LessonUp Examentraining
Oefenexamens voor jouw leerlingen!

Oefenexamen VMBO - Interbellum (1918-1939)

Oefenexamen VMBO — Geschiedenis (GT)

Interbellum (1918-1939) — 10 vragen — ca. 20 punten


1 / 11
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 3,4

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.

Introduction

Deel dit oefenexamen met je leerlingen, zodat ze zich goed kunnen voorbereiden op hun examen. Delen van deze les gaat via de knop 'Delen'. Kies vervolgens voor 'Studenten (link)'. Hiermee hebben de leerlingen ook thuis de volledige interactie.

Items in this lesson

Oefenexamen VMBO — Geschiedenis (GT)

Interbellum (1918-1939) — 10 vragen — ca. 20 punten


Vraag 1 (2p)

Na de Eerste Wereldoorlog werd het Verdrag van Versailles gesloten.
a) Noem twee bepalingen van het Verdrag van Versailles. (1p)
b) Waarom ervoer Duitsland het verdrag als een vernedering? (1p)

Vraag 2 (2p)

De Weimarrepubliek had grote problemen.
a) Leg uit wat de Dolchstosslegende inhield. (1p)
b) Noem twee economische crises die de Weimarrepubliek verzwakten. (1p)

Vraag 3 (2p)

In 1933 kwam Hitler aan de macht.
a) Beschrijf twee manieren waarop Hitler zijn macht vestigde. (1p)
b) Noem twee kenmerken van de totalitaire staat die Hitler opbouwde. (1p)

Vraag 4 (2p)

Bekijk de afbeelding van een Holocaustmonument.
Het nationaalsocialisme was gebaseerd op rassenleer.
a) Beschrijf twee discriminerende maatregelen die de nazi's namen tegen Joden. (1p)
b) Wanneer vond de Kristallnacht plaats en wat gebeurde er? (1p)

Vraag 5 (2p)

De Sovjet-Unie was een ander voorbeeld van een totalitaire staat.
a) Noem drie kenmerken van het stalinisme. (1p)
b) Noem een overeenkomst en een verschil tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. (1p)

Vraag 6 (2p)

Nederland had in de jaren '30 te maken met een economische crisis.
a) Noem twee gevolgen van de crisis voor Nederland. (1p)
b) Wie was Hendrik Colijn en welk beleid voerde hij? (1p)

Vraag 7 (2p)

In Nederland ontstond de NSB.
a) Wie was de leider van de NSB? (1p)
b) Waarom kreeg de NSB aanvankelijk steun? (1p)

Vraag 8 (2p)

Groot-Brittannie en Frankrijk probeerden oorlog te voorkomen met appeasementpolitiek.
a) Leg uit wat appeasementpolitiek inhield. (1p)
b) Noem een concreet voorbeeld van appeasement. (1p)

Vraag 9 (2p)

In 1919 kregen vrouwen in Nederland actief kiesrecht.
a) Wat is het verschil tussen actief en passief kiesrecht? (1p)
b) Waarom was 1919 een belangrijk jaar voor de vrouwenemancipatie? (1p)

Vraag 10 (2p)

Noem drie personen uit het interbellum en plaats ze in de tijd.