N
T O P O G R A F I E E U R O P A
Landen van Europa
en de windrichtingen
LES 1
Lesson by LessonUp Inspiration
This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.
N
T O P O G R A F I E E U R O P A
Landen van Europa
en de windrichtingen
LES 1
Over deze les: dit is de eerste les van de reeks Topografie Europa. De leerlingen maken kennis met de kaart van Europa, leren de windrichtingen en vijftien landen: Nederland, de buurlanden en tien landen verder weg. Daarna volgen Hoofdsteden van Europa oefenen en de regio-uitdagingen.
Kerndoel: de les sluit aan bij SLO-kerndoel 50: de leerlingen leren omgaan met kaart en atlas en kennen de topografie van Nederland, Europa en de wereld.
Tip: leg een atlas of een wandkaart klaar. Leerlingen die vastlopen, kunnen daarop meekijken. Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
drie doelen
Wat leer je vandaag?
Je kan vijftien landen van Europa aanwijzen op de kaart.
1
Je kan met windrichtingen beschrijven waar een land ligt vanaf Nederland.
2
Je kan uitleggen hoe je een land herkent aan zijn vorm of aan wat ernaast ligt.
3
Leerdoelen: lees de drie doelen samen voor. Doel 1 wordt aan het eind getoetst met de exit-check, doel 2 met de open vraag over Polen en de invuloefening, doel 3 met het rondje door Europa. De vijftien landen van doel 1 zijn Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Polen, Zwitserland, Italië, Spanje en Portugal. De andere landen van Europa komen in de volgende lessen van de reeks aan bod.
Na de les: vraag welk doel het best gelukt is. Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
B R E I N D U M P
Schrijf zoveel mogelijk landen van Europa op!
je hebt 1 minuut
minute
second
Breindump: start de klok. De leerlingen hebben 1 minuut om zoveel mogelijk landen van Europa in te sturen, één land per antwoord. Geen atlas, geen kaart: het gaat om wat ze al weten. Wie liever op papier werkt, schrijft de landen op een blaadje.
Nabespreken: wie had de meeste landen? Welk land noemde bijna iedereen, en welk land maar één leerling? Vraag erbij in welk land iemand weleens is geweest of waar familie vandaan komt. Op de volgende slide kijken jullie of de landen op de kaart staan.
Extra uitdaging: daag snelle leerlingen uit om ook landen te noemen die nog niemand heeft ingestuurd.
kijkplaat
Hoeveel landen heeft Europa?
Tel de stippen.
Hoeveel landen ken jij al? Schrijf het getal op.
land
klein land (extra)
IJsland
Noorwegen
Zweden
Finland
Denemarken
Estland
Letland
Litouwen
Ierland
Verenigd Koninkrijk
Nederland
België
Luxemburg
Frankrijk
Duitsland
Zwitserland
Liechtenstein
Oostenrijk
Polen
Tsjechië
Slowakije
Hongarije
Slovenië
Kroatië
Bosnië en Herzegovina
Servië
Montenegro
Noord-Macedonië
Albanië
Griekenland
Bulgarije
Roemenië
Moldavië
Oekraïne
Belarus
Rusland
Portugal
Spanje
Andorra
Monaco
Italië
San Marino
Vaticaanstad
Malta
Kijkplaat, tellen: laat de leerlingen samen of in tweetallen de stippen tellen. Hoeveel landen heeft Europa? Het antwoord: 44 stippen, 38 oranje en 6 groene.
Voorspelling: laat elke leerling op een blaadje een getal schrijven: hoeveel stippen kan ik nu al bij naam noemen? Bewaar het blaadje. Aan het eind van de les komt deze kaart terug en tellen ze opnieuw.
Oranje en groen: de oranje stippen zijn de landen waar de reeks over gaat. De groene stippen zijn de zes heel kleine landen: Andorra, Monaco, Liechtenstein, San Marino, Vaticaanstad en Malta. Die zijn in deze les extra. De leerlingen hoeven ze nog niet te kennen.
Raden: laat een leerling een stip kiezen en eerst hardop zeggen welk land het is. Klik daarna op de stip: dan verschijnt de naam. Kijk ook welke landen uit de breindump op de kaart staan. Ze hoeven de landen nu nog niet te kennen: deze kijkplaat is een kennismaking. Aan het eind van de les komt hij terug.
