (1p)

Vraag 6 (2p)

De conjunctuur beinvloedt de werkgelegenheid.
a) Leg uit wat conjunctuur is. (1p)
b) Leg uit waarom er bij een economische crisis meer werkloosheid ontstaat. (1p)

Vraag 7 (2p)

Werknemers en werkgevers maken afspraken in een cao.
a) Leg uit wat een cao is. (1p)
b) Noem twee onderwerpen die in een cao worden geregeld. (1p)

Vraag 8 (2p)

De overheid probeert werkloosheid te bestrijden.
a) Noem twee maatregelen die de overheid kan nemen om werkloosheid te verminderen. (1p)
b) Leg uit het verband tussen loonhoogte en de vraag naar arbeid. (1p)

Vraag 9 (2p)

Bekijk de afbeelding van een textielfabriek.
Bedrijven moeten kiezen hoe ze produceren.
a) Leg uit het verschil tussen arbeidsintensieve en kapitaalintensieve productie. (1p)
b) Noem een voordeel van automatisering voor een bedrijf. (1p)

Vraag 10 (2p)

Een bedrijf heeft opbrengsten en kosten.
a) Een bakker verkoopt 500 broden voor 3 euro per stuk. Zijn totale kosten zijn 1000 euro. Bereken de winst. (1p)
b) Leg uit waarom de kostprijs per product daalt als een bedrijf meer produceert. (1p)