Kunstgeschiedenis en CKV lesmethode
Voel de lagen en kracht van kunst

Middeleeuwen - Bouwkunst

Middeleeuwen

BOUWKUNST

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorCulturele en kunstzinnige vormingKunstzinnige oriëntatie+2Middelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3-6

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Introduction

In deze les uit de methode Reliëf maken leerlingen kennis met de bouwkunst van de middeleeuwen. Ze ontdekken hoe kerken tussen 500 en 1500 het belangrijkste gebouw van een stad werden en hoe architectuur het religieuze wereldbeeld van die tijd weerspiegelt. Aan de hand van herkenbare voorbeelden zoals Notre-Dame de Paris onderzoeken leerlingen de verschillen tussen romaanse en gotische kerken. Door middel van interactieve werkvormen in LessonUp (zoals sleepvragen, hotspots en korte quizvragen) leren leerlingen kenmerken herkennen zoals rondbogen, spitsbogen, dikke muren en glas-in-loodramen. Ze analyseren hoe nieuwe bouwtechnieken, zoals skeletbouw, ervoor zorgden dat kerken steeds hoger en lichter werden.

Instructions

Deze les duurt ongeveer 45–50 minuten en combineert kijken, vergelijken en analyseren, waardoor leerlingen stap voor stap leren hoe ze middeleeuwse kerken kunnen herkennen.

Aan het eind van de les kunnen leerlingen:
  • Uitleggen wat het verschil is tussen romaanse en gotische kerken en daarbij minstens twee kenmerken per bouwstijl noemen.
  • Herkennen en benoemen op afbeeldingen minstens drie kenmerken van middeleeuwse kerkarchitectuur, zoals rondbogen, spitsbogen, dikke muren of glas-in-loodramen.
Les geven met devices
Wanneer leerlingen een laptop of tablet hebben, kunnen ze actief meedoen via LessonUp.
  • Leerlingen gaan naar lessonup.app en voeren de lescode in.
  • Ze beantwoorden quizvragen, sleepvragen en open vragen individueel op hun eigen device.
  • De docent kan de antwoorden live op het bord tonen en bespreken.
  • Dit maakt het eenvoudig om snel te zien wat leerlingen al begrijpen en waar nog uitleg nodig is.
Les geven zonder devices
  • Ook zonder devices blijft de les goed uitvoerbaar.
  • De docent toont de LessonUp-slides op het digibord.
  • Bij quizvragen stemmen leerlingen door hand opsteken of door kort klassikaal te overleggen.
  • Bij sleepvragen kan de docent leerlingen naar voren laten komen om onderdelen op het bord te plaatsen.
  • Open vragen kunnen klassikaal worden besproken of kort in tweetallen worden overlegd.
Tip: laat leerlingen bij de kijkvragen eerst 30 seconden stil kijken naar het beeld voordat ze reageren. Hierdoor kijken ze aandachtiger naar de architectuur.

Items in this lesson

Middeleeuwen

BOUWKUNST

Vertel dat deze les gaat over middeleeuwse kerken en waarom die er zo uitzien.

Veel gebouwen uit de middeleeuwen staan er nog steeds. Als je door Europese steden loopt, zie je bijna altijd een kerk of kathedraal uit deze tijd.

Bijzonder is dat veel van deze gebouwen 800 tot 1000 jaar oud zijn en nog steeds overeind staan.


Wie is er wel eens in een oude kerk of kathedraal geweest? Wat viel je daar op? Was het er licht of donker?

Welke kerk lijkt ouder?

SLEEP DE KERKEN VAN OUD NAAR NIEUW

oud

nieuwer

nieuwst

Leg uit dat leerlingen drie kerken zien uit verschillende periodes.

Ze moeten proberen te schatten welke het oudste is.


Kerken op de slide:

Santa Sabina (gebouwd rond 430, een van de oudste kerken die nog bestaat

eenvoudige vorm, geïnspireerd op Romeinse gebouwen)

Tewkesbury Abbey (romaanse kerk, dikke muren en ronde bogen, lijkt massief en zwaar)

Notre-Dame, Paris (gotische kathedraal, extreem hoog, grote ramen en veel licht)


In deze les ontdekken ze waarom kerken steeds hoger en lichter werden.

Aan het eind van

deze les kun je . . .

  • uitleggen wat het verschil is tussen romaanse en gotische kerken en daarbij minstens twee kenmerken per bouwstijl noemen.

  • minstens drie kenmerken van
    middeleeuwse kerkarchitectuur
    herkennen en benoemen,
    zoals rondbogen, spitsbogen,
    of glas-in-loodramen.

Leg kort uit wat leerlingen aan het eind van de les moeten kunnen. Belangrijk is dat leerlingen niet alleen kijken naar kerken, maar ook kenmerken herkennen.

Vertel dat ze vandaag leren:

- twee grote bouwstijlen

- hoe je die kunt herkennen

Middeleeuwen

Europa was verdeeld in kleine machtsgebieden


Eén grote verbindende factor: christendom

500–1500

De middeleeuwen duurden van 500–1500. Europa was in die tijd niet één land maar een verzameling van:

kleine koninkrijken, graafschappen en hertogdommen. Veel van deze gebieden voerden oorlog met elkaar.

Maar er was één belangrijke verbindende factor: het christendom.



Afbeelding: The Consecration of Cluny III https://en.wikipedia.org/wiki/Cluny_Abbey#/media/File:Cons%C3%A9cration_cluny.png

Het klooster van Cluny in Frankrijk werd een van de belangrijkste religieuze centra van Europa.

Het klooster stuurde monniken door Europa om het geloof te verspreiden.

Het wereldbeeld

was anders dan nu:

  • men dacht dat God alles had geschapen

  • veel mensen geloofden dat de aarde plat was

  • religie bepaalde het dagelijks leven


Daarom werden kerken de belangrijkste gebouwen van steden.

In de middeleeuwen dacht men anders over de wereld dan nu. Veel mensen geloofden dat: God alles had geschapen, het leven op aarde een voorbereiding was op het hiernamaals.

De kerk speelde daarom een enorme rol.

Bijna alles in het dagelijks leven had met religie te maken: feestdagen, onderwijs en ook politiek. Daarom werd de kerk vaak het belangrijkste gebouw van de stad.

Veel kerken

hadden dezelfde onderdelen

  • middenschip

  • zijbeuken

  • dwarsschip

  • koor

  • apsis

  • torens

Klik op de hotspots!

Veel middeleeuwse kerken hebben dezelfde basisvorm. Dat komt omdat ze vaak gebouwd zijn naar het voorbeeld van een basilica, een Romeins gebouwtype.


Leg de onderdelen kort uit, terwijl je op de hotspots klikt:

Middenschip: het centrale, brede deel van de kerk

Zijbeuken: gangen aan de zijkant

Dwarsschip: deel dat de kerk de vorm van een kruis geeft

Koor: plek waar priesters en koor zingen

Apsis: ronde achterkant van de kerk

Torens: vaak aan de voorkant

Sleep de onderdelen naar de juiste plek op de plattegrond.








Nu gaan leerlingen testen of ze de onderdelen herkennen. Laat de leerlingen de onderdelen naar de juiste plek slepen.

De romaanse kerk

  • dikke muren

  • kleine ramen

  • ronde bogen

  • zware bouw

1000-1200

Dit heet massiefbouw.


De techniek komt uit de tijd van de Romeinen. Daarom heet deze stijl Romaans.

De romaanse bouwstijl ontstond rond 1000 na Christus.


Kenmerken:

- dikke stenen muren

- kleine ramen

- ronde bogen


Dit heet massiefbouw. De muren dragen het hele gewicht van het gebouw. Daarom moesten ze dik en stevig zijn.


Kijkvragen

- Lijkt deze kerk zwaar of licht?

- Zou het binnen donker of licht zijn?

Klik op de

hotspots

De Sint-Cybardkerk in Plassac is gebouwd in de 12e eeuw in romaanse stijl. Klik op de hotspots om de romaanse kenmerken van deze kerk te ontdekken.

Deze kerk is een typisch voorbeeld van romaanse bouw. Laat leerlingen ontdekken:

- kleine ramen

- dikke muren

- ronde bogen


Waarom zijn de ramen zo klein?

Waarom zien de muren er zo dik uit?

Waarom hadden romaanse kerken kleine ramen?

A

glas was duur

B

muren moesten stevig zijn

C

mensen wilden donker

D

rustige intieme sfeer met God

Grote ramen zouden de muur verzwakken.


Waarom zou een donkere kerk ook goed kunnen zijn voor religie? (rust, stilte, focus op gebed)

Wat valt

meteen op?

Nu zien we een kerk uit een andere stijl.

Laat leerlingen eerst vrij observeren.


Kijkvragen

- Wat valt op aan de hoogte?

- Hoe groot zijn de ramen?

- Zie je iets aan de buitenkant dat de kerk ondersteunt?

1142–1500


Daardoor:

  • zijn gebouwen veel steviger en kunnen ze meer druk aan,

  • kunnen er grote glas-in-loodramen komen.

Gotische kerken gebruiken skeletbouw.

Belangrijke onderdelen:

  • zuilen

  • steunberen

  • luchtbogen

  • spitsbogen

De gotische kerk

Gotische kerken gebruiken skeletbouw.

Dat betekent dat de constructie wordt gedragen door een soort skelet van stenen bogen en zuilen.


Belangrijke onderdelen:

- zuilen

- spitsbogen

- luchtbogen

- steunberen

Klik op de hotspots voor voorbeelden van hoe deze eruit zien.


Daardoor kunnen muren dunner worden.

En dus kunnen er grote ramen in.

De gotische kerk

1142–1500

In gotische kerken moest je het gevoel krijgen dat je:

  • een heilige wereld binnenstapte

  • overweldigd werd door licht en kleur


Het idee: Hoe hoger de kerk

→ hoe dichter bij God.


Steden probeerden daarom de hoogste kerk te bouwen.

Hoe zou jij je voelen als je zo'n kerk binnenloopt?

Waarom konden gotische kerken hoger worden?

A

nieuwe stenen

B

lichtere daken

C

skeletbouw

D

tongewelf

Skeletbouw: daarmee kon het gewicht beter worden verdeeld.

Sleep het woord naar de juiste afbeelding.







zuil

spitsboog

rondbogen

glas-in-lood

tongewelf

steunberen

Leerlingen herkennen nu verschillende onderdelen van gotische en romaanse kerken.

Sleep de kenmerken naar de juiste stijl

ROMAANS

GOTISCH



hoge muren

dikke muren

spitsboog

donker

kleine ramen

veel ramen

Laat leerlingen nu het grote verschil samenvatten. Welke stijl vind je indrukwekkender?

3 dingen die je hebt geleerd

2 dingen die je nog wil leren

1 vraag die je nog hebt

3-2-1

3 DINGEN DIE JE GELEERD HEBT

2 DINGEN DIE JE NOG WIL LEREN

1 VRAAG DIE

JE NOG HEBT

Dit is een korte reflectie. Leerlingen denken na over wat ze geleerd hebben.


3 dingen geleerd
2 dingen die ze nog willen leren
1 vraag


Tip: Gebruik de vragen om de volgende les te starten.

This item has no instructions