Over de kaart: de 44 stippen zijn de landen die de Verenigde Naties tot Europa rekenen: 43 lidstaten en Vaticaanstad. Rusland ligt voor een deel in Azië. De stip staat in het Europese deel. Turkije, Cyprus, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan liggen grotendeels of helemaal in Azië en hebben geen stip.
Extra uitdaging: tussen Servië, Albanië en Noord-Macedonië ligt Kosovo, zonder stip. Kosovo verklaarde zich in 2008 onafhankelijk. Nederland erkent Kosovo als land, maar het is geen lid van de Verenigde Naties en telt daarom niet mee in de 44. Vraag snelle leerlingen: wie bepaalt eigenlijk of iets een land is? Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
N
Z
W
O
de windrichtingen
Waar ligt het?
Op de kaart is boven het noorden. Onder is het zuiden, rechts het oosten en links het westen.
Zo zeg je waar een land ligt:
Duitsland ligt ten oosten van Nederland.
Ezelsbruggetje
Nooit Op Zondag Werken. De eerste letters zijn N, O, Z en W. Begin bovenaan bij de N en ga met de klok mee: noord, oost, zuid, west.
Uitleg: voordat jullie de kaart op gaan, eerst de windrichtingen. Oefen ze met het lokaal: wijs samen naar het noorden, het oosten, het zuiden en het westen. Op de volgende slides gebruiken jullie ze steeds.
Ezelsbruggetje: klik op het vraagteken. Dan verschijnt ook een pijl die langzaam om het kompas loopt, van noord via oost en zuid naar west. Nooit Op Zondag Werken: de eerste letters N, O, Z, W geven de windrichtingen met de klok mee, te beginnen bovenaan bij het noorden.
onze buren
Nederland en zijn buren
Nederland ligt aan de Noordzee. Aan de overkant van de Noordzee ligt het Verenigd Koninkrijk.
Op het land heeft Nederland twee buurlanden: Duitsland in het oosten en België in het zuiden.
Ten zuiden van België ligt Frankrijk, een groot land. Ten zuidoosten ligt Luxemburg, een heel klein land.
Nederland
Duitsland
België
Luxemburg
Frankrijk
Noordzee
Uitleg: wijs Nederland aan op de kaart. Laat zien dat Nederland op het land maar twee buurlanden heeft: Duitsland en België. Ga dan verder: aan de zuidkant van België ligt Frankrijk, in het zuidoosten ligt Luxemburg. Luxemburg is zo klein dat je goed moet zoeken. Het ligt tussen België, Duitsland en Frankrijk in. Het Verenigd Koninkrijk ligt aan de overkant van de Noordzee.
Hulp: laat leerlingen die het lastig vinden met hun vinger van Nederland naar het oosten (Duitsland) en naar het zuiden (België) gaan, en dan nog verder naar het zuiden (Luxemburg en Frankrijk). Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
Sleep elk land naar de goede plek
Duitsland
Luxemburg
Nederland
Frankrijk
België
Sleepvraag: de leerlingen slepen de vijf landen van de vorige slide naar de goede plek op de kaart. Luxemburg is klein: het ligt tussen België, Duitsland en Frankrijk.
Nabespreken: vraag welk land het moeilijkst was en waarom. Laat leerlingen de windrichting erbij zeggen: België ligt ten zuiden van Nederland. Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
Welk land ligt tussen België en Duitsland?
Frankrijk
Luxemburg
Nederland
Verenigd Koninkrijk
Antwoord: Luxemburg. Het ligt ingeklemd tussen België, Duitsland en Frankrijk. Nederland grenst wel aan België en Duitsland, maar ligt er niet tussen.
Hulp: laat leerlingen de kaart van slide 6 voor zich zien. Zoek België en Duitsland en kijk wat ertussen ligt.
Extra uitdaging: welke twee landen zijn de buurlanden van Nederland op het land?
verder weg
Een rondje door Europa
Welk land is het? Klik op het cijfer. Klik dan op de groene ster: wat ligt ernaast?
Na land 5: overhoor elkaar in tweetallen.
Nederland
Verenigd Koninkrijk
Ligt ten noordwesten van Nederland, aan de overkant van de Noordzee. Het land ligt op eilanden. Het grootste heet Groot-Brittannië. Ten westen ligt Ierland.
Ierland
Ligt op een eiland ten westen van het Verenigd Koninkrijk, in de Atlantische Oceaan. Het noorden van het eiland hoort bij het Verenigd Koninkrijk.
Noorwegen
Ligt in het noorden, langs de zee. Een lang en smal land met veel fjorden. Aan de oostkant ligt Zweden.
Zweden
Ligt in het noorden, naast Noorwegen aan de oostkant. Samen liggen ze op een groot schiereiland. Ten zuiden, over het water, ligt Denemarken.
Denemarken
Ligt ten noorden van Duitsland, tussen de Noordzee en de Oostzee. Het is een schiereiland met veel eilanden eromheen.
Polen
Ligt ten oosten van Duitsland. Aan de noordkant ligt de Oostzee.
Zwitserland
Ligt ten zuiden van Duitsland, in de bergen van de Alpen. Ten zuiden ligt Italië, ten westen Frankrijk. Het land ligt niet aan zee.
Italië
Ligt ten zuiden van Zwitserland en steekt als een laars de Middellandse Zee in.
Spanje
Ligt ten zuiden van Frankrijk, in het zuidwesten van Europa. Spanje en Portugal liggen samen op een groot schiereiland.
Portugal
Ligt helemaal in het westen, naast Spanje, aan de Atlantische Oceaan.
Uitleg: vanuit Nederland gaan jullie op reis langs tien landen. Laat bij elk cijfer eerst een leerling raden welk land het is en in welke windrichting het vanaf Nederland ligt. Klik daarna op het cijfer: dan verschijnt alleen de naam van het land, met ernaast een kleine groene ster.
Groene ster: klik op de ster voor meer informatie: waar het land ligt en wat er verder omheen ligt, zoals buurlanden, zeeën of bergen. Laat leerlingen eerst zelf bedenken wat ernaast ligt voordat je de ster opent.
Volgorde: 1 Verenigd Koninkrijk, 2 Ierland, 3 Noorwegen, 4 Zweden, 5 Denemarken, 6 Polen, 7 Zwitserland, 8 Italië, 9 Spanje, 10 Portugal.
Tussendoor overhoren: stop na land 5. In tweetallen wijst de een op de kaart (of een atlas) een van de vijf landen aan, de ander noemt het land en de windrichting vanaf Nederland. Na twee minuten wisselen. Doe daarna land 6 tot en met 10 en herhaal het overhoren kort.
Hulp: laat leerlingen die vastlopen eerst Nederland zoeken (de groene stip) en van daaruit redeneren: ligt het land boven, onder, links of rechts? Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
in je eigen woorden
Waar ligt Polen vanaf Nederland? Schrijf een zin.
Open vraag: de leerlingen schrijven zelf een zin met een windrichting. Zo laten ze zien dat ze het kunnen beschrijven, niet alleen herkennen.
Goed antwoord: Polen ligt ten oosten van Nederland. Je kunt ook zeggen: Polen ligt ten oosten van Duitsland, en Duitsland ligt ten oosten van Nederland. Beide zinnen zijn goed.
Hulp: geef wie vastloopt het begin van de zin: Polen ligt ten ... van Nederland.
Extra uitdaging: schrijf er een tweede zin bij over een ander land uit het rondje, bijvoorbeeld Ierland of Italië.
Vul de goede windrichting in
Zwitserland ligt ten zuiden van Duitsland. Het Verenigd Koninkrijk ligt ten noordwesten van Nederland. Portugal ligt ten westen van Spanje. Denemarken ligt ten noorden van Duitsland. Luxemburg ligt ten zuidoosten van België.
Antwoord: zuiden, noordwesten, westen, noorden, zuidoosten. Oosten en noordoosten blijven over.
Tussenrichtingen: noordwesten ligt tussen noord en west, zuidoosten tussen zuid en oost. Laat dat op het kompas van slide 5 zien als leerlingen het nog niet kennen.
Hulp: laat leerlingen de kaart van het rondje door Europa erbij pakken, of een atlas.
Extra uitdaging: bedenk zelf een zin met een windrichting, bijvoorbeeld over Spanje en Portugal.
Sleep elk land naar zijn stip
Denemarken
Ierland
Noorwegen
Verenigd Koninkrijk
Zweden
Sleepvraag noordwest: vijf landen uit het rondje door Europa die dicht bij elkaar liggen. Kijk goed naar de stip, niet naar het vak: het vak staat in de zee, het lijntje wijst naar het land.
Hulp: zoek eerst Nederland (rechtsonder). Het Verenigd Koninkrijk ligt ten noordwesten, aan de overkant van de Noordzee.
Extra uitdaging: noem van elk land de windrichting vanaf Nederland. Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
Sleep elk land naar zijn stip
Italië
Polen
Portugal
Spanje
Zwitserland
Sleepvraag zuid en oost: Spanje en Portugal liggen naast elkaar, net als Zwitserland en Italië. Kijk goed welk stipje bij welk land hoort.
Hulp: Portugal ligt helemaal in het westen, aan de oceaan. Zwitserland ligt in de bergen, ten noorden van Italië. Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
E X T R A
zing mee
Het lied van de landen
Welke landen uit het rondje door Europa hoor jij terug?
Extra: deze slide is een extra. Sla hem over als je weinig tijd hebt. De les werkt ook zonder.
Het lied: Topo: Alle landen van Europa! van Knetterwerk. In het lied komen alle landen van Europa voorbij, ook de landen die nog niet in deze les zijn behandeld. Zo blijven de namen beter hangen. Zing gerust een tweede keer mee, of laat de klas bij elk land uit deze les opstaan of de hand opsteken.
Na het lied: welke landen uit het rondje door Europa hoorden de leerlingen terug? Daarna kijken jullie op de kijkplaat hoeveel landen ze nu kunnen aanwijzen.
kijkplaat
Hoeveel landen ken jij nu?
Overhoor elkaar: wijs aan, noem het land en zet een turfje.
Meer dan je getal van het begin?
land
klein land (extra)
IJsland
Noorwegen
Zweden
Finland
Denemarken
Estland
Letland
Litouwen
Ierland
Verenigd Koninkrijk
Nederland
België
Luxemburg
Frankrijk
Duitsland
Zwitserland
Liechtenstein
Oostenrijk
Polen
Tsjechië
Slowakije
Hongarije
Slovenië
Kroatië
Bosnië en Herzegovina
Servië
Montenegro
Noord-Macedonië
Albanië
Griekenland
Bulgarije
Roemenië
Moldavië
Oekraïne
Belarus
Rusland
Portugal
Spanje
Andorra
Monaco
Italië
San Marino
Vaticaanstad
Malta
Terug naar de kijkplaat: dezelfde kaart als aan het begin van de les. Laat de leerlingen in tweetallen elkaar overhoren: de een wijst een stip aan, de ander noemt het land. Ze zetten een turfje per goed land. Klik op een stip als ze twijfelen.
Vergelijk met de voorspelling: pak het blaadje van het begin. Hoeveel landen dacht je te kennen, en hoeveel lukten er nu? Zo zien ze hun eigen vooruitgang.
Vergelijk: aan het begin was de kaart nog een kennismaking. Nu zouden de vijftien landen van deze les moeten lukken. De andere oranje stippen komen in de volgende lessen van de reeks. De groene stippen van de kleine landen zijn extra.
Extra uitdaging: wie kent een land dat nog niet in de les is behandeld? Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
Exit-check: welk land?
Denemarken
Duitsland
Ierland
Italië
Portugal
Zweden
Exit-check: elke leerling sleept zelf. Zo zie je per leerling of doel 1 gelukt is: vijftien landen aanwijzen. Er zit één sleepwoord bij dat nergens hoort: Denemarken.
Nabespreken: welk land ging het vaakst mis? Neem dat land in de volgende les mee. Image credit: Alexrk2, CC BY-SA 3.0
Welk doel is jou het best gelukt?
Vijftien landen aanwijzen
Met windrichtingen zeggen waar een land ligt
Een land herkennen aan vorm of buren
Terugblik op de doelen: elke leerling kiest het doel dat het best gelukt is. Vraag daarna een paar leerlingen welk doel nog lastig is, en waarom. Leg het naast de uitslag van de exit-check.
V O L G E N D E L E S
Hoofdsteden van Europa
van Oslo tot Madrid
Wat is de hoofdstad van Noorwegen? En van Polen? Je sleept steden naar de kaart en speelt een hoofdstedenrace.
Volgende les: in Hoofdsteden van Europa oefenen koppelen de leerlingen hoofdsteden aan de landen van vandaag. Ze slepen steden naar de kaart en spelen een hoofdstedenrace.
Afsluiting: wil je verder oefenen? Via de link vind je meer lessen over topografie